Meditatie op gebedssamenkomst
2 september 2000
Ds. P. W. Hulshof, Dronten
Waarom ik wil meewerken aan deze gebedssamenkomst?
De gemeenschap der heiligen is een gave en een opgave. In de Schrift worden we aangespoord om de eenheid met medechristenen te zoeken en te bewaren (Filippenzen 2: 2).Tegelijkertijd maakt de Bijbel ons ook duidelijk, dat niet wij die eenheid tot stand brengen. Het is en blijft een geschenk van God. Daarom bidt Jezus er ook om in Johannes 17 en daarom zien we in de psalm over de broederlijke gemeenschap, Psalm 133, drie maal de beweging van boven naar beneden! Met andere woorden: de eenheid is een zegen die van boven komt. Dat is voor mijn besef veelzeggend. Immers, dat betekent, dat de opgave om de eenheid met medechristenen te zoeken en te bewaren begint met gebed. Het begint met de houding van ootmoed en afhankelijkheid. En van daaruit kunnen en mogen we verder werken aan de opdracht van de Koning van de Kerk. Hij wi1 ons geven wat we daarin nodig hebben en ons helpen om door alle gebrokenheid en door alle menselijke gedachten en gevoelens heen een weg te vinden om samen Zijn Naam groot te maken in deze wereld. Juist daarom heb ik van harte ingestemd met de vraag of ik mijn medewerking wil verlenen aan de gebedssamenkomst van het Gereformeerd Appèl. En dat bidden mogen we doen met ons oog gericht op Hem, die bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen.
Vol verlangen naar de morgen
N.a.v. Titus 2: 13
In de eerste meditatie hebben we een aantal aspecten van Psalm 130 onder de loep genomen. Ds. Van Wijk heeft het gehad over de schuldbelijdenis en de daarbij behorende verootmoediging. Heel wezenlijke elementen in het leven van een christen. Elementen die op een avond als deze ook zeker thuishoren.
Ik schuif de loep nu iets verder naar beneden om uw en jouw aandacht te richten op een ander aspect in Psalm 130. Namelijk het aspect van de verwachting.
Ds. Van Wijk heeft dat laten liggen en voor de goede orde zeg ik er maar gelijk even bij dat we dat ook zo hebben afgesproken. We hebben dat goed met elkaar doorgenomen en wat zou het fantastisch zijn als die collegiale samenwerking mag zijn als dat wolkje ter grootte van een mensenhand!
Maar nu terug naar Psalm 130, waar de verwachting in vers 5 en 6 zo indringend onder woorden wordt gebracht:
Ik verwacht de HERE, mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn Woord; mijn ziel wacht op de HERE, meer dan wachters op de morgen -en dan die veelzeggende en versterkende herhaling- wachters op de morgen.
Ik stel me zo voor dat de psalmdichter bij die herhaling voor zich uit staarde en peinzend en met veel gedachten en gevoelens die woorden nog eens op z'n lippen nam: Wachters op de morgen.
In ieder geval proef je hier een ontzettend sterk verlangen naar de dag dat God zal ingrijpen om Israël te verlossen van al zijn ongerechtigheden.
Als een kind gauw jarig is, dan is hij daar al veel mee bezig. Daar verlangt hij naar en daarom vraagt hij om de haverklap aan papa en mama hoelang het nog duurt. Wanneer ben ik jarig? Over hoeveel nachtjes is dat dan?
En om nog een voorbeeld te noemen: Als een jong stel over een aantal weken gaat trouwen dan verlangt zo'n stel daarnaar. Dat mag je toch verwachten en het is ook mooi om dat te merken. Hoe ze samen uit kunnen zien naar hun grote dag en hoe ze daar vooraf druk mee bezig zijn. Want er moeten natuurlijk heel wat dingen geregeld worden. Alles komt te staan in het licht van hun trouwdag.
