Verzoening

Doorgeefbrief 19, mei 1999
R. Kuiper

In de kerken en ook daarbuiten wordt vandaag meer en meer gesproken over 'verzoening'. Verzoening is het machtige aanbod en het grote werk van God in ons bestaan. Verzoening werkt ook heilzaam en verlossend in allerlei tussenmenselijke relaties. Er is allerwege een behoefte bespeurbaar naar deze verlossende kracht van verzoening.
Hoe moeten wij elkaar vergeven? Op welke manier moet verzoening plaatsvinden tussen mensen? De vraag naar vergeving en verzoening doet zich vandaag in tal van maatschappelijke situaties voor. Bij daders en slachtoffers van seksueel en ander ongewenst geweld, bij hoogoplopende politieke conflicten, bij echtscheidingen, bij vijandige verhoudingen tussen bevolkingsgroepen, bij economische uitbuiting van mensen, enz.
De moderne samenleving is een conflictueuze samenleving en er is veel schuldgevoel en haat in omloop. Maar hoe kan dit alles een uitweg vinden in een geseculariseerde, verzakelijkte en anonieme samenleving? Bij wie kun je terecht? Wat zijn de passende gebaren die als 'teken van verzoening' kunnen worden benut?
Opvallend is dat er vandaag veel wordt gedaan om mensen weer bij elkaar te brengen: bemiddelingspogingen, vredesgesprekken, verzoeningsprocessen. Koningin Beatrix sloeg enige tijd geleden de spijker op z'n kop door over het onderwerp verzoening te spreken in haar jaarlijkse kersttoespraak. Niet eerder is er bij mijn weten in een kersttoespraak zo rechtstreeks vanuit het hart van het christelijk geloof gesproken. Onze vorstin sprak over de noodzaak van boete en berouw als voorwaarde om met God en medemens in het reine te komen. Ze sprak ook over de bemoediging die uitgaat van hersteld vertrouwen, 'zeker wanneer wij ook in ons persoonlijk leven naar verzoening zoeken'. Gelukkig is het land met een staatshoofd dat met deze dingen bekend is en er tegenover het volk zo over spreekt!

De koningin had met haar toespraak het oog op de gemeenschap en op gemeenschapsherstel.
Onverzoenlijke tegenstellingen bedreigen de samenleving. Opgehoopte schuld, wrok en onverwerkt leed blokkeren goede onderlinge verhoudingen. Zonder bereidheid tot verzoening is er voor de gemeenschap geen toekomst. Ook buiten de kerk kent men de helende kracht van verzoening. Maar hoe gaat dat in z'n werk?
Kennelijk geïnspireerd door het werk van de Commissie voor Waarheid en Verzoening in Zuid-Afrika zei ze: "In landen waar aan langdurig onrecht en onderdrukking een einde is gekomen, wordt meer en meer gezocht naar wegen om samen vreedzaam verder te leven. Dat vereist een pijnlijk proces van openleg-gen van de waarheid en het onder ogen zien van leed dat is berokkend. Zo wordt gebroken met de slechte gewoonte het verleden te loochenen".
De koningin betrok deze boodschap echter ook op andere situaties: "Hiervan valt veel te leren, ook in kleinere verbanden en in eigen omgeving, waarin verhoudingen soms volledig verstoord kunnen raken... Boete doen en vergeving schenken openen de mogelijkheid tot herstel van gemeenschap".

