Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, 6 september 2003
Ds. G. Gunnink
Kán het wel: God vanavond oprecht loven en prijzen?
Je voor de Here verootmoedigen. Wie zal er over willen
discussiëren of dat nodig is vanavond? Daarmee begonnen
we onze gebedsavond. Er is zoveel waar je klein bij wordt,
als het gaat over ons moeizame zoeken naar kerkelijke
eenheid.
En daarna: ons gebed om eenheid, dat wij zo-even voor
onze God hebben neergelegd, wie zou er aan twijfelen vanavond
of dat nodig is. Daar kwamen we toch voor?
Maar: kán dat wel: God vanavond bedanken? En met
dank ik het hart naar huis gaan?
Ja, zeg je misschien, dat was een stuk gemakkelijker toen
onder koning Hizkia het paasfeest eindelijk weer gevierd
was. Bij zoiets moois kan alles uit de kast gehaald worden.
De Levieten en priesters blazen het stof weer van hun
muziekinstrumenten en blazen hun wangen bol. Koning Hizkia
stelt achtduizend offerdieren ter beschikking. De hoge
ambtenaren doen ook nog eens een forse bijdrage in de
feestkas. En allemaal knopen zij er een feestweek aanvast.
Wat een stralend feest, niemand wordt buitengesloten,
je ziet allochtonen aan tafel. Er wordt veel geofferd,
lekker gegeten. En er is grote blijdschap in Jeruzalem.
Wat een eendracht en enthousiasme.
Er waait, na alle doorstane ellende, in het feestgewoel
weer iets van het oude ‘oranjegevoel’ door
de straten van Jeruzalem. De bijbelschrijver zegt met
iets van heimwee: het deed even denken aan de gouden dagen
van Salomo. Toen Israël nog groot was en één
geheel. Grote blijdschap. Er ook: er schuilt in dit mega-feest
ook iets van een heel diep verlangen. Naar de
grote blijdschap van het alle-weken-feest in Nieuw Jeruzalem.
Ja, maar als je eerlijk bent moet je ook zeggen: het was niet meer dan een tijdelijke opleving. Tijdens de regering van de troonopvolger van Hizkia, Manasse, komen al de afgoden terug die nu worden opgeruimd. Manasse restaureerde de offerhoogten die zijn vader had afgebroken. Eén keer komt er wéér een opleving, onder koning Josia. Compleet met een grootse paasfeestviering. Maar daarna zakt het in en verdwijnt de kerk naar Babel.
Als je alleen maar naar mensen kijkt word je niet blij
over de kerk. Toen niet en nu niet.
Echt loven en danken, dat kan als je onder de indruk
raakt van wat God aan het doen is.
De koeriers die met de koninklijke brieven het land
doorgegaan waren hadden in naam van de koning gezegd:
geef de Here uw hand en kom tot het heiligdom
(vers 8). Schitterende woorden. Maar de reactie was
matig, er was vooral voer voor de lolbroeken.
Maar hoe kwam het, dat er toch mensen gehoorzaamden?
En zich bekeerden tot God en tot elkaar? Hoe kwam het,
dat er mensen waren die luisterden? Het geheim daarachter,
daarboven, vind je in vers 12. Daar gaat het over Gods hand! Gods hand deed het. Hij bewerkte dat
zij één en éénsgezind waren.
U zult allemaal wel die verzuchting kennen: waar zijn
wij als gereformeerde christenen, met al die kerkelijke
verdeeldheid, nu helemaal mee bezig. Maar als we nu
vanavond ook eens naar die hand van God kijken en zeggen:
waar is God in Christus mee bezig?!
Het kan je een gevoel van ongeduld en onvrede geven,
als je kijkt naar waar wij mee bezig zijn en het schiet
voor je gevoel te weinig op. Maar uitzien naar Hem die
ons allemaal uitnodigt voor zijn grote feest, dat maakt
blij en hoopvol. God is onze blijdschap en vreugde en
zijn onweerstaanbare feestplan met ons geeft moed.
Ik ervaar bij veel mensen een grote moeheid, om niet te zeggen moedeloosheid en verveeldheid, als het gaat om de resultaten van officiële landelijke samensprekingen. Ook bij mijzelf wel. Hoewel er wel degelijk vorderingen zijn! En er ook plaatselijk mooie dingen gebeuren! Het is allemaal zover weg vaak. Maar het wordt opeens anders, als je elkaar echt ontmoet, ‘elkaars nieren proeft’, werd vroeger gezegd. Dan gaat er iets leven!
God hand, Gods Geest bewerkt een diepe eensgezindheid en verbondenheid met elkaar. Maar blijf dan niet aan de oppervlakte. Als je kijkt naar elkaar op het niveau van doen en laten, het niveau van organiseren en bezig zijn, ja dan komen verschillen aan het licht. Maar kijk daar nu eens onder. Naar dat diepste niveau. Onder het niveau van nestgeur en tradities. En onder het niveau van wat je allemaal doet en kunt en presteert, maar: naar wat je bent. En naar wat er in ons hart is en wat Gods Geest in ons leven doet. Jij, u, ik, kostbaar kinderen van God. Opgenomen in Gods feestplan. Als we niet aan de oppervlakte blijven, maar juist dat diepste met elkaar delen. Dan is er al de herkenning, dan is er al de eenheid. Wat er in ons hart is, wat ons beweegt, dat wij de Here liefhebben en zijn stem willen volgen, als je Gods hand bij elkaar herkent dan wordt het meteen al feest.
Kijk je naar wat wij doen en wat wij zijn, dan zeg
je: wat is de kerk een krakkemikkig geheel, het is niet
eens een geheel. Maar de Bijbel noemt God de Architect
en Bouwer van de gemeente.
En in de Openbaring aan Johannes lees ik, dat God een
juweel van een kerk uit de hemel laat neerdalen, het
nieuwe Jeruzalem. God is met iets fantastisch moois
bezig. Je ziet dat even oplichten in de tijd van Hizkia,
in die stad Jeruzalem, barstens vol vreugde. Waar wij
van de onderkant tegen aankijken, vanuit onze onmacht
en verdeeldheid, daar mag je met God mee van de bovenaf
tegen aankijken. En dan zeg je: toch is God bezig met
een prachtproject in de wereld, Hij brengt verdeelde
mensen samen, rond het kruis. Als onze actie ‘gebédsactie’
wordt, als wijzelf niets meer in te brengen hebben en
alles afhankelijk maken van de actie van de Heilige
Geest, dan verandert moedeloosheid in hoop.
Wij zijn nog kerk-in-aanbouw, kerk-in-de-steigers.
En steigers zijn een lelijk gezicht.
Maar zie daarachter de Architect en Bouwer, dan zie
je Hem bezig met een project in deze wereld dat niet
stuk kan. Dan ga je Hem danken voor zijn trouw. Dan
prijs je Hem voor zoveel echte eenheid die er toch allang
is, ook wanneer je ’s zondags niet naar hetzelfde
kerkgebouw fietst. Dan dank je Hem voor het feit, dat
in Nederland de hoop groeiend is, dat er na twee eeuwen
van grote en groeiende verdeeldheid onder de gereformeerden
(de 19e en 20e eeuw) nu een eeuw is begonnen, waarin
wij weer naar elkaar toe geleid worden.
Door Gods hand!
Terug naar overzicht gebedsavond