Zo kijkt ook de dichter van Psalm 130 uit naar het moment dat het weer morgen wordt. Dat het weer licht wordt en dat alle duisternis zal verdwijnen. De wachters op de morgen kunnen uitzien naar het moment dat de eerste zonnestralen doorbreken, maar hij helemaal. Hij ziet daar nog veel meer naar uit. Naar de doorbraak van Gods zonnestralen. Naar de dag dat God zal ingrijpen om Zijn recht te laten komen.
Broeders en zusters, als we het over deze dingen hebben dan mogen onze gedachten uitgaan naar de grote dag dat de Here Jezus Christus zal terugkeren naar deze aarde om het echt licht te maken in deze duistere wereld.
We hebben daarom ook dat gedeelte uit de brief van Paulus aan Titus met elkaar gelezen, waar Paulus in vers 13 spreekt over de verwachting van de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus.
Dat zijn hoopvolle woorden. Er staat ons nog heel wat te wachten.
Overigens kunt u deze tekst ook gebruiken als u in gesprek komt met mensen die de Godheid van Jezus Christus loochenen. Hier wordt onze Heiland ook 'onze grote God' genoemd.
En deze grote God en Heiland is het die zal komen om alle dingen nieuw te maken.
Hij is het die heeft gezegd: Zie Ik kom spoedig, Ik kom met haast!
Hij is het ook die vanuit hemel bezig is om alles tot volheid te brengen en om alles heen te stuwen naar de grote dag van Zijn wederkomst.
In dat perspectief mag heel het wereldgebeuren staan.
In dat licht mag ook de kerk van vandaag staan.
En juist dat mag ook een stempel drukken op ons doen en laten. Het kan dan niet anders, of dan is het te merken dat we vandaar uit leven en handelen.
Ik denk weer even aan dat stel dat gaat trouwen. De bruid en de bruidegom zijn druk bezig met de voorbereidingen voor hun trouwdag. Alles staat in het teken van de grote dag.
Nou zo mogen ook de activiteiten van de kerk in het teken staan van de grote dingen die staan te gebeuren. We mogen leven met een opengebroken toekomst voor ogen. We mogen leven uit genade. Want Christus heeft die toekomst voor ons opengebroken. Hij is verschenen, heilbrengend voor alle mensen. Hij heeft alles volbracht, opdat wij genade mogen ontvangen en hoopvol verder kunnen gaan. Zijn toekomst tegemoet. Samen met al die pelgrims - door de nacht van strijd en zorgen; maar wel vol verlangen naar de morgen, waar de hemel ons verhoort.
Maar de vraag is in hoeverre we dat doen? Zijn we wel zo gericht op de toekomst die God laat doorbreken? Verlangen we daar naar Meer dan wachters op de morgen - wachters op de morgen? Zijn we ook bezig met de voorbereidingen op de komst van de Bruidegom? Of lijkt de kerk van vandaag meer op die vijf 'olie-domme' meisjes?
Broeders en zusters, er is werk aan de winkel! Er is nog heel veel dat gedaan kan worden en ook gedaan moet worden.
Als we hier lezen dat Gods genade is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, dan ligt het toch voor de hand dat het de taak van de kerk is om dat heil van God in Zijn Zoon Jezus Christus heel dicht bij de mensen te brengen. Bij alle mensen.
Dat heeft niets met alverzoening te maken. Begrijp me goed.
Maar dat heeft wel alles te maken met de liefde van Christus die ons dringt om mensen te bereiken met het evangelie. Iedereen moet het horen de blijde boodschap van Jezus Christus, die dood geweest is en nu leeft. En die nu vanuit de hemel bezig is om zijn Koninkrijk te bouwen.
Daarbij schakelt Hij mensen in en gebruikt Hij Zijn kerk om mensen te trekken uit de duisternis en te brengen tot Zijn wonderbaar licht. Zijn huis, Zijn Koninkrijk moet vol worden. Het gaat om Zijn eer. Om Zijn glorie. Om de bekroning van Zijn werk.
