De vreze des Heren in het kerkelijke beleid

ds K. T. de Jonge
Doorgeefbrief 8, april 1995


De vreze des Heren voedt op tot wijsheid,
en ootmoed gaat vooraf aan de eer. (Spreuken 15:33)

Zo langzamerhand staan we ook in de kerk met plannen maken ons mannetje. Her en der worden beleidsplannen gemaakt. Zonder beleid vaart geen kerk wel!
Als je de kerkelijke pers bijhoudt, schijnt ook de eenheid van kerken er niet zonder planning te kunnen komen: het SOW-proces is in handen van de managers terechtgekomen.
Voordat ik nu ga suggereren dat plannen maken in de kerk foute boel is, moet ik wat gas terugnemen. Het beroemde voorbehoud van Jakobus ("Indien de Here wil, zullen wij leven en dit of dat doen") richt zich niet tegen het plannen maken op zichzelf, maar tegen de secularisatie in het plannen maken: zonder met God rekening te houden. Spreuken 11:14 voorzegt zelfs de ondergang van een volk als er geen plannen gemaakt worden: "Als beleid ontbreekt, komt het volk ten val". Ik richt mijn kritiek meer op het vertrouwen in de gemaakte plannen. Wee de kerk die ten koste van wat dan ook het afgesproken traject zonder oog voor de kosten afjakkert.

Ik bevraagde Spreuken 15:33 met het oog op kerkewerk en eenheid.
Als je naar de eenheid in Christus zoekt, moet je plannen maken. Zonder kan niet. Maar hoe doe je dat? Hoe hanteer je ze? Wijsheid en eer zijn hier de doeleinden.
Wijsheid wil hier niet zeggen: kennis als macht, waartoe de samenleving de jongeren over de weg van de opleidingen jaagt. Eer is hier niet: de voorpagina van de krant halen. Dat kan ook moeilijk als het in hetzelfde woord gaat over 'de vreze des Heren' en 'ootmoed'. Zoals vaker in Spreuken bedoelt de eerste zin van vers 15 hetzelfde als de tweede, alleen met andere woorden.
Vreze des Heren, wat is dat? Niet: bang zijn voor God, maar: respect hebben voor God. Het weet hebben van de afstand. Hij is onze Schepper en wij zijn slechts zijn maaksel. Wij hebben een verheven God - daar doet de nabijheid van God in Christus niets van af. Die vreze des Heren uit zich ook: in het onderhouden van Zijn geboden. Door gehoorzaamheid aan Zijn woord laat je zien dat God de Verhevene en Heilige voor je is: je Schepper en Verlosser. Hij is de enige die onze levensweg weet. Als je God vreest wil je God leren kennen, ook al bewaar je afstand. Het is met God leven en omgaan. Omdat je gelooft dat je zó alleen deelt in het heil van God.

Ootmoed betekent ongeveer hetzelfde. Het nadert nederigheid. De slaaf die zijn plek moet weten. Psalm 123 zegt het zo: "Gelijk de ogen der knechten zijn op de hand van hun heren... zo zijn onze ogen op de Here, onze God, totdat Hij ons genadig zij". Tegenover God past ons een ootmoedige houding. Als je God vreest en ootmoedig bent, wil je voortdurend horen wat de Here van je weg zegt. En dan moet je voortdurend bereid zijn tot bijstelling.

Ootmoed en vreze des Heren zijn ook geen pro memorie-posten. Ze leiden tot een leven in geloof metterdaad. Het woord wijsheid wijst in die richting. Dan weet je je geloof in daden om te zetten. Eer wijst ook niet op een theoretisch christen-zijn, maar geloven metterdaad: je ontvangt eer van anderen om je optreden, om je levensstijl.
Om het plaatje compleet te krijgen: vreze des Heren voedt op tot wijsheid. Het beeld van de vroegere pedagoog dringt zich hier op: dat was de slaaf die de kinderen van de baas naar school bracht en ervoor moest zorgen dat ze niet spijbelden. Als je God vreest word je zo tot wijsheid gebracht. Dat kan die vreze des Heren doen met harde of zachte hand. De vreze des Heren oefent tucht over je uit en trekt je tot wijsheid.

In het kerkelijke (en persoonlijke) leven mogen 'vreze des Heren' en 'ootmoed' wel eens wat meer leidinggevend worden. We maken ons soms zo tot gevangenen van wat we zelf eens besloten hebben, in plaats van steeds weer te letten op wat God ons onderweg zegt. 'Wat wil God van ons in deze situatie?' is een betere vraag dan 'Wat hadden we toen besloten?' De vreze des Heren als de rode draad door ons kerkelijke leven zal ook meer kerkelijke toenadering mogelijk maken en waar die er al is die toenadering geestelijker houden.


Terug naar overzicht Doorgeefbrief