Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, 4 oktober 2004
Ds. Atze Buursema n.a.v. Lukas 7 vers 11 - 18
Afgelopen voorjaar heeft de kerk, waar ik dominee ben, de classis het voorstel gedaan over te gaan tot erkenning van de Nederlands Gereformeerde Kerk. Al vanaf 1986 waren er gesprekken en nu, na bijna 20 jaar, was het dan eindelijk zo ver. Het grote moment.
De andere Amersfoortse kerken waren allemaal bezocht. Hadden het hele verhaal te horen gekregen. Hadden vragen kunnen stellen, die we zo goed mogelijk probeerden te beantwoorden. En bovendien werd er een boekje verspreid waarin alles nog eens uitgebreid viel na te lezen. We hadden dus goede hoop op een goed resultaat. Op de classis volgde de kater.
O, nee, niet dat ons voorstel werd afgewezen, maar wel dat over een aantal punten nog verder zou moeten worden doorgesproken. Ongehuwd samenwonen en nog wat. Nee hè, denk je dan. Dat zie ik helemaal niet zitten. Over die punten hebben we uitgebreid gesproken. We hebben een soort van consensus gevonden en daar moeten we dan nu weer op terugkomen? Ze zien ons aankomen. En laten de Nederlands Gereformeerde Kerken vlak daarna dan ook nog eens besluiten - nou ja, het is een voorlopig besluit - het ambt van ouderling en predikant open te stellen voor vrouwen. Ik weet niet hoe het u gaat, maar mij zakt de moed dan wel eens in de schoenen. Waar zijn we mee bezig?
Ja, en dan gaan we vanavond weer bidden. Maar heb ik er nog echt vertrouwen in dat het ooit nog wat wordt tussen ons? Dat dit heel wordt?
En toch…toch geef ik de moed niet op. Toch blijf ik hopen, bidden, verwachten. Waarom?
Omdat ik geloof dat Christus heelt. Het gaat er bij mij gewoon niet in dat Christus deze gebroken situatie zo zal laten voortbestaan. Dat past niet bij Hem. Dat past gewoon niet bij Hem. Christus maakt heel. Hij wordt toch niet voor niets Heiland genoemd?
Heiland, zo noemen de engelen Hem. Heiland, zo noemt Petrus Hem. En Paulus. En Johannes. En Judas. Johannes zegt over hem: wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Heiland van de wereld.En dat zie je toch ook.
Hier: het gedeelte dat we zo-even lazen. Een vrouw, een moeder bij het dode lichaam van haar zoon. Ze is ontroostbaar. Het is haar enig kind. Verscheurd door verdriet. En wat gebeurt er? Jezus spreekt haar aan. “Hé, niet huilen. Niet huilen”. Dan loopt Hij naar de baar. Raakt de baar aan en zegt: “Jongen, Ik zeg je: sta op!”. En wat gebeurt er? De jongen komt overeind en begint te spreken. Ja.
Maar dat vind ik niet eens het mooiste. Dat wat er na komt. Dat vind ik zo mooi hè: “en Hij gaf hem aan zijn moeder”. Ziet u het? Die moeder en die jongen zijn voorgoed van elkaar gescheiden. Tussen hen ligt de kloof van de dood die er voor zorgt dat het nooit meer goed komt. Maar wat doet Jezus? Jezus maakt het onmogelijke waar. Zijn ene hand is bij de moeder, zijn andere hand reikt tot in het dodenrijk en Jezus heelt wat voor altijd gebroken leek.
Nou, als dat nu mijn Heer is. Mijn Heiland. En als Hij dan ook nog eens de breuk met God heelt. Zijn ene hand bij de Vader, zijn andere over de kloof heen naar mij. Als Hij Heiland wordt genoemd, als Hij Heiland is, zou ik me dan laten ontmoedigen door een weerbarstige werkelijkheid? Zou ik dan ophouden met bidden? Niet meer verwachten? Zou ik dan de hoop op herstel van zijn kerk en heling voor zijn kerk opgeven? Ik wil niet te klein van Jezus denken. Nooit kan’t geloof te veel verwachten.
In mijn Heiland zelf ligt de grond voor de verhoring van mijn gebed.
Terug naar overzicht gebedsavond