Dat maakt ook duidelijk dat de kerk geen doel in zichzelf is.
De kerk is een middel, een instrument in Gods hand om zondaars te redden en te leiden op de weg naar Gods toekomst toe.
Want dat is het doel, waar alles op uitloopt. De volle doorbraak van Gods Koninkrijk en de totale vernieuwing van hemel en aarde, als Hij terugkomt, de grote God en Heiland, Christus Jezus.
En juist met dat doel voor ogen wordt de kerk van vandaag gestimuleerd om met het Woord aan de slag te gaan en om Christus groot te maken in ons doen en laten.
Juist met dat doel voor ogen wil je ook zo'n volk zijn, dat door Christus gereinigd is en dat volijverig is in goede werken. Dan wil je heilig leven en je zo door God laten opvoeden, dat je ook doet wat hier staat: de goddeloosheid en de wereldse begeerten verzaken; en bezadigd -dat wil zeggen: bezonnen, met overleg- en rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven.
En dat is heel concreet je leven dienstbaar laten zijn in Gods Koninkrijk. Dat is leven vanuit de verwachting dat Christus komt.
En hebben we dat niet bij alle samensprekingen en bij alle kerkelijke overleggingen heel hard nodig? Dat we oog hebben en ook meer oog moeten krijgen voor het doel, waar alles naar toe wordt geleid? Juist zo komt het kerkelijk leven in het brede perspectief te staan van Gods plan met deze wereld.
Met dat doel voor ogen worden we bevrijd van een stuk krampachtigheid, van een stuk kerkisme en van het zoeken van een doel in onszelf.
Met dat doel voor ogen worden we meer bezonnen en gaan we met meer overleg te werk. Je gaat de dingen anders taxeren. Wat voor de wereld heel belangrijk kan in het Koninkrijk van God een sta-in-de-weg-zijn. Je gaat de betrekkelijkheid van veel dingen inzien. Zaken als materialisme blijken dan opeens heel vergankelijk te zijn.
Met dat doel voor ogen is een superioriteitsgevoel onder de kerken of een gevoel van gearriveerd-zijn niet op z'n plaats. Alles komt te staan onder de heerschappij van Hem die echt superieur is en die alle macht heeft. Alles komt te staan onder de zeggenschap van Jezus Christus. En zolang Hij nog niet is teruggekeerd kan er geen sprake zijn van een gearriveerd zijn. Want zolang Christus nog in de hemel is zijn de voorbereidingen nog in volle gang en is het grote doel nog niet bereikt.
Broeders en zusters, we zijn nog onderweg. En daarbij leven we vanuit de wederkomst. Daar mogen we troost uit putten en rekening mee houden.
Dat mag zich dan onder andere hierin uiten, dat we alles op alles zetten om mensen te redden en om temidden van alle verscheidenheid iets te laten zien van de eenheid in het geloof, in de hoop en in de liefde, door de ontvangen genade door te geven vanuit de bewogenheid van God met zondige mensen. Dat mag zich ook uiten door hier en nu al iets te laten zien van de dingen die komen gaan. Door hier en nu een afspiegeling te zijn van die éne kudde onder leiding van de grote Herder der schapen.
Laten we daar ook om bidden dat we daarin mogen groeien en dat we mogen leren om als kerk en als kerken van daaruit te leven. Vanuit de dingen die komen gaan.
Daarbij mogen we ook bidden om de vervulling met de Heilige Geest. De Geest van God, die in de kerk wil werken en die onze zwakheid te hulp wil komen. De Geest van Christus die ons als bruid leert bidden: Ja, Maranatha, ja, kom!
En wat zou het dan machtig zijn als mensen dat horen en daar zo geraakt door worden dat ze het met ons mee zullen bidden: ja, kom Here Jezus.
Wat zou het machtig zijn als andere mensen daardoor met ons Gods weg willen gaan.
