Meditatie op gebedssamenkomst

Amersfoort, 1 september 2007
ds. G.J. Lakerveld


Geliefde zusters en broeders in de Heer. Onze Heer Jezus leert ons bidden: Vergeef ons onze schulden. Hij leert ons het Onze Vader als een persoonlijk gebed, een gebed voor in de binnenkamer waar we met Vader onder vier ogen zijn. Dus in een persoonlijk gebed geeft Hij ons te bidden: Vergeef ons onze schulden.
Ik raak daar niet over uitgedacht en soms slaat mij de schrik om het hart omdat de gedachten die opkomen schokkend zijn voor de traditie waarin ik opgegroeid ben en leef; en schokkend voor het ‘individuele’ dat zo op de voorgrond staat in onze samenleving maar ook weldegelijk in onze kerken. Wie worden bedoeld met ‘ons’? Het volk van God, de gemeente van Christus, neem ik aan. Dus Jezus leert ons bidden in verbondenheid met heel Gods volk.
Gods volk, maar in de ogen van wie? In mijn ogen? Dus allen die volgens mij tot Gods volk horen? In de ogen van de gereformeerden? Dus allen die volgens onze traditie tot Gods volk horen? In Jezus’ ogen? Dus allen die volgens Jezus bij zijn gemeente horen? Ik ben geneigd om te zeggen in Jezus’ ogen. Mijn ogen zijn niet zo van belang, de ogen van de gereformeerden ook niet. Christus’ ogen.
Wie zien die ogen als Gods volk? Horen daar dan de Rooms Katholieken bij, de Orthodoxen, wonderlijke Pinkstergemeenten – in onze ogen wonderlijk dan? Heeft Christus hen losgelaten als zijn gemeente? Juist dat Jezus ons leert bidden: ‘vergeef onze schulden’ zaait onrust. Want de zaken waardoor wij zo’n moeite kunnen krijgen met anderen, en vraagtekens gaan plaatsen, ons distanciëren en losmaken, zijn de juist de schulden.

Daniël doet boete, hij vast en hij rouwt – en vraagt vergeving voor de schulden van heel Gods volk. Eigenlijk moet je zeggen dat Daniël boete doet en vergeving vraagt voor zonden waarin hijzelf niet deelt.
Daniël leren wij kennen als iemand die midden in de wereld de God van Israël trouw blijft uit één stuk: in een ongestokt vertrouwen op Zijn hulp en macht en in een zuiver, toegewijd leven. Deze Daniël maakt zich in zijn gebed één met het volk Israël en de zonden van Israël waar hijzelf geen deel aan heeft. Hij maakt zich een met de generaties van de ballingschap en voor de ballingschap. U zou in Koningen en Kronieken moeten lezen hoe het was in die tijden. De afgoden die vereerd werden naast de HEER. De gruwelen waarmee de dienst aan de HEER was vermengd. De onderdrukking en de uitbuiting van de zwakken en de kwetsbaren door de machtigen. Zaken waar Daniël geen deel aan heeft. Als Daniël voor God komt weet hij zich verbonden en één aan dat volk en doet in verbondenheid met dat volk schuldbelijdenis. Hij neemt hun zonden op zich.
M.a.w. Daniël distanticieert zich niet van het zondige volk, hij maakt zich niet los: Zij! Zij! ----- Ik? Ik niet, ik en een aantal anderen wij doen het anders, wij zijn niet zo. Daniël weet zich één en verbonden en in het gebed, de boete en de verootmoediging deelt hij in hun zonden. Daniël betreedt niet de weg van zondaars, hij zit niet bij spotters aan tafel, hij vindt vreugde in de wet van de HEER. Toch weet hij zich verbonden aan wie kwaad deden. In het gebed van Daniël zien we de weg van onze Heer Jezus oplichten die om onze zonden werd doorboord, om onze wandaden gebroken. Deze Heer leert ons bidden: Vergeef ons onze schulden.

