Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, 7 september 2002
ds. G.J. Zwarts
Jozua 1:5-9
Je zou er wat wrevelig van kunnen worden: daar hebben we de verootmoediging weer. Geen Gereformeerd Appèl zonder verootmoediging. Ja, maar wat komt er werkelijk van terecht? Ik kan me die wrevel wel voorstellen. Verootmoediging als kenmerk van ernst maar het is allemaal zo makkelijk gezegd. Weet ik eigenlijk echt wel wat ik moet doen als ik me verootmoedig? En komt het daar dan ook van?
Toch moeten we ons niet door dit soort cynisme laten verlammen. Verootmoediging is een kernhouding van een gelovige. En Jozua 1 helpt er bij want ik zou zo twee dingen kunnen noemen waarover ik mij best wel eens zou kunnen verootmoedigen. Wat is verootmoedigen? Dat is je even zo verticaal mogelijk maken. Even helemaal tussen jou en God. De dingen onder ogen zien vlak voor Zijn heilige ogen. Je zo verticaal mogelijk maken dus, je naar de hoogte uitstrekken. En de breedte even laten voor wat hij is. De breedte waarmee ik mijzelf breed maak. De breedte waardoor ik stevig op de grond sta. De breedte die mij houvast en zekerheid geeft. En dan onderga ik het verticaal-worden en dan wordt het opeens allemaal anders. Dan vallen al te menselijke zekerheden weg en moet ik het werkelijk alleen met God doen. Dan vallen excuses en verzachtende omstandigheden weg en moet ik onder ogen zien wat er echt in mij leeft. Verootmoediging als een moment van verticalisering.
En dan spreekt hier Joz.1. Dan komt allereerst op me af dat ik sterk en moedig moet zijn en dat ik nu eens echt consequenties moet verbinden aan het feit dat de Here met mij is. Wees sterk en moedig, Ik zal met u zijn. Wat eng verticaal is dat. Want dan zie ik dat doodgevaarlijke Kanaan met grote mensen en grote steden. Dan zie ik de warboel en de onoplosbaarheid van de kerkelijke verdeeldheid. En dan zie ik mij ingespannen zoeken naar de breedte: waar kan ik houvast aan hebben, wat moet ik doen, welke plannen zullen we maken. Dat moet ook, die breedte. Jozua doet dat ook, hij stuurt verspieders en dat is goed. Je moet je verstand gebruiken. Je moet je zo breed mogelijk maken, je hakken stevig in het zand, het is geen kleinigheid allemaal.
Maar dan spreekt de Here: wees sterk en moedig, Ik zal met u zijn. En dat is dan zo eng verticaal. Here, begint het daar? Dat ik in vertrouwen op U ga? Dat ik, ik schaam me het te moeten zeggen, dat ik dus echt erop moet vertrouwen dat U iets doet? Dat U zo Uw eigen activiteiten hebt die ik zelf niet in de hand heb? Dat U de schrik voor ons uitstuurt zonder dat we daar iets voor hebben gedaan of kunnen doen? Kan ik dat wel, zo verticaal, durf ik dat wel? Ben ik, als het erop aankomt niet heel erg uit op de breedte en zie ik wel wat in de hoogte? Zie ik daar wel wat?
Dat is het eerste dat zich opdringt uit deze tekst en dan snap ik die verootmoediging wel. Maar er is nog wat. En dat is die nauwkeurigheid om te handelen naar wat geschreven staat. Nauwgezet handelen. Niet naar links afwijken en niet naar rechts afwijken. En dan staat er zo veelbelovend: "dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken." Niet afwijken van de Bijbel, dan zullen we ons doel bereiken.
En dan denk ik: Tien jaar Gereformeerd Appèl. Alweer tien jaar. Zou dat het zijn dat we er niet komen? Ik weet best, daar valt meer van te zeggen maar toch blijft dit nu even haken. Want ik snap ook wel dat als ik naar links afwijk of naar rechts, al is het maar een beetje, dat ik dan op den duur steeds verder uit koers raak. Zo gaat dat met een eerste afwijking. Die wordt steeds groter. En ik weet ook wel dat nauwgezetheid niet altijd meevalt. Echt zo heel precies. Ik verkeer soms in de omstandigheden dat ik in de verste verte niet eens zou weten wat nu in deze situatie Gods wil is. Ik weet het niet eens en dan heb ik het nog niet over die momenten dat ik het zelfs niet wil weten. En als dat met mij persoonlijk al zo zit hoe moet dat dan met een heel kerkgenootschap? Of zelfs met drie kerkgenootschappen of nog meer? Niet afwijken, nauwgezetheid. Ik steek m'n hand er niet voor in het vuur, niet voor mezelf en ook niet voor de hele kerk. En dan bereiken we dus ons doel niet.
