Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, september 2006
Prof.dr. B. Kamphuis
Geen tijd verliezen
Efeziërs 3:14-21
De tijd dringt! Dat zeg je als je bezorgd bent. Je hebt een belangrijke afspraak en je bent bang dat je niet op tijd komt. Je wordt opgehouden, maar je zegt: ik heb nu echt geen tijd meer. Ik moet weg, anders kom ik te laat. Je kijkt op je horloge. De tijd dringt! Het motto van deze avond is bepaald niet zorgeloos.
Geen tijd verliezen, die titel heb ik boven mijn meditatie gezet. Daar klinkt misschien zelfs ergernis in door. Er moet iets belangrijks gebeuren, maar voor jouw gevoel verdoen de anderen hun tijd met onbenulligheden. Dán zeg je dat: “Mensen, laten we geen tijd verliezen. We komen niet toe aan dat waar het echt om gaat”. Dat gevoel heb ik nogal eens op vergaderingen, als de tijd voorbijgaat met formaliteiten. Laten we nu eens eindelijk spijkers met koppen slaan. Geen tijd verliezen, zeg je dan geërgerd.
Toch is er in mijn hart ook die zorg en ergernis. Ik heb het toenemende gevoel dat wij bezig zijn het goede moment voorbij te laten gaan. Er is indertijd, een jaar of zeven, acht geleden, het moment geweest dat wij elkaar hebben erkend als kerken van de Heer Jezus Christus. Een prachtig moment. Maar eigenlijk is er daarna, landelijk gesproken, niet zoveel gebeurd. Wel veel mooie gesprekken en goede voornemens, maar daar is het toch wel zo’n beetje bij gebleven. Gelukkig is er plaatselijk wel heel veel toenadering. Maar dat heeft weer als neveneffect dat plaatselijke en landelijke ontwikkelingen erg ver uit elkaar gaan lopen, met alle complicaties en ergernissen van dien.
Steeds meer vraag ik me af: zijn we het momentum niet kwijtgeraakt? Hebben wij de goede kansen niet laten lopen? Hebben wij niet teveel tijd verloren? Ik merk dat als ik met jonge mensen praat over kerkelijke eenheid. Plaatselijke samenwerking vinden ze zo vanzelfsprekend, dat ze er nauwelijks meer warm voor lopen. Voor de landelijke ontwikkelingen hebben ze alleen maar een schamper lachje over. Natuurlijk ben ik het daar dan niet mee eens. Ik heb het dan over de vele mooie dingen die gebeuren onder Gods zegen. Toch bekruipt ook mij dit angstige gevoel: we verliezen tijd. Straks hebben we de boot echt gemist.
Ik denk dat dat ook geldt voor de gesprekken die tussen de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gevoerd worden. Daar ben ik alleen maar zijdelings bij betrokken geweest. Maar mijn indruk is dat wij ook daar bezig zijn het goede moment te laten verlopen. Er zijn gesprekken geweest over de plaats van de belijdenis in de kerk, waarin we elkaar en elkaars motieven heel goed begrepen hebben. Maar eigenlijk is daar toch maar weinig mee gedaan. Ondertussen gaan de ontwikkelingen in beide kerkgemeenschappen verder en we dreigen weer verder uit elkaar te drijven. Ook hier botsen plaatselijke en landelijke ontwikkelingen. Ook hier dreigt onverschilligheid in plaats te komen van enthousiasme. Hebben we ook in deze contacten niet teveel tijd verloren?
Wel, dat is de zorg en de ergernis waarmee ik naar deze avond ben gekomen. Maar nu zijn we hier om samen te bidden. En bidden, dat betekent: je legt je zorgen en je ergernissen af. Je legt ze neer bij God. Je vergeet die bezorgde titels: De tijd dringt! Geen tijd verliezen! Want je neemt alle tijd op die plek waar je nooit tijd verliest, voor de troon van God.
Wij zien dat in Efeziërs 3 Paulus doen in de gevangenis. Hij knielt neer op de vloer van zijn cel en richt zich tot ‘de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde’. Ik vind dat een prachtige vertaling van vers 15 in de NBV. God de Vader is de vader van elke gemeenschap. Echte gemeenschap, echte relatie, in hemel of op aarde, is alleen maar mogelijk dankzij God onze Vader. Ook kerkelijke gemeenschap is niet iets wat wij kunnen stichten of in stand houden. Wij kunnen het alleen maar ontvangen van God, totaal afhankelijk van zijn liefde.
Hoe ontvangen wij dat? Wij ontvangen het als God ons kracht geeft door de Geest (vers 16) en als door het geloof Christus in onze harten komt wonen (vers 17). Dan zal de liefde ons leven beheersen, omdat wij de oneindige liefde van Christus mogen leren kennen (vers 19).
Maar die liefde leer je kennen, zegt vers 18, met alle heiligen. Omdat God de Vader is van elke gemeenschap, daarom leer je alleen in de gemeenschap met elkaar zijn genade kennen. Je hebt elkaar nodig. Anders zie je aan die oneindige liefde van Christus voorbij.
Dat leert mij iets over de verhouding van eenheid en waarheid. De afgelopen dagen heb ik een paar mailtjes ontvangen naar aanleiding van mijn deelname aan deze gebedssamenkomst. Ik werd daarin ernstig vermaand, omdat ik zou vergeten dat eenheid alleen in de waarheid kan bestaan. Maar ik ben het daarmee juist van harte eens. Eenheid kan alleen in de waarheid bestaan. Dat zie ik ook in deze tekst. Met alle heiligen leer je de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte begrijpen, van Gods wonderbaarlijke liefde in Christus. Gods heilsplan, de waarheid van het evangelie in zijn totaliteit, in alle dimensies, daarop ben je met elkaar gericht. Een christen kan nooit onverschillig staan tegenover de waarheid. Kerkelijke eenheid mag nooit ten koste gaan van de waarheid. Echte kerkelijke eenheid is juist daarop gericht: op het steeds beter leren kennen van Gods waarheid in Christus.
Maar er is ook een andere kant aan. Want de waarheid leer je kennelijk alleen maar echt kennen ‘met alle heiligen’. Gods liefde in Christus is zo groot, de dimensies ervan zijn zo alomvattend, je hebt elkaar heel hard nodig om er iets van te leren zien. Zonder eenheid zal de waarheid je vreemd blijven. Wil je dat leren kennen, wat alle kennis te boven gaat, de liefde van Christus, dan kun je niet zonder elkaar.
Dus het is waar: geen eenheid zonder waarheid. Dat is het gelijk van mijn bezorgde mailschrijvers. Daarom spreken we bijvoorbeeld ook als kerkgemeenschappen met elkaar over de plaats en de inhoud van de belijdenis. Maar het is ook waar: geen waarheid zonder eenheid. Ik heb de gemeenschap nodig, die de Vader van elke gemeenschap sticht. Anders blijft de waarheid mij vreemd.
Daarom leggen wij vandaag onze zorg en onze ergernis neer bij de Vader in de hemel. Geve Hij ons de eenheid, waarin wij de waarheid leren zien. Geve Hij ons de trouw aan de waarheid, waarin alleen onze eenheid kan bestaan.
Hij is de God, die ‘bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken’. Hij kan onze zorg beschamen. Hij kan onze ergernissen wegnemen. Hij kan ook in gereformeerd Nederland van 2006, ondanks al onze tijdverspilling en traagheid, grote wonderen doen. Hem zij de eer, in de kerk en in Christus Jezus, nu en altijd.
Terug naar overzicht gebedsavond