Meditatie op gebedssamenkomst
Almelo, 23 november 2002
Ds. E.C. Luth
Een volk in stress zagen we in I Kron. 20.
Maar ook een volk dat in die stress zijn rustpunt mocht vinden.
Rond een koning die ging bidden.
Waar vind je dat nog.
Maar wat een krachten komen er dan wel niet los!
Ds. Van de Lind had het over grote dingen die dan gaan gebeuren.
Nou kijk maar: opeens gebeurt er wat met Jachaziël, een Asafiet.
Hij staat daar op vanuit het koor van die zangers en hij krijgt me toch de Geest.
Ja, met een hoofdletter welteverstaan.
Prachtige momenten zijn dat in het OT als over een zoekend en wanhopig volk plotseling de hemel breekt en de zon van Gods gerechtigheid gaat stralen.
Gods Geest nam in die tijd niet vaak iemand zo te pakken als hier Jachaziël.
En vaak bleef het dan ook bij een enkeling.
Maar als het toen al zo kwam, wat mogen wij vandaag dan wel niet verwachten?!
Op het Pinksterfeest stroomden sloten aan geestesgaven in bakken uit de hemel.
En de stroom is nooit meer opgedroogd.
Want die stroom komt bij Jezus’ Vader vandaan.
En zijn Vader wil onze Vader zijn, als wij biddend om ontferming en om een nieuw reveil en om een nieuwe eenheid gelovig naar Hem opkijken.
Vaders geven hun kinderen graag wat ze nodig hebben; daarom wil God ons graag gul zijn Geest geven als wij Hem erom bidden (Luk. 11,13); dat heeft Christus zelf gezegd.
We hebben wel eens de neiging om bij alle tegenslag die kerkelijke eenwordingsprocessen ondervinden heel ‘vleselijk’ te gaan denken.
‘Met al die stoffige officiële samensprekingen wordt het toch nooit wat.’
Maar met zo’n houding demobiliseer je de krachten van de Geest.
Blijf hopen verwachten en bidden en uitkijken naar de ongelooflijke dingen die God door de Geest nog voor ons in petto heeft.
Woorden van boven kreeg Jachaziël in de mond.
Als hij alleen om zich heen had gekeken had hij – net als die soldaten van het vb in het begin – wel anders gepiept.
Maar nu roept hij: Niet bang zijn mensen.
Zo had hij het trouwens ook al van Mozes geleerd, deze Leviet.
Deut. 20, de oorlogswet: Als jullie op het punt staan te gaan vechten, dan moet er een priester naar voren stappen. Die moet het volk dan zo toespreken:
’Luister mensen, jullie staan nu vlak voor het gevecht; laat je hart nou niet week worden, wees maar niet bang en sta niet te bibberen van angst voor ze. Want Jahwe jullie God is bij je om voor jullie te vechten tegen de vijanden om ze te overwinnen’.
Wij maken de strijd zo vaak tot ons gevecht.
Wij denken dat de eenheid van Gods kerk van ons en van onze inspanningen afhangt.
En in ons activisme en geregel denken we zo ook heel wat voor elkaar te kunnen krijgen.
Tot het ons weer langzaam bij de handen afbreekt en we opeens in de gaten krijgen dat we niet aan Gods zaak maar aan ons zaakje dachten.
Niet de Here lieten werken en strijden, maar zelf wilden controleren.
Want een rustgevende gedachte ook dat Hij het doet.
Dat Hij wel vecht waar ik even niet meer kan of de moed me in de schoenen zinkt.
Blijf gewoon maar staan zegt Jachaziel op die helling, dan krijg je het in de schoot geworpen.
Gewoon blijven staan; geen eigen trucs verzinnen; geen slimme manoeuvres, geen gehaaide tactieken, geen nerveus ge-heen-en-weer.
Blijf maar rustig staan.
Paulus echoot later aan de Filippenzen: Staat alzo vast in de Here.
Blijf bij wat je is toevertrouwd, zegt hij later tegen Timotheus.
Het blijven staan krijgt zo twee betekenissen.
- Niet zenuwachtig zelf van alles uitproberen; nee, leg het maar in kleine kracht gelovig bij de Heer neer.
En:
- blijf vasthouden aan de waarheid van Gods Woord; ga daar niet mee schipperen, maar houd het gereformeerde belijden hoog.
Als je de riem van de waarheid om je middel draagt, onder je voeten de bereidvaardigheid van het evangelie van de vrede hebt geknoopt, het schild van het geloof en het zwaard van de Geest , het Woord in de hand houdt, dan strijdt God zelf voor je.
Wij zijn slechts toeschouwers; getuigen.
Ja maar wel om te getuigen; te getuigen van die roep in Gods Woord om de eenheid van alle ware gelovigen.
En zo staan wij vandaag ook op de helling van Sis
Daar aan de wildernis van Jeruel aan de oever van de Dode Zee.
De helling van Sis; Hebreeuws voor de ‘bloemen’-helling.
Als vanaf die helling toch eens duizend bloemen mochten gaan bloeien in de tuin van de samensprekingen tussen ons als gereformeerde belijders!
Dan is de overwinning in zicht.
De overwinning die God geeft, zo zag Jachaziel het al.
Overwinning , jesjoe’a staat er in het Hebreeuws, verlossing, uitredding.
Wie moet er niet denken aan Hem die in het Hebreeuws Jesjoea, Jezus Redder Verlosser heet?
De Here is met u, roept Jachaziël: ‘Immanuel’
Want een kind is ons geboren, zeg ik dan.
Al heeft Hij ons verlaten,/ Hij laat ons nooit alleen./ Wat wij in Hem bezaten/ is altijd om ons heen,/als zonlicht om de bloemen.
De bloemen op de helling van Sis.
Jezus staat garant voor het zoeken en vinden van elkaar in zijn ware Woord rond zijn ene kruis van verzoening, rond het ene brood dat wij in zijn naam mogen breken.
En de koning weet wat hem te doen staat.
Josafat valt plat neer; gestrekt gaat Hij voor Jahwe’s aangezicht in een en al afhankelijke aanbidding.
En – stel je het toch voor – massaal gaat met hem ineens languit in overgave aan de Heer dat hele volk.
Zag je het in een film ,dan zou het adembenemend indrukwekkend zijn.
Zo’n film als Lord of the Rings met panorama-opnames van gigantische legers.
Zo hier heel Israël in een eerbiedige diep afhankelijke beweging plat op zijn snufferd voor de Heer.
Dat is toch ook adembenemend!
Wat doet dat met ons?
Als God zich zo voor ons in de strijd gooit dan komt er bij ons toch ook die overgave; die diep afhankelijke toewijding aan zijn werk; aan het werk van zijn Geest om alles wat de kerk afbreekt en verscheurt teniet te doen.
Terug naar overzicht gebedsavond