Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, 6 september 2008
ds. G. van Roekel
Gezeten op de troon...
Openbaring 5: 6 en 7 en Hebreeen 4: 14-16
Bidden is gelovig de hand leggen op de troon. En wie zit er
dan op de troon? Tot wie bidden we?
Daarover lezen we in Openbaring 4 en 5 heerlijke dingen.
De God die op de troon zit...
Opvallend trouwens dat de Bijbel zo vaak zegt dat God op
zijn troon zit. Zitten, een beeld dat rust weergeeft. De Here
loopt bij wijze van spreken niet in paniek heen en weer. Hij
kijkt niet verschrikt op als zich op aarde onverwachte en ingrijpende gebeurtenissen voordoen. Hij zit op de troon.
Anders gezegd: er wordt niet alleen geregeerd. Het loopt
Hem ook niet uit de hand.
Nu, de God die op de troon zit, is volgens
Openbaring 4 en 5: – de God van de heerlijkheid, de heiligheid
en de glorie. Zijn aanzien wordt immers uitgedrukt
in de heerlijkheid van de edelstenen;
de God van de trouw. De regenboog - teken
van Gods trouw - welft zich rondom de troon; het heil. Bij
de troon is onze Here Jezus Christus, door Johannes gezien
als een lam dat staat als geslacht. Dus: met de snede van
het slachten nog zichtbaar in de hals. Is het lam heenwijzing
naar het Paaslam van Ex. 12? Of wellicht naar het lam uit
de profetie over de lijdende knecht des Heren uit Jes. 53? In
ieder geval is het lam heenwijzing naar het volbrachte verlossingswerk
van de Here Jezus. Door Hem is de God die op
de troon zit een God van heil. En is de troon een troon van
genade.
– de God die beschikt over de volheid van de Heilige Geest. Johannes ziet immers zeven vurige fakkels voor de troon, dat zijn de zeven geesten Gods. Ze staan als het ware klaar om uitgezonden te worden en hun werk te doen.
– de God die regeert. Hij heeft de boekrol in zijn rechterhand. De boekrol - de wegen die God reddend en richtend zal inslaan tot aan de komst van zijn rijk.
Maar de God die op de troon zit is toch vooral: de God die
ons vrijmoedigheid geeft om tot die troon te naderen (Hebr.
4:16). Dat is wat!
De Hebreeën worden bedreigd door matheid en slapheid,
zoals wij in de situatie rondom de kerkelijke eenheid van
gereformeerde belijders bedreigd worden door matheid en
slapheid.
Dan wijst de schrijver op Jezus Christus, de hogepriester die de hemelen doorgegaan is tot bij de troon van de Vader.
Daarmee grijpt hij naar het beste medicijn tegen kerkelijke
matheid en verslapping: wijzen op Jezus Christus.
Om van daaruit de lezers en ook ons aan te sporen: laat
ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de
genade.
Met vrijmoedigheid, nee dat heeft hier niets te maken met
de gesteldheid van ons hart. Vrijmoedigheid is hier het recht
- het genaderecht - dat God verleent. Gód opent ons de weg
tot de troon.
En dat is dan een krachtige aansporing tot het gebed, ook
vanavond. Zien we op de omstandigheden, de teleurstellingen,
onszelf, we zouden de handen in de schoot leggen.
Maar ziende op de God die op de troon zit, zeggen we: laten we met vrijmoedigheid toegaan. En laten we daarin volharden. Inderdaad, met de machteloosheid die we zo vaak ervaren. Met de complexiteit van de processen - de zaak van de kerkelijke eenheid is ingewikkelde materie. Met de matheid die zich soms van ons meester maakt. Toegaan tot de troon!
Zonder pretenties. Zonder eigendunk.
Kent u het verhaal van prinses Wilhelmina? Naar verluid
klopte ze ooit op de deur van de werkkamer van haar moeder,
prinses Emma. ’Wie is daar?’, vroeg Emma. ’De prinses’,
zei Wilhelmina. ’Zo kom je niet binnen’, reageerde haar
moeder.
Er werd weer geklopt, weer klonk de vraag ’Wie is daar?’.
Toen zei de prinses ’Willemientje’.
Toen ging de deur open...
Laten we dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van
de genade.
Terug naar overzicht gebedsavond