Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, 6 september 2008
ds. A. van Houdt
De hand op de troon
Exodus 16:8-16.
Hebt u er nog moed op, op kerkelijke eenheid?
Gemengde gevoelens maken zich van ons meester.
In sommige plaatsen zijn ze heel ver gekomen met elkaar.
Op andere plaatsen leven we totaal langs elkaar heen...!
Synodes hebben intussen weer gesproken.
En naar goed gereformeerd kerkrecht aanvaarden we die
besluiten als bindend, of niet soms?
De Christelijke Gereformeerde Synode heeft het federatief
groeimodel met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt afgeblazen.
De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt houden het met de
Nederlands Gereformeerden vooralsnog op verkennende
gesprekken.
Ik heb natuurlijk ook het nodige commentaar op die uitspraken
gehoord en gelezen.
Voor sommigen is het een opluchting. Voor anderen een steen des aanstoots. Zijn we nog gemotiveerd om te werken aan eenheid? Of is het ons wel goed zo? Gelooft u nog in de kracht van het gebed, dat we samen voor de troon van de HEERE brengen? De HERE bracht mij bij de voorbereiding op deze avond de biddende Mozes te binnen. U kent het verhaal wel. Amalek heeft Israel in de woestijn op een laffe manier aangevallen.
De ouderen, de jeugd en de vrouwen waren het doelwit. Zwak! Daar komt nog iets bij. Bij Rafidim had Amalek een kamp opgeslagen. Daardoor kon Israel geen water putten uit de bron. De tegenaanval wordt ingezet onder leiding van Jozua. Mozes klimt de berg op om te bidden voor het volk dat beneden aan het strijden is. Boven gekomen steekt hij zijn staf op naar de hemel. Alsof hij zeggen wil: kijk eens, HERE, weet U het nog, wat U mij met die staf hebt laten doen! Grote tekenen en wonderen hebt U er mee verricht bij de exodus en bij de doortocht door de Rode zee.
Dat heeft wat betekent voor deze man op leeftijd!
Als Mozes handen moe worden is Amalek aan de winnende
hand.
De hulp van de HERE is er alleen als Mozes zijn handen
omhoog houdt en bidt. “Mijn bee, met opgeheven handen, klim voor Uw heilig aangezicht!”
Niet de staf als symbool van wondertekenen, maar het gelovig
gebed opent de weg naar Gods reddende aanwezigheid.
Opvallend is dat dit gebed blijkbaar aanhoudend moet
doorgaan.
Het is biddend leven in ootmoedige afhankelijkheid: HERE,
zonder U wordt het niets.
De HERE heeft beloofd met ons te zijn, alle dagen.
Maar het wordt alleen werkelijkheid als we voortdurend
leven in afhankelijkheid..
Soms is dat moeilijk vol te houden.
Mozes houdt het ook niet vol. Althans, niet in z’n eentje.
Hij raakt volkomen uitgeput. Armen als blokken beton.
Maar gelukkig zijn daar de broeders. Aäron en Hur. “Ga jij maar zitten op die steen, Mozes, wij zullen je opgeheven
handen ondersteunen.”
Samen staan ze sterk in het gebed.
In de weg van deze voortdurende voorbede komt God tot
Zijn doel met Zijn volk.
Ze zijn maar met een paar, Aäron, Mozes en Hur. Zo weinig
maar. ’Gij hebt kleine kracht.’
Maar de afloop van de strijd hangt - middelijkerwijze – af
van wat zij met z’n drieën doen.
Hoeveel leden tellen we samen als kerken?
Meer dan tweehonderdduizend broeders en zusters. Geen megakerk en geen arena zou ze allemaal kunnen bevatten.
Maar bidden om eenheid zouden we wel met z’n allen moeten
doen, in het geloof, dat het zonder Christus niet kan.
Toch was dat kleine groepje op die heuveltop van doorslaggevend
belang.
Drie mannen concentreerden zich op het gebed.
De anderen moesten werken aan de overwinning.
Dank God als er ootmoedige bidders in het midden van de
gemeenten en onze kerken zijn.
