Meditatie op gebedssamenkomst

Amersfoort, 5 september 2009

Duur gekocht

Handelingen 20:28

Ik hou van de golven, de wind, de zee. En mag dan ook graag langs het strand banjeren. Allerlei ballast even lekker laten wegwaaien. Diep inademen. Even naar het strand: ik kom er meestal opgekikkerd vandaan. ...ds. A. de Snoo
Hoe zullen de broeders uit Efeze thuisgekomen zijn? Na hun gezamenlijke strandwandeling bij Milete? Een bijzonder kerkenraadsuitje. Mooi, het weerzien met Paulus. Maar hoe aangrijpend ook. Ze wisten dat ze hem nooit weer zouden zien. En hoe ernstig is ook zijn afscheidswoord. Eerst die persoonlijke terugblik, vervolgens een niet vrolijk vooruitzicht. Allebei bloedernstig!
Vers 26: “hierbij verklaar ik dat ik rein ben van het bloed van allen”. Paulus heeft zich er maar niet van af gemaakt. Maar met volle inzet zich gegeven aan zijn werk: de verkondiging van Gods liefde en het vertrouwd maken met Gods wil.
Aan hèm ligt het niet als mensen nu nóg Gods weg niet kennen of willen gaan. Hij zei dat maar niet om zichzelf een compliment te geven. Maar wel om hún temperament te geven. Ze aan te sporen nu ook op hun beurt te gáán voor hun roeping: trouwe herders te zijn voor de aan hun zorg tóevertrouwde schapen.
Iemand merkte op dat Paulus’ afscheidswoord van de kerkenraad te Efeze sterk doet denken aan de profeet Ezechiël. Ezechiël wiens werk in Ez.33 wordt vergeleken met een wachter in oorlogstijd. Iemand die de stad op tijd moet waarschuwen: de vijand komt er aan! verzuimt hij dat, dan is híj schuldig aan het bloed dat door zijn onachtzaamheid wordt vergoten...

Een hoofdstuk verder, in Ezech.34, volgt nog een ander beeld, dat van een herder: ’wee, herders die alleen zichzelf weiden, maar de schapen aan hun lot overlaten’. Bij Paulus zie je aansluiting bij zowel het een als het ander. Na eerst over z’n eigen wachterschap te hebben gesproken, zegt hij tegen de broeders uit Efeze: ’reken maar dat er wolven op de loer liggen. Als jullie geen trouwe herders zijn....’
Maak dus werk van de kudde. Zorg goed voor haar. En wat voert hij dan aan als belangrijkste argument? Het gaat om Gods gemeente “die Hij verworven heeft met het bloed van zijn eigen Zoon”.
Het gaat hier wéér over bloed. Maar nu niet van de mensen die gewaarschuwd of geweid moeten worden. nee, om wélk bloed?
En dan citeer ik even de Statenvertaling: (weid de gemeente Gods) “welke Hij verkregen heeft door zijn eigen bloed”.

Een vertaling die je terecht ook weer terugziet bij John van Eck in zijn nieuwe commentaar op Handelingen: “Let op jullie zelf en op de hele kudde waarover de Heilige Geest jullie als opzieners heeft aangesteld om de gemeente te weiden die God zich met zijn eigen bloed verworven heeft.”
Zijn eigen bloed... Dat gaat over God! Natuurlijk, daarmee is de Here Jezus, Gods Zoon, bedoeld, maar hoe laat juist Paulus’ korte zegging de grootheid van Gods liefde zien. “Zijn eigen bloed.”

Met een gemeente die God zoveel heeft gekost, mogen wij niet achteloos omspringen. Om Christus’ wil past ons inzet voor haar. Inzet voor haar heiligheid en veiligheid en eenheid. Zeker als je weet van wolven. Geef ze geen kans de schapen uit elkaar te jagen! Gá als herders voor je kudde.
Dat is niet hetzelfde als: ga stuk voor stuk voor je eígen kudde. Nee, juist omdat de kerk maar niet van ons is, maar van onze Heer, zal haar leven vóór de Heer ons een zorg zijn. Ook haar samenleven voor de Heer. Dat is maar geen vrome wens van idealisten. We weten ons ertoe geroepen.
Bij monde van die broeder op het strand van Milete.
Om de bloedernstige woorden die hij daar sprak. Wat waren het tegelijk wárme woorden. Waarin je zijn hart hoort kloppen voor de kerk van de toekomst. Wil er ook in een toekomst vol wolven van een kerk sprake zijn dan hebben de schapen nú trouwe herders nodig. Die maar niet uit hobbyisme gaan voor kerkelijke eenheid, maar om Christus’ wil. Om zijn kostbaar bloed en zijn leerzaam voorbeeld.

Nog even over vers 35: daar herinnert Paulus aan een woord van Jezus, dat we zo uit de Evangeliën niet kennen. Maar wat kennelijk daar buitenom bewaard was gebleven. Heel typerend voor Jezus: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.” Ik zou het vanavond ook op alle werken aan kerkelijke eenheid willen toepassen. Het wordt met die eenheid niets zolang we voor onze eígen zaken blijven gaan.
Eerste vereiste is: de kerk zien als gemeente van Christus. Vervolgens kénnen de gezindheid van Christus: geven. Geloof maar dat er dan ook veel te ontvangen valt!

Ds. A. de Snoo, GKv, Leiden


Terug naar overzicht gebedsavond