Mijn indruk van de kerkgeschiedenis is dat wij ons helemaal maar dan ook helemaal losgemaakt hebben. We werden ons langzamerhand bewust van zonden, grote zonden die niet langer konden blijven bestaan. Ze werden aangewezen en aan de kaak gesteld en we weten allemaal vaag wat er gebeurde: het leidde tot kerkscheuringen en vervolgingen, pijn en diepe wonden, veroordelingen en bitterheid. Zo gaat dat.
Maar dan? Hoe vervolgens verder? Naar mijn idee hebben wij ons vervolgens helemaal losgemaakt en de anderen helemaal losgelaten. We zijn gaan proberen te bepalen wie de ware christenen zijn en wie niet. We zijn gaan constateren wat de ware kerk is en wat de valse. En God moest wel aan onze kant staan want wij zaten goed. Ik vraag me af in mijn overwegingen van het ‘vergeef ons onze schulden’, en bij Daniël die vast en rouwt: hoe kunnen wij onszelf dan helemaal los maken van de ‘voormalige’ broeders en zusters terwijl de Heer ons leert bidden: vergeef ons onze schulden.

Naar mijn idee is dat onlosmakelijk verbonden aan en verweven met te grote daadkracht en aan het op ons nemen als onze verantwoordelijkheid van wat misschien wel onze verantwoordelijkheid niet is. Wíj willen ervoor zorgen dat de kerk gereformeerd wordt en blijft. Wíj willen ervoor zorgen dat de zaken goed geregeld worden; dat wíj grip houden op de gang van zaken. Wíj vinden dat wíj ervoor moeten zorgen dat de kerk niet besmet wordt met dwaling en ergerlijke zonde, want dan gaat het helemaal verkeerd.
Als deze wij deze avond ons de opdracht hebben gegeven rond te wandelen in de gedachte ‘In Gods hand één’, moeten we dan ook niet heel bewust het leven binnen dé kerk, - hoe groot en breed – dat weet ik niet, dat weet Christus –; het leven binnen onze kerkverbanden; onze toekomst; ons zoeken van een toekomst samen in verbondenheid; moeten wij dit niet heel bewust in Gods handen leggen en onze verwachting en hoop op Hem richten. En als we dat doen, zal dat te proeven zijn in onze houding en daar hoort m.i. bij dat we dat ‘heilige moeten’ dat wíj ervoor moeten zorgen dat … - afleggen. Als wij leren bidden en handelen vanuit het vergeef ons onze schulden leren we onze toekomst helemaal in Gods handen te leggen. Ik maak het concreet: de vrouw in het ambt in de Ned.Ger.Kerken. Beoordeel het op eens op zijn meest negatief, dus als schuld. En we gaan nadat(!!!) al de grote gewichtige gedachten van: dit kan niet, de Schrift wordt losgelaten, ongehoorzaamheid dit moet van tafel want anders komen we niet nader – bidden … Niet ‘vergeef hen hun schulden’ maar ‘vergeef ons onze schulden’. En als we bij alle onrecht dat ons in de 60’er jaren is aangedaan nadat(!!!) alles wat er door ons is heen gegaan van diepe pijn en boosheid, verlangen naar recht, vragen om recht - gaan bidden? Niet: vergeeft hen hun schulden maar vergeef ons onze schulden. Als we nadat alle ergernissen over eigenzinnigheid en eigenwijsheid, over dwang van boven af, onbijbelse bindingen; nadat alle zorgen over charismatische invloeden en emoties, over harde en gevoelloze tucht, gaan bidden: vergeef ons onze schulden? Hoe moet je dan verder? Net zoals nu, denk ik. Maar het kan niet anders dat in je hart dingen anders zijn. Want je kunt niet anders dan je verwachting hebben van God. Zoals Daniël geen andere verwachting heeft: Niet omdat wij rechtvaardig hebben gehandeld leggen wij onze smeekbeden aan u voor maar omdat uw barmhartigheid groot is!
En is dat de niet de weg van onze Heer Jezus? Hij heeft onze zonden op zich genomen en in de dood gedragen terwijl Hij zijn toekomst, de opstanding in het nieuwe leven, in Gods hand had gelegd.


Terug naar overzicht gebedsavond