Als Amalek verslagen is richt Mozes een altaar op.
Hij geeft aan die hoop stenen een betekenisvolle naam: de
HERE is mijn banier.
De overwinning is niet bevochten door het zwaard van welke
vechtjas ook.
De overwinning is van de HERE.
Niet door kracht, noch door geweld, maar door Zijn Geest zal het geschieden. En Mozes zei er ook iets bij: de hand op de troon van de HEERE. Een prachtige beeldspraak voor het gebed. Tot op vandaag kun je er afbeeldingen van zien. Oud-oosterse koningen, zittend op hun troon. Voor hen, op de grond, liggen mensen. Hun handen uitgestrekt naar de troon. Dat is de houding van een smekeling. Een smekeling, zo kom ik tot Uw troon, zingen we vanavond met Psalm 119.
De hand op de troon van de HERE.
Wat een indringende les! En wat een motivatie om er bij te
zijn vanavond.
Zonder gebed gaat het niet, zonder smeekbede is er voor de
kerk geen toekomst.
Mozes heeft een les getrokken uit de overwinning.
Hij heeft die les aan Israel meegegeven en wij mogen er van
leren vanavond.
Het mag! Je mag de hand op de troon van de HERE leggen.
Zijn mijn handen dan niet te vuil?
Handen zijn een symbool van het hart.
Wiens hart is zuiver?
Wie durft te zeggen dat Hij zo maar naar de HERE mag toegaan?
En toch, het mag, je mag de hand op de troon van God leggen.
Want wie ontmoeten we daar?
Johannes vertelt het ons in Openbaring 5:6.
Hij zag midden in de troon een Lam staan, als geslacht.
Om het Lam en door Het Lam mogen we naderen tot de
HERE.
Hij is onze Voorspraak, onze advocaat.
Om onze grote Hogepriester hebben verloren zondaren vrije
toegang tot de troon van de genade.
Ons gebed komt daar aan en het komt daar over.
Het Lam is toch geslacht voor Zijn bruid, de kerk van alle
tijde.
Bidden voor kerkelijke eenheid is bidden om herstel van het
Lichaam van Christus, verdrietig gescheurd en uiteengerukt.
En dan beseffen we, het is: bidt en werkt. Hier wordt gebeden en daar wordt gewerkt, op plaatselijk
niveau,
de één in een samenwerkingsgemeente, de ander met kanselruil,
een derde probeert in contact te komen met de gemeente,
die niets van samenspreking weten wil.
We werken door, ook op het niveau van deputaten, en luisteren
daarbij goed naar onze kerkelijke vergaderingen om de
door hen nog aangewezen hobbels serieus te nemen. En we
gáán er voor ze in eerbiedige gehoorzaamheid aan Schrift en
belijdenis weg te nemen, zo de HERE wil.
Kerkelijke Eenheid bereik je niet door de verschillen weg te
masseren, maar door ze te benoemen en door te spreken
en zo mogelijk uit de weg te ruimen. Daarbij denk ik niet
exclusief aan de kerken in onze driehoek GKv, CGK en NGK,
maar ook aan de bevindelijk-Gereformeerden, de Hersteld
Hervormde Kerk voorop, waarmee inmiddels ook hartelijke
contacten mochten worden gelegd.
Hebt u er nog moed op?
Krijgt u de gevouwen handen nog omhoog?
De steun aan elkaar is prachtig. Maar de steun die we van
boven ontvangen is méér.
Onder ons zijn eeuwige armen, die ons ondersteunen als
onze armen zwaar worden.
Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij
weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de
Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte,
die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.
(Romeinen 8)
Zoals Mozes bad voor Israel, zo bad Christus voor Zijn discipelen
en voor heel de kerk.
Opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij,
dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat
Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk
Gij Mij liefgehad hebt.
We hebben een biddende Hogepriester, die altijd voor ons
pleit.
Zou God niet gevoelig zijn voor ons gebed van vanavond, als
we het achter Christus aan bidden en als wij onze hand op
dat gebed van Zijn Zoon leggen en zo de hand op de troon
leggen?
Terug naar overzicht gebedsavond