Meditatie op gebedssamenkomst
Almelo, 23 november 2002
Ds. E.J. van der Linde
Als laatste van de drie voorgangers mediteerde ds. E.J. van der Linde over de “ontknoping” van de geschiedenis die in II Kronieken 20 wordt beschreven. Dit laatste gedeelte begint met een “briefing”, waarbij koning Josafat de inwoners van Jeruzalem toespreekt. De laatste instructies voor de strijd begint. In een briefing worden de puntjes op de i gezet. De meest belangrijke zaken worden nog even samengevat en de manschappen wordt een hart onder riem gestoken.
Kort en kernachtig luidt de instructie: “Gelooft in de HERE, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in de profeten, en gij zult voorspoedig zijn”. Geloof is het attribuut waarop het volk moet vertrouwen. Van het geloof zal Paulus later spreken als het schild, waarmee al de brandende pijlen van de boze gedoofd kunnen worden. Een schild is geen attribuut waarmee je aanvalt, maar waarmee je je verdedigt. Ook hier weer een teken dat de HERE voor het volk zal strijden.
Van het volk wordt in de eerste plaats geloof gevraagd. Dat past niet zo bij ons, westerlingen. Wij zijn denkers, doeners en durvers, en dat willen wij ook graag zijn. Ons past de actie. Wij voeren het liefst zelf de regie over de strijd. Maar in deze strijd liggen de accenten anders. God zelf voert de regie. Daarbij schakelt hij mensen wel in, maar dat op een manier die heel anders is dan wij zouden verwachten. In het leger dat wordt geformeerd gaan de zangers voorop! Daar achter volgen pas de soldaten.
En nog voor de strijd een aanvang had genomen klonk de lofprijzing: Looft de HERE, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Maar was dat niet wat al te overmoedig? Zouden we maar niet liever op “safe” spelen? Sta je straks niet hopeloos te kijk als je nu al doet alsof de overwinning is behaald terwijl de strijd nog moet beginnen? Bij een strijd van mensen onderling zou dat zeker zo zijn. Maar hier gaat het om een strijd die door de HERE wordt gevoerd. En het volk vertrouwt. En het vertrouwt niet tevergeefs!
Op de vierde dag van de strijd, nadat men drie dagen bezig was geweest met het ophalen van de buit, komt het volk samen in het Dal der Lofprijzing. Daar zingt het volk. De lofzang was hun wapen. Een wapen dat past bij een geestelijke strijd. Verblijd, zo lezen we, ging het volk weer naar huis. Dat wil zeggen, naar Jeruzalem. Naar de tempel. Met harpen, citers en trompetten ging men naar het huis van God!
Vanuit deze geschiedenis trok van der Linde lijnen door naar onze tijd en onze “strijd”. Geen kerkstrijd, maar een geestelijke strijd waarin geloof wordt gevraagd en waarin wij ons mogen laten bemoedigen door de geschiedenis uit II Kronieken 20. Uit het Dal der Lofprijzing ging het volk verblijd naar huis. Naar de tempel! Geef de lofprijzing een kans, aldus van der Linde, ook in het proces van samenspreken, opdat je verblijd en bemoedigd mag zien op de machtige dingen die God onder ons kan doen.
Terug naar overzicht gebedsavond