Wat moeten we doen? Wat moeten we laten? En dan schiet opeens door je heen: Here, als we er toch komen hebben we dat echt vooral aan U te danken. Waarom zou U ons er eigenlijk laten komen? Maar daar wil ik iets tegenin brengen want dan lees ik dat U Jozua wel hebt doen slagen. En waarom hij en het volk wel en wij niet? Waarom hebt U Uw Zoon toch gestuurd? En dan vat ik moed. Dan durf ik een beetje sterk en moedig te zijn. Omdat U een genadig God bent in Christus. Omdat U niet laat varen het werk dat Uw hand is begonnen. En dan durven we bescheiden aan te dringen: Here, mag het, die eenheid? Wilt U het doen? Ondanks ons. Wij zullen voortaan beter opletten. Opletten op U en op onze eigen manier van doen. Wij zullen voortaan beter opletten maar help ons en vergeet Uw genade niet.
Laten wij bidden:
Vader, wij willen ons verootmoedigen. Dat is een groot woord maar een eerste begin is beter dan niets. Wij willen tot ons door laten dringen Uw grootheid, Uw heiligheid, Uw almacht. Wij willen tot ons door laten dringen dat U een God bent van grote daden. U bent een God met een uitgestrekte arm. U bent de Levende. U bent in staat om de schrik te sturen voor Uw volk uit. U bent in staat om ons te overvallen met Uw werken. Uw trouw reikt tot in de wolken ook als Uw volk U soms zo omlaaghaalt. Here, vergeef ons. We zijn zo langzaam en zo kleingelovig. Uw aanwezigheid dringt soms niet eens tot ons door en dan denken we dat we het allemaal zelf moeten doen. Onze kleinheid en onbeholpenheid dringt soms niet eens tot ons door en dan denken we dat we heel wat voor elkaar kunnen brengen.
Here, vergeef ons. We kunnen zo trots zijn op onze breedte. We kunnen ons zo veilig voelen binnen onze omheiningen. En het is zo eng om in de hoogte te denken.
Vader, hoe moet dat nu met die eenwording? Ziet U het nog wel zitten? Wilt U het nog wel? U bent toch niet van plan om van ons te wijken? Dat zou verschrikkelijk zijn. Waar we dan terecht komen…
Here, zeg ons toch, wat moeten we doen?
Is onze omgang met Uw Woord het probleem? Het is haast onmogelijk voor ons om dat te erkennen, dat het 'm daar zou kunnen zitten. Want dat is toch juist ons sterke punt, Vader, dat we Uw Woord zo serieus willen nemen? Dat kan toch haast niet verkeerd zitten? Maar die verlegenheid van ons dan? Dat het lijkt dat het vroeger allemaal zoveel duidelijker lag? Dat we de dingen onderhand niet meer zo zeker weten? En dat we opeens zo zitten te tobben met het onderwerp Schriftgezag? En dat het ons verwart dat christenen onderling zo verschillend kunnen denken? Vader, help ons toch. U hebt toch Uw Geest gezonden en was dat nu juist niet daarvoor, dat Hij ons in alle waarheid zou leiden? Zou Hij ons niet wat meer kunnen vervullen of wil Hij zo langzamerhand niet meer?
Here, wat moeten we doen? We voelen ons zo smalletjes, zo machteloos. En het lijkt allemaal maar te gaan zoals het gaat.
Here, wij willen in geloof onze voet op het water zetten. Onze voet op Uw beloften zetten want het is toch ook voor ons: Zie, Ik ben met U, alle dagen, tot aan de voleinding, dat is toch ook voor ons, uit genade?
Here, verschijn weer en versterk Uw volk. Wij pleiten op Christus die de Leidsman en Voleinder is van ons geloof. Wij richten ons oog op Hem omdat we in Hem zoveel van U zien, zoveel dat vertrouwen wekt, dat uitnodigt om moed te vatten en sterk te zijn. Wij richten ons oog op Jezus om Zijn Woorden weer als nieuw te horen. Om Zijn Geest weer als opnieuw te ontvangen. De Geest van liefde, kracht en bezonnenheid.
Here, almachtige God, hoor toch onze gebeden, laat U verbidden en schenk eenheid.
Luister naar het gebed van ieder van ons.
Stil gebed.
Here, trouwe God, wij zien uit naar Uw daden, wij beloven gehoorzaamheid en verwachten het Koninkrijk. Here Jezus, kom haastig!
AMEN
Zingen: Ps.77:3,4
Terug naar overzicht gebedsavond