Plaatselijke oecumene biedt kansen!

Dr. H. A. Post, Veenendaal

Plaatselijke oecumene in de vorm van interkerkelijke samenwerking bevordert het perspectief op landelijke oecumene. Dat mogen we constateren als wij terugkijken op een gezamenlijke gespreksavond van het COGG (Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte) en de studentenvereniging CSFR.

Enige tijd geleden belegden COGG en CSFR een generatiegesprek over oecumene. Het thema van deze avond was 'Is oecumene ouderwets?' Gekozen was voor een plaatselijke benadering. Het ging niet om de vraag: wat is de ontwikkeling op landelijk niveau, maar: wat zien we op het plaatselijke vlak? En daarbij was de stad Utrecht het referentiekader. Daarom waren drie plaatselijke predikanten uitgenodigd om hun visie te geven, te weten ds. W G. Rietkerk (Nederlands Gereformeerde Kerken), ds. J. Westerink (Christelijke Gereformeerde Kerken) en ds. A.J. Zoutendijk (Nederlands Hervormde Kerk).
Zowel Rietkerk als Zoutendijk bleken ruime ervaring te hebben met plaatselijke interkerkelijke samenwerking. Vooral betreft dit het jeugdwerk. Zoutendijk erkende dat deze samenwerking uit de nood geboren is.Westerink wees op de samensprekingen met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) als een bijdrage aan de oecumene.

Basis
Een van de kernvragen was: op welke basis kan oecumene plaatsvinden? Het meest ruim was Rietkerk. Hij wees op het hogepriesterlijk gebed (Joh. 17): "Opdat zij allen één zijn". Naar zijn mening hebben we deze opdracht ingevuld met allerlei beperkingen, zodat de evangelischen erbuiten vallen. Volgens hem is de inbreng van niet-gereformeerden essentieel voor het welslagen van de oecumene. Voor Rietkerk zijn twee pilaren absoluut onmisbaar voor oecumene. Ten eerste het geloof in Christus als de Verlosser. En ten tweede het geloof in de betrouwbaarheid van de Schrift. Iedereen die op deze pilaren staat, hoort erbij.
Zoutendijk acht de gereformeerde belijdenis wezenlijk voor oecumene. De belijdenis dient centraal te staan. En als het centrum helder is, hoeven wij over de grenzen niet te strijden. In de tijd van de Reformatie streed men ook niet aan de grenzen. Maar men trachtte bijeen te brengen wat verstrooid was. Wij zijn zo gesetteld. Naar de mening van Zoutendijk is afbakening zinloos.
Westerink wil oecumene baseren op Schrift, belijdenis en prediking. Ook de prediking, omdat in de prediking de sleutelmacht van het Koninkrijk Gods wordt bediend.
Drie verschillende predikanten, drie verschillende visies.
Daarnaast gaven drie studenten hun mening. Een van hen beantwoordde de vraag "Is oecumene ouderwets?" met: "Nee, want kerkelijke eenheid is te mooi om slechts een ideaal te zijn".

Belijdenis
Wat dient de basis te zijn van kerkelijke vereniging of hereniging? Alleen de Schrift? Schrift en belijdenis? Of ook de prediking? Zowel Westerink als Zoutendijk beklemtoonden het belang van de gereformeerde belijdenis.Deze belijdenis is juist katholiek van aard, zij is in de woorden van Zoutendijk, de meest volwassen verwerking van het christelijk geloof die er bestaat. De gereformeerde belijdenis gaat terug op de belijdenisgeschriften van de Vroege Kerk en op het gedachtegoed van de kerkvader Augustinus. In dit verband werd gewezen op wat prof. dr. W. van 't Spijker onlangs stelde.

Haast
"We moeten haast maken met de vereniging van alle gereformeerde kerken", is de mening van Van 't Spijker: "Onze kerk heeft toekomst als ze de roeping om de eenheid te zoeken van allen die gereformeerd zijn, ook werkelijk zal oppakken. De kerk kan mij wat dat betreh niet gemêleerd genoeg zijn". (De Wekker, 109e jaargang, pag. 136-137).
Van 't Spijker benadrukte dat als wij elkaar kennen, herkennen en erkennen als kerken van de Heere Jezus Christus, dat daarmee in feite alles is gezegd. Dan moet het nog vandaag komen tot een vereniging. Landelijk dus. Toch zien we momenteel veel meer beweging op het plaatselijke vlak dan op het landelijke.
Landelijk is er sprake van een moeizaam SOW-proces, maar ook van de onlangs bereikte consensus tussen de christelijke gereformeerden en de vrijgemaakten over detoe-eigening des heils. Dus toch een gunstige ontwikkeling! Plaatselijk zijn er allerlei vormen van samenwerking, variërend van evangelisatiewerk tot kanselruil. Op dit niveau is er veel in beweging. In beginsel mogen wij dit positief waarderen.

Katholiek
De Heere Jezus bad om eenheid in waarheid. De apostelen zien de kerk dan ook als in wezen één. De kerk is niet alleen één, zij is ook katholiek, algemeen, internationaal. Helaas is de werkelijkheid anders. Maar daarom behoren de eenheid en de katholiciteit van de kerk wel voorwerp van ons geloof en van onze hoop te blijven. Immers bovenal mogen wij leven van de hoop dat eens de gebroken strijdende kerk hier beneden zal overgaan in de ongebroken triomferende kerk hier boven. Wij wijzen een berusting in de verdeeldheid en gescheidenheid van de kerken af. Initiatieven om de kerkelijke verdeeldheid te ontstijgen dienen dan ook te worden gestimuleerd en positief tegemoet te treden.
Misschien kunnen we nog het beste van twee kanten werken: van bovenaf zoals bepleit door Van 't Spijker en van onderop zoaIs dat bijvoorbeeld gebeurt in Utrecht.
Of liever nog van drie kanten: ook geloven dat de Koning van de Kerk bij machte is om onze verdeelde kerken te verenigen en daarom bidden.
Laten wij vasthouden wat de apostel Jakobus schrijft: "Een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel". (Jakobus 5: 16).

Opbouw, 7 juli 2000



Homepage COGG