Na de kerstdagen schreef het dagblad Trouw:
"Goed dat de koningin het over verzoening heeft, maar zou ze ook wat concreter kunnen aangeven waar ze precies aan denkt?" Dat probleem had ik niet. De toepassing van wat was gezegd kan iedereen in eigen omgeving wel maken. Toen de koningin was uitgesproken moest ik onwillekeurig denken aan het gereformeerde kerkelijk leven waarmee ik mij verbonden voel: kerken die op hetzelfde fundament staan en toch hun onderlinge tegenstellingen niet weten te overwinnen.
Wat betekent verzoening hier?
De kerken van de Reformatie kennen zonder twijfel een bewogen geschiedenis in ons land. Alleen al binnen het kader van de 'kleine oecumene' is dit zichtbaar. Ook hier is er sprake van pijn en verdriet vanwege geslagen breuken in het verleden. Ook hier is er verlangen naar eenheid en verzoening. Oude kwesties blijven opspelen en er is onverwerkt verleden dat doorziekt. We ervaren een zekere machteloosheid om elkaar als kerken te bereiken en te begrijpen. Ik hoef hier niet meer over te zeggen. Iedereen weet dat dit alles helaas het geval is in ons kerkelijk leven. We zijn mensen.
Welnu, om in de stijl van de koningin te blijven, het slechtste wat we kunnen doen is deze situatie te loochenen en er overheen proberen te leven. We kunnen en mogen niet tevreden zijn met een of andere modus vivendi voor het leven van alledag. Dat is niet het niveau waarop we als christenen zijn gesteld. Op verdeeldheid en onverzoenlijkheid rust bovendien geen zegen. We kunnen niet verzoening binnen de kerk verkondigen en het in onze relaties met anderen op dit punt laten afweten. Waar zijn onze onderlinge verzoeningsgebaren, onze 'Sühnezeichen'? Gaan de kinderen van de wereld dan inderdaad met meer overleg te werk?
Grote Verzoendag was een collectief moment van schuldvergeving en verzoening voor het hele volk Israël. Soms zou je wensen dat wij allemaal met gebogen hoofd op het tempelplein in Jeruzalem voor het aangezicht van God konden staan en dat er schoon schip werd gemaakt. Soms zou je wensen dat er een Jubeljaar aanbrak en de gemeenschap weer werd hersteld. Iedere lsraëliet maakte in ieder geval eens in zijn leven dit grote moment mee, waarop alle scheefgroei in verhoudingen en structuren in één ruk werd rechtgetrokken. Zo wilde de Here het in Zijn goedheid. Maar dit is toch ook precies wat Jezus Christus in ons midden wil komen doen! Zijn bloed is toch ook het zoenmiddel voor de kerk!

Bij Christus is de sleutel voorhanden. Wanneer we ons bereid tonen tot verzoening, belijden we de zaak van Christus in de wereld. Dat geldt voor al onze onderlinge verhoudingen, ook de kerkelijke. Nu doet zich het volgende voor: in de kerken van de Reformatie gaat de aandacht allereerst uit naar persoonlijke verzoening en schuldvergeving. Maar we handelen als kerken gemeenschappelijk in een complexe en gebroken kerkelijke situatie en ook deze werken zijn met zonden bevlekt.
Op welke wijze verootmoedigen we ons voor zonden en gebreken in het interkerkelijke verkeer? Nu komt het vaak moeizaam tot erkenning van deze dingen, omdat we er geen uitweg mee weten. Maar ontbreekt het ons niet gewoon aan vormen en manieren om collectieve schuld aan de orde te stellen? We hebben dus momenten van gemeenschappelijk verootmoediging nodig voor wat er op het gereformeerde erf aan kerkelijke gebrokenheid is ontstaan.
De bijeenkomsten van het Gereformeerd Appèl hebben in de afgelopen jaren gefungeerd als momenten van gemeenschappelijke verootmoediging. Velen met mij zijn daarvan onder de indruk geraakt. Dergelijke momenten zeggen meer dan duizend woorden. Ze helen wonden en kunnen een nieuw begin vormen in een verzoeningsproces. Dit zou niet alleen op particulier initiatief maar op kerkelijk initiatief moeten gebeuren.
Kan een plaatselijke of landelijke samenspreking eigenlijk wel slagen zonder een moment van verootmoediging en verzoening? Wat zou het goed zijn als kerken in hun onderlinge omgang hun 'Sühnezeichen' zouden oprichten.


Terug naar overzicht Doorgeefbrief