| 'Geschiedenis voor hervormden belangrijker dan belijdenis' |
|
van onze redactie kerk PUTTEN - Op het gebied van de prediking en de toeëigening van het heil kunnen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Bond elkaar goed vinden. Struikelblok in de relatie is echter dat hervormd-gereformeerden kerk kunnen zijn met mensen die de belijdenis loochenen. De geschiedenis is dus belangrijker dan de belijdenis, concludeert prof. dr. J.W. Maris, hoogleraar van christelijk-gereformeerde Theologische Universiteit. Maris zei dat gistermiddag op een conferentie van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) in Putten. De bijeenkomst ging over de 'worsteling om kerkelijke eenheid' toegespitst op de contacten tussen de christelijk-gereformeerden, hervormd-gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden. Daarbij ging het er vooral om of de historie van een kerk of de confessie (belijdenis) de doorslag moet geven als het om eenheid gaat. Ds. G.D. Kamphuis, voorzitter van de Gereformeerde Bond, en prof. dr. F. van der Pol, hoogleraar aan de vrijgemaakt-gereformeerde Theologische Universiteit in Kampen, reageerden op Maris. Na ,,pakweg een halve eeuw'' COGG zijn volgens Maris de deelnemende kerken ,,nog geen stap gevorderd op de weg naar kerkelijke eenheid''. 'Worsteling' is dus wel op zijn plaats. ,,Een verdeelde kerk is een onmogelijkheid. Dat moet ons wel pijnigen.'' Daar mag het echter niet bij blijven, vond Maris. En voor eenheid moet niet de historie, maar de confessie de doorslag geven. Want volgens Maris zijn het uittreden uit de Hervormde Kerk (1834) en het niet meegaan met de vorming van de Gereformeerde Kerken (1892) niet ,,met al te grote letters als het werk van God te belijden''. Verabsolutering Maris kon het niet laten aan te geven dat dit ook geldt voor de geschiedenis van vrijgemaakten en hervormden. ,,De massieve manier waarop vrijgemaakt-gereformeerden over het werk van God in 1944 (de Vrijmaking, red.) hebben gesproken, liep ook het gevaar van verabsolutering van een geschiedenis waar mensenwerk in zat.'' De vrijgemaakt-gereformeerde prof. Van der Pol erkende dat zijn kerken te weinig rekening hielden met ,,het feit dat de kerk ook mensenwerk is''. Hij stemde in met zijn collega prof. B. Kamphuis die vorige week in deze krant zei dat vooral in de jaren zeventig en tachtig een ,,gesloten front'' is gemaakt. Van der Pol: ,,Het christen-zijn werd vooral vertaald in lid zijn van de vele g-organisaties.'' De hoogleraar duidde het positief dat het idee dat de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) de ene ware kerk is, inmiddels is ,,vergruisd''. Ondertussen is ,,de beeldvorming van het vrijgemaakte kerkelijk leven'' daardoor ,,wel sterk bepaald''. ,,Anderen kijken naar ons met een negatief filter. Maar in de kerk van Christus is ruimte voor vergeving. Daar herkennen we elkaar als mensen die van genade leven, kleurrijk en toch één.'' Romantische manier Ook de Gereformeerde Bond zit op een massieve manier aan de historie vast, meende Maris. ,,Over het werk van God in de geschiedenis wordt op een bijna romantische manier gesproken, waarbij de ernstige vraag rijst of de historie niet meer normatief is geworden dan de confessie.'' De belijdenis is in de Hervormde Kerk niet meer dan ,,een optie'', een mogelijkheid om voor te kiezen, aldus Maris. Kamphuis noemde deze opmerkingen een ,,scherpe spiegel''. Maar hij ontkende dat hervormd-gereformeerden de geschiedenis boven de belijdenis zetten. ,,Wij strijden voor handhaving van de confessie in deze kerk die een getuigenis is van Gods daden in de geschiedenis.'' Kamphuis benadrukte nog eens dat de Nederlandse Hervormde Kerk door God geplant is ,,als een loot aan de Wijnstok''. En daarom ,,is de kerk ons lief''. Dat de belijdenis binnen de Hervormde Kerk niet meer is dan een mogelijkheid om voor te kiezen, moeten afgescheidenen niet zeggen, zei Kamphuis. ,,Wij weten ons geroepen om de kerk aan haar eigen belijdenis te herinneren.'' Dat moeten afgescheidenen volgens hem ook doen. Kamphuis nodigde zijn ,,broeders en zusters'' uit ,,om met ons schouder aan schouder te staan opdat de kerk waar wij toe behoren zou mogen genezen en opleven''. Er veel overeenstemming gevonden tussen christelijk-gereformeerden en hervormd-gereformeerden. Plaatselijke gemeenten zouden volgens de christelijk-gereformeerde synode van 2001 het contact moeten zoeken met de bondsgemeente in hun plaats. Daar zijn bij kerken wel vraagtekens bij gerezen, weet Maris. ,,Er is de vrees dat het confessionele beginsel op de tocht komt te staan. Dat een historisch motief - terugkeer naar een kerk die we verlaten hebben - de doorslag zal geven boven confessionele trouw.'' Maris erkende dat ook bij christelijk-gereformeerden de historie regelmatig preveleert boven de belijdenis als kerken samen een te moeten zijn. Het gaat om ,,het besef van eigenheid'' van de cultuur in de kerk, waaronder de cultuur van de prediking. En daarom zijn er ambtsdragers die volgens Maris dan zeggen 'Voor mij hoeft het niet'. (25 mei 2002) ©Nederlands Dagblad |
|
Homepage COGG |