Samen blijven bidden
Doorgeefbrief 21, mei 2000
ds. J.M. Mudde, Enschede
Dat op zowel de voortrekkers van, als de deelnemers aan het Gereformeerd Appèl (GA) wel eens de vraag afkomt 'Hoe moeten we verder?', kan ik me goed indenken. Dat ligt in het karakter van het GA besloten. Het GA is immers vooral een gebedskring. Een landelijke gebedskring van christenen uit drie gereformeerde kerken, die verlangen naar kerkelijke eenheid. Spontaan in het leven geroepen, als hartenkreet, als uitlaatklep, als signaal, als motor, als een stukje vooruitgrijpen op wat hopelijk komen gaat...
Dit karakter geeft het GA iets kwetsbaars. Het is geen actiegroep van doeners met een programma dat puntsgewijs afgewerkt kan worden. Het is ook geen commissie die kan terugvallen op de status van door de kerken verleende taken en bevoegdheden.
Het is een gebedskring, die uitsluitend steunt op de innerlijke motivatie van de deelnemers. Een innerlijke motivatie die nooit tot direct resultaat leidt, maar als zaad is in de akker...
Geen wonder dat de vermoeidheid wel eens toeslaat en vragen rijzen als "Gaan we nog verder, en zo ja, hoe?"
Het belangrijkste is, dat er gebeden blijft worden, dat er gezamenlijk door christenen uit de verschillende kerken om eenheid gebeden blijft worden. Het GA biedt deze mogelijkheid en mijn gedachte is: laten we daar heel zuinig op zijn.
De weg van het gezamenlijke gebed is zo belangrijk omdat het de enige weg is die naar kerkelijke eenheid leiden kan. Ook als we op die weg van andere middelen gebruik maken, blijft het de weg van het gebed die we bewandelen.
Samen bidden, allereerst omdat wij uit onszelf werkelijk onmachtig zijn om kerkelijke eenheid dichterbij te brengen. Wat hebben we de HERE Zelf nodig, Zijn Geest, die ons overtuigt van de noodzaak van kerkelijke eenheid, die dwars door ons harde hart en de onbuigzame kerkelijke structuren heen de weg tot eenheid plaveit, die de herkenning in Christus voedt, volharding geeft, nederig maakt en liefde bewerkt.
Samen bidden, ten tweede, omdat er in het gesprek met God zoveel met ons gebeurt. In het gebed komen we voor God. Voor de ene God, de heilige God, de God die in het kruis van God de Zoon, de eenheid tussen hemel en aarde hersteld heeft. Hoe gaat Hij tot ons spreken als wij tot Hem bidden! Nergens krijgt de drang tot eenheid van mensenkinderen die deze God dienen zo 'n sterke impuls als voor Zijn aangezicht. Nergens ook krijgt de schaamte om de zondige kerkelijke gebrokenheid zo 'n dieprode kleur als wanneer we Hem samen onder ogen komen. Nergens ook wordt de hoop op kerkelijke eenheid zo gevoed als in gesprek met Hem, de Bruggenbouwer bij uitstek. Hoe zegenrijk is alleen al het gezamenlijke verschijnen voor het aangezicht van deze God!
Het is dit gezamenlijke gebed, waarin vanaf het begin de bestaansreden van het GA gelegen is. Om samen te bidden komen de deelnemers uit verschillende delen van het land. Natuurlijk heeft het GA ook andere functies. Die van ontmoetingsplaats, hartenkreet, uitlaatklep, vooruit grijpen op datgene wat hopelijk komen gaat, etc.
Maar het eigene van het GA is vooral dat christenen uit de 'kleine' gereformeerde kerken samen bidden.
En van dit eigene, deze kracht die in zwakheid volbracht wordt, zou ik willen zeggen: wat goed dat dit er is.
Het GA is geen doel in zichzelf en vervangbaar.
Maar, als het opheffen van het GA zou betekenen, dat het gezamenlijke gebed gestaakt wordt, beste voortrekkers, trek dan die kar alsjeblieft nog een tijdje langer.
Het doet er niet toe in welke opzet, centraal, decentraal, lokaal, als we samen voor Gods aangezicht maar blijven hunkeren naar de eenheid van Christus' kerk.
Zelf hoop ik van die mogelijkheid gebruik te blijven maken, hopelijk met vele anderen, tot het moment dat het niet meer nodig is...
Terug naar overzicht Doorgeefbrief