Meditatie op gebedssamenkomst

Groningen, 6 september 2003
Ds. F. R. Bruintjes

Wij kunnen niet mee en wij kunnen niet weg.

Een gevleugeld woord inmiddels, waarmee de Gereformeerde Bond haar positie in het Samen-Op-Weg-proces omschrijft.
Wij kunnen niet mee, omwille van de waarheid….ja, dat begrijpen we.
wij kunnen niet weg…… dat snappen wij gereformeerden een stuk minder. Het wordt wel principiëel gemotiveerd, maar we proeven er tegelijk een enorme verknochtheid aan de eigen vertrouwde kerk in.
Het wringt tussen ‘Give me that good old time religion’ en ‘Give me that good old time church’….

Intussen kunnen wij onszelf die vragen ook wel stellen, als het gaat om de kleine oecumene. Onze situatie heeft er ook àlles van : We kunnen niet mee en we kunnen niet weg. Zij het, dat motivaties hier precies andersom liggen.

We kunnen niet weg, omwille van de waarheid.
We kunnen niet mee…..

Ja, waarom eigenlijk ?
Ook hier worden wel principiële woorden bij gekozen, maar ook hier vraag je je wel eens af of de vlag de lading dekt.
Ik werd getroffen door een opmerking van Roel Kuiper over de argumenten en verwijten die in samensprekingen op landelijk niveau gewisseld worden. Hij zei : “ De argumenten en verwijten veranderen niet. Ze zijn ernstig, maar hebben nooit een brede relevantie. Altijd zijn het de enkele gevallen, die ene dominee, die ene gemeente, die ene ontsporing. “
Wij kunnen niet mee….zeggen we dan…maar is het ook wèrkelijk zo ?

Maar nu dat andere : wij kunnen óók niet weg!
Hebben we ons dat wel voldoende gerealiseerd ?

Dat treft me zo in Hizkia.
Dat hij de mensen in het Noordrijk niet kan loslaten!
Dat hij hoe dan ook de eenheid zoekt.

Israël en Juda.
Gods Woord spreekt over alles, ook over de verdeeldheid tussen broeders van hetzelfde huis.

Israël en Juda.
Het zou één moeten zijn, maar het IS twee.
En wie zijn schuld het is….. Je moet, om dat te begrijpen, vanaf Hizkia gezien, ruim tweehonderd jaar teruggaan. Naar Rehabeam die zich misdroeg, en Jerobeam die zich afscheidde. Sindsdien ligt het uit elkaar en zijn er cultuurverschillen gegroeid.
Zoiets als wat ze in Duitsland aanduiden met ‘ossies’en ‘wessies’ ; er is afgunst en afkeer, over en weer.

Het is ook niet niks, wat er de laatste tijd gebeurd is. Zo’n 7 jaar geleden heeft de koning van Juda, Hizkia’s vader, grote buurman Assyrië erbij gehaald om Israël een lesje te leren. En dat is gelukt. En hoe! Israel compleet onder de voet gelopen en bezet. Haar koning gedood en talloze mensen gedeporteerd.
Dat is, ik zei het al, nog maar 7 jaar geleden.

Je zou dan verwachten dat Hizkia het niet aandurft om de mensen uit datzelfde Israël uit te nodigen voor het Paasfeest.
Trouwens, op hun beurt hebben de mensen in het Zuiden ook alle reden om een hekel te hebben aan het Noorden. Want Hizkia’s vader had de grote buurman er vast niet bij gehaald, als Israël niet met oorlogvoering begonnen was. Een oorlog met flinke verliezen…

Hoe kàn het ? Is het wel echt gebeurd ?, zeggen sommige theologische wetenschappers.
Hizkia kondigt een nationale viering van het pascha af, en stuurt ijskoud ijlboden naar het Noorden, om de mensen dáár te vragen mee te doen!

Er is maar één verklaring : Hizkia heeft Christus ontdekt en voor Hizkia staat Christus centraal. Ik zeg dat nieuwtestamentisch, maar terecht –denk ik- als je ziet wat een aandacht en zorg Hizkia besteedt aan de tempel, de offerdienst, de priesters en levieten en hier dus het pascha – al die dingen die straks in Christus in vervulling gaan.
En Hizkia zèlf heeft iets van Christus, in zijn gerichtheid op de wil van God.
Dat wat in de dogmatiek de lijdelijke en de dadelijke gehoorzaamheid van Christus genoemd wordt, klinkt in Hizkia’s optreden door.

En het zoeken naar eenheid is daarmee gegeven.
De liefde voor Christus en de liefde voor de broeders en zusters hangen blijkbaar onlosmakelijk samen. Als de één in de hoogte schiet, schiet de ander onmiddellijk in de breedte.
Als Paulus zegt dat de Corinthiërs zich door hun verdeeldheid ‘bezondigen aan het lichaam van Christus’, dan is het duidelijk dat hij tegelijk het fysieke lichaam van Jezus èn de gemeenschap van gelovigen bedoelt. Die twee zijn niet te ontwarren.
Zolang we Christus liefhebben, zullen we elkaar liefhebben.
Dat bedoel ik, als ik zeg : We kunnen niet weg.

Het is Christus zelf, die ons steeds weer bij elkaar brengt. We zullen elkaar tòch steeds weer tegenkomen. Dat was ook wat Paulus bedoelde, toen hij het zó zei :
Is Christus gedeeld ?

Het is bijzonder bemoedigend, als we bedenken dat het Christus zèlf is die ons bij elkaar brengt. Daarom ervaren we ook dat het tòch gebeúrt, tòch doorgaat.
Nu hier, dan daar.
In Almelo. In Amstelveen. In Woerden. In Sneek. In Zwolle.

Het is beschamend, als je bedenkt hoe veel en hoe vaak wij met z’n allen onze Here voor de voeten gelopen hebben……
Dat moeten we gewoon ook durven toegeven….
Dat we moeten tegenover Hem uitspreken. Kom, laten we maar bidden……

Terug naar overzicht gebedsavond