| Taal kan samensprekingen belemmeren |
|
Prof. Dr. T.M. Hofman op avond over kerkelijke contacten: HARDERWIJK - VerschilIend taalgebruik kan verwarring geven, als kerken met elkaar samenspreken. Daarom moet je voortdurend aan elkaar vragen, wat je met bepaaIde uitdrukkingen bedoeIt. Tegelijk is het beIangrijk dat je eIkaar leert kennen en zo over elkaars eenzijdigheden, maar ook zwakke en sterke punten kunt spreken. Aldus prof. dr. T.M. Hofman, hoogleraar aan de christelijke gereformeerde Theologische Universiteit, op een regioavond van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG), donderdag (22 februari 2001) in Harderwijk. Hij sprak over 'Plaatselijke en landelijke oecumene - mogelijkheden en grenzen'. Hofman maakte zijn opmerkingen over de taalverwarring, nadat hem was gevraagd hoe hij de recente gemeenschappelijke conferentie van vrijgemaakt- en christelijke gereformeerde predikanten had ervaren. "Fijn dat dit kon", was zijn eerste reactie. "Ik heb moed gekregen om door te gaan, zonder gedram". Zijn kerk kan van de vrijgemaakten leren "wat een geordend kerkelijk leven inhoudt. Zij slagen erin meer samenbindend te zijn." Omgekeerd kunnen de vrijgemaakte dominees volgens Hofman van hun christelijk-gereformeerde collega's Ieren "meer onderscheidenlijk te preken". Daarmee wordt bedoeld dat in de prediking meer onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen moet worden gemaakt. Het viel Hofman op de conferentie op, dat jongere vrijgemaakte predikanten "meer antenne hebben voor het persoonlijk element van het geloof" dan de oudere. Wedergeboorte nodig Dat herkende de Nededands-gereformeerde ds. P. Busstra, een van de deelnemers aan het gespreksforum. "Ik sprak onlangs met een oudere broeder over de wedergeboorte. Hij was opgegroeid in de vrijgemaakte traditie, met een sterke nadruk op het verbond. lk vertelde hem, dat ik in een overleg met onze catecheten de geschiedenis van Nicodemus had gelezen, waar een duidelijke oproep tot wedergeboorte staat. Ik zeg daarom vaak tegen mijn catechisanten: 'Jullie kennen de Here nog niet goed'. Die oudere broeder vond dat vreemd: die jongelui geloven immers? Ze zijn door de doop toch lid van Gods verbond? Ja, maar intussen zitten ze vol vragen. Ze zijn op zoek naar God, ze vragen zich af of Hij bestaat en waarom er zoveel lijden in de wereld is. Dan besef je, hoe nodig de wedergeboorte is." Busstra ziet die onzekerheid bij veel jongeren als een probleem voor alle kerken. Prof. Hofman beaamde, dat er vanuit een sterk verbondsdenken vaak een verkeerd beeld bestaat over de wedergeboorte. "Het bevel tot geloof en bekering geldt iedereen, niet alleen de mensen buiten de kerk." Maar een deel van de onzekerheid komt volgens hem voort uit onwetendheid. "De oude begrippen moeten vertaald worden. Mensen moeten weten, wat ze betekenen. Als iemand tachtig jaar op zijn wedergeboorte zit te wachten, is dat ook niet goed". Driehoek "Daarom zou ik een sterkere band tussen de driehoek kerk/school/gezin willen benadrukken", reageerde de hervormde ds. J. van der Meiden. In zijn woonplaats Harderwijk zijn nog genoeg 'kerken van gereformeerde belijdenis', maar met het christelijk onderwijs is het minder gesteld. Echter, goed onderwijs is geen wondermiddel, liet Busstra weten. "Bij ons in Bunschoten-Spakenburg zit dat wel goed. Mijn zorgen zitten bij de mensen thuis, bij de geloofsopvoeding door de ouders. Tachtig procent van de geloofskennis moeten de kinderen van het ouderlijk voorbeeld hebben". Hart tot hart ln zijn referaat wees Hofman erop, dat wie geleerd heeft te Ieven uit Gods vergeving, dat met anderen wil delen. "Dan wil je het beste voor andere mensen. Genade maakt een gunnend mens. Je gunt God alle eer en je naaste alle heil." Mensen moeten zich voortdurend vragen stellen als: 'Bepaalt de Bijbel mijn levenskoers?' en 'Is Jezus Christus echt de Koning van mijn leven?'. Volgens Hofman "leven we op veel fronten onder de maat". Dan worden naar twee kanten oplossingen geforceerd. "Allereerst wordt gestreefd naar een puur technische, institutionele oecumene. Of - met een beroep op de waarheid - wordt gezegd: 'Het wordt toch nooit wat'." In het algemeen proeft Hofman "te weinig smart over de gescheidenheid". Hij ziet ook vaak een ongeestelijk beroep op de waarheid. Een 'geestelijke hoogmoed', alsof je zelf de waarheid in pacht hebt". Zijn er dan geen grenzen aan het kerkelijk eenheidsstreven? Voor Hofman is belangrijk dat de gelovigen trouw zijn aan Woord en belijdenis. "We moeten elkaar steeds open en eerlijk kunnen aanspreken op onze gemeenschappelijke basis." Hij noemde het bemoedigend dat juist jonge mensen vaak "de bereidheid hebben om van hart tot hart te spreken over het hart van het evangelie". Het COGG is een overlegplatform van confessionelen uit de diverse gereformeerde kerken en de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. Nederlands Dagblad, 24 februari 2001 |
|
Homepage COGG |