| Angst voor oecumene |
|
van onze redactie kerk PUTTEN - Er is angst voor oecumene als ze dichtbij komt. Dat constateerden de vier sprekers gisteren op de landelijke conferentie van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG). "De met de mond beleden oecumene wordt door vrees niet gepraktiseerd óf vrijblijvend vervangen door 'de oecumene van het hart'. Maar dat is geen gereformeerde uitdrukking, want je laat daarmee niets zien", betoogde ds. J.J. Tigchelaar. De voorbeelden van ds. Tigchelaar, ooit zendeling in Kenia, spraken tot de verbeelding van de oecumeneliefhebbers. Hij mocht er preken in alle mogelijke kerken. Hij was als Nederlander niet bedreigend, had geen eigen kerkje. En er was geen angst voor zieltjeswinnerij. Tigchelaar werd zelfs uitgenodigd in de Anglicaanse Kerk te preken. "En in Malawi heb ik op verzoek van de bisschop zeven van zijn priesters mogen opleiden tot gereformeerd predikant. De bisschop vond dat niet erg". Tigchelaar vindt het merkwaardig dat in Nederland buitenlandse predikanten -ook baptisten- op gereformeerde kansels mogen staan, die gesloten blijven voor predikanten van verwante kerken uit eigen land. "Waarom worden de verschillen tussen onze kerken altijd zwaarder benadrukt dan de overeenkomsten?". Hij signaleerde gettodenken. "We leven meer met de waarschuwingen en vermaningen van het Spreukenboek dan met de lofzangen van de Psalmen". Waarom wordt de afname van het aantal meelevende kerkmensen alleen als een bedreiging gezien, en niet als een uitdaging? vroeg de hervormde predikant. "Zo van: nu kunnen we weer echt zendingskerk zijn, zoals in het begin". Ds. Tigchelaar drong erop aan de eigen grondhouding tegen het licht te houden. Gaat het puur om het eigen zielenheil, of om het getuigenis van de kerk in de wereld en de komst van Gods Koninkrijk? Ds. L.W. Smelt, oud-zendeling in Peru, stelde zonder de zending geen heil te zien voor de idealen van het COGG. Wie de Missio Dei (de zending van God uit de hemel) tot zich door laat dringen, sluit zich volgens hem niet op in één kerk. In Hengelo waar hij opgroeide, namen zijn ouders hem ook mee naar een Christelijke of Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). In Lima preekte hij rustig op uitnodiging in Pinksterkerken. Smelt bepleitte een open grondhouding naar andere kerken en naar niet-gelovigen. Verder riep hij op de kern niet uit het oog te verliezen: geloofservaring; onder de indruk zijn van Christus en zijn lijden. De aanduiding 'op GG' (op gereformeerde grondslag) mag voor hem ook wel 'gunnend en gul' betekenen. De christelijke gereformeerde evangelisatieconsulent dr. S. Paas schetste Nederland als zendingsland. Nog niet bereikte groeperingen zijn volgens hem: mensen onder de dertig jaar en Marokkanen. Tot regio's die nauwelijks met het evangelie zijn bereikt, rekende hij de Zaanstreek, Noordoost-Groningen en Brabant. In zijn kerken is veel samenwerking met andere kerken op het terrein van evangelisatie, maar een manco vond hij dat deze oecumene "niet echt zakt in de structuren van de gemeente". Ds. Purboyo W. Susilaradeya uit Arnhem, predikant van de Indonesische Christelijke Kerk in Nederland, vond dat veel kerken alleen met zichzelf bezig zijn. Hij herinnerde aan een spreekbeurt in een Nederlandse gemeente over: 'hoe wij gemeenschap beleven'. Op zijn vraag hoe het Samen-op-Weg-proces beleefd werd, bleef het stil. Ds. Susilaradeya: "AIs het erop aan komt willen we helemaal niet open staan voor de ander". Nederlands Dagblad, 28 april 2001 |
|
Homepage COGG |