En allen die daar dichtbij zijn...
Veenendaal, ds. J. de Jong
Doorgeefbrief 19, mei 1999
...aan de gemeente van God te Korinthe, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwegen de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen... (Zie het geheel van 1 Kor. 1: 1 t/m 3).
...aan de gemeente van God die te Korinthe is, met al de heiligen in geheel Achaje... (Zie het geheel in 2 Kor. 1: 1 en 2).
Het is een merkwaardig verschijnsel, dat wij in de regel gemakkelijker ons inspannen voor mensen op het zendingsveld, dan voor zusters en broeders die binnen handbereik zijn. Als je er over nadenkt, is dat heel vreemd.
Er zijn allerhande zaken, die het leven als christenen en als kerkleden raken, die we wel met een zeker gemak exporteren naar 'ginds', maar die we weigeren als ze ons binnen de gemeente hier waar we verblijven, worden aangeboden of worden voorgesteld. Als het ver van ons bed is, zijn we soms ruimer dan dichtbij.
Al lezende in de brieven van Paulus aan Korinthe, heb ik wat langer dan gewoonlijk stilgestaan bij de eerste aanhef van die brieven. En toen ik ze meende te begrijpen diende het opschrift boven deze meditatie zich bijna als vanzelf aan. Wie bijbelvast is en/of een goed geheugen heeft, zal wel weten, dat het opschrift een beetje gewijzigd (met opzet), enkele woorden uit Handelingen 2 zijn, nader bepaald: uit de pinksterpreek van Petrus. Alleen heeft Petrus het over Gods belofte niet alleen voor de joodse hoorders toen en daar, maar hij betrok ook het Evangelie op 'allen die daar verre zijn'.
Voor ver moest je ook aandacht hebben. Aandacht voor dichtbij sprak vanzelf.
Nu hebben wij (als kleine kerken) een heleboel over voor de zendingswerkers en het eigenlijke werk. We vinden dat het daar best een beetje anders mag toegaan dan hier. AIs er sommige inhoudelijke punten van verschil zijn, zijn we redelijk tolerant. Ik dacht: hoe komt het toch, dat wij als kerken die gerefor-meerd/evangelisch zijn, toch zoveel struikelblokken op de weg naar elkaar niet alleen aantreffen, maar die zelfs neerleggen. We timmeren de kerk eerder dicht uit angst voor invloed van buiten, dan dat we honoreren, dat die naar ons idee 'ver weg staan', toch in werkelijkheid zo dichtbij ons staan.
Korinthe buitenstebinnen
Het houdt me bezig, dat Paulus als hij aan Korinthe gaat schrijven, zich in het geheel niet enghartig tot de schapen van de Korinthische kudde beperkt. Allereerst, denk ik, omdat de gemeente in Korinthe een soort streekgemeente was. Of - en voor sommigen is dit een woord uit hun eigen kerkverband - een soort regiofunctie had. Het laat zich verstaan, dat er allerlei mensen tot geloof kwamen, die niet allemaal in de plaats Korinthe konden of wilden wonen. Wat hen met de gemeente in Korinthe verbond, was niet de directe woonplek, ook niet direct het op de eerste dag der week in één en hetzelfde gebouw zitten. Het lag veel principiëler.
Paulus schrijft aan Korinthe en tegelijk ook aan hen, die allerwegen de naam van onze Heer Christus Jezus aanroepen. In de tweede brief (althans voor ons de 2e brief, er zijn meer Korinthebrieven van Paulus dan die wij kennen), is het al net zó. Hij schrijft weer naar Korinthe en tegelijk 'met al de heiligen in geheel Achaje'. Dat was betrekkelijk dicht bij huis! Dat waren broeders en zusters, misschien bezig een minigemeente te vormen in de omtrek.
De apostel heeft weet van anderen in de regio, die hij als het ware screent op één belangrijk punt: wat ze gemeen hebben en moeten hebben. Dat is: het kennen en het aanroepen van de Heer Jezus Christus. Paulus wist, dat je je in dat geval niet van de ander kunt ontdoen. Je moet ze de hand reiken. Voor zover ze in de regio zijn en hopen op en werken aan gemeentevorming, weet de apostel zich met hen verbonden.
Wie de wil van de Here doet, die is mijn zuster en broeder en moeder! Leg daar nu eens naast onze pogingen of het opzeggen van pogingen om met de ander in onze eigen plaats of daaromheen samen op te trekken. Dan is het een passen en meten van jewelste. En als we bijna weer 'verbondenheid' hebben ontdekt, is er al weer een nieuw punt gevonden, wat 'de eenheid in de weg staat'.
Wie gewend is om niet alleen in 'Korinthe' te werken, maar ook ver in de regio, en allerhande kinderen van God en belijders van de Naam Jezus Christus gewend is te ontmoeten, die heeft het bitter moeilijk. In de wereld zoeken we als het bijvoorbeeld om de handel gaat, alles te benutten, wat maar aan ons doel kan bijdragen. In de kerken echter (en laat ik dan aan 'de gereformeerde gezindte' denken, een overigens moeilijk te hanteren begrip) lijken we soms niet eerder tevreden te zijn om in één adem met 'Korinthe' te kunnen noemen, dan wanneer we zusters en broeders binnen handbereik zóver hebben, dat ze bijna een kopie van ons vormen. Ik wil wel klare wijn schenken en een concrete 'uitspraak' doen: wat er tussen NGK, CGK en GKV ook nog te praten valt, dat zou allemaal moeten gebeuren als we eerst maar eens honoreerden wat de apostel doet als hij naar Korinthe schrijft.
Misschien lag dat anders wanneer hij naar de plaats X een brief schreef, maar hier reikt hij de broederhand aan hen, die in de regio zijn. Wij moeten dicht bij huis beginnen.
De toepassing van mijn mediteren over deze tekstgegevens is deze: voor die 'verre' zijn, lopen wij warm, met acties, met have en goed soms. Prima. Voor de royale beleving van eenheid met hen die 'dichtbij' zijn schrikken we terug. We hebben er, vrees ik, te veel bij verzonnen, waarom het er nog steeds niet van komt.
Ik weet niet, of de Here God ons nog veel tijd geeft, om eens een ander vertrekpunt te kiezen. Ik ben er wel diep van overtuigd, dat het niet aangaat, zelfs niet naar de Schrift is, om elkaar met andere maatstaven te meten en andere criteria te hanteren, dan die de apostel Paulus hanteerde.
Ja, allen die daar ... dichtbij zijn, oftewel: met al de heiligen in heel Achaje, allerwegen!
Dan toch zeker twee straten verder?
Terug naar overzicht Doorgeefbrief