Wat zou het machtig zijn als mensen in de eenheid van Gods kerk iets mogen zien van de eenheid in God, en samen met al die andere pelgrims verder trekken - door de nacht van strijd en zorgen; maar ook vol verlangen naar de morgen, waar de hemel hen verhoort!
Laten we samen danken en bidden en ons gebed afsluiten door gezamenlijk het "Onze Vader" te bidden.
Here Jezus,
dank U wel voor die belofte, die U laat horen in Uw Woord. U komt spoedig terug en U bent in de hemel hard aan het werk om alles tot volheid te brengen.
Dank U wel dat U daarin ook trouw bent en dat U niet loslaat het werk dat Uw hand begon. U gaat door met werk en alles is er op gericht dat Uw beloften in vervulling zullen gaan.
Vader, leer ons daaruit te leven. Maak ons bewust van Uw werk in ons en door ons heen. Vorm ons en kneed ons naar het beeld dat U voor ogen staat en gebruik ons als middelen in uw hand om Uw Koninkrijk te bouwen.
Maak ons daarom tot een volk dat door U gereinigd is en volijverig is in goede werken.
Dat zijn we niet van onszelf. Dat hebben we vanavond ook beleden. Van onszelf staan we schuldig voor Uw troon en zijn we niet in staat om het goede te doen. Keer op keer wijken wij af van de wegen die U ons wijst in Uw Woord.
Daarom ervaren we het ook als zo'n groot wonder dat we ondanks alles toch bij U mogen komen en dat U ondanks alles toch met ons verder wil gaan.
U bent naar ons toegekomen om ons te redden. U bent verschenen, heilbrengend voor alle mensen. Here, als we dat zien en die boodschap tot ons door laten dringen, dan willen we samen Uw Naam loven en prijzen om Wie U bent, om wat U heeft gedaan en om wat U ook nu doet. Want Uw werk gaat door.
In dat licht mag ook deze avond staan. Wij zien daarin het werk van U. U brengt ons hier bij elkaar om ons te laten groeien in de eenheid van het geloof, van de hoop en van de liefde. We mogen hier een soort voorsmaak ontvangen van de dingen, die komen gaan; want straks zal het zijn één herder en één kudde. Straks is geen verdeeldheid meer en geen gescheiden optrekken. U brengt de verstrooide kudde bij elkaar en we zullen allen op U gericht zijn.
Wilt U geven, Here Jezus, dat we daar in mogen groeien. Juist als we hier bij elkaar als broeders en zusters van verschillende kerken. We zijn blij en dankbaar dat we deze avond uit Uw handen mochten ontvangen. Maar tegelijkertijd beseffen we hoe moeilijk en hoe onthutsend het is als een ieder van ons morgen weer naar de eigen kerk gaat en als we weer tegen de moeiten aanlopen om in de gescheidenheid te werken aan een stukje eenheid.
Wij voelen daarin onze onmacht en brengen dat daarom ook bij U. U die bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen. U die eenheid kunt brengen temidden van zoveel verdeeldheid.
Wilt U daarin Uw kerk genadig zijn en ons door alles heen vast blijven houden en laten groeien in de gemeenschap met U en met elkaar.
Wilt U uw kerk blijven gebruiken om mensen op te voeden, zodat wij in Uw kracht de goddeloosheid en de wereldse begeerten verzaken; en leren om bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig in de deze wereld te leven.
Geef predikanten en kerkeraden de kracht om hun werk te kunnen doen. Zegen hun in hun werk en wil ook Uw zegen geven als er samensprekingen worden gehouden of als er sprake is van samenwerking. Geef openingen daarin en verblijd ons daarin over Uw grote daden.
U plaatst ons in deze wereld om Uw licht te verbreiden. We mogen de blijde boodschap van Uw liefde en genade laten horen en zichtbaar maken in ons doen en laten.
We mogen ook als een zoutend zout doorwerken in deze maatschappij en bederfwerend werken temidden van zoveel duistere machten en krachten, die Uw Naam en uw werk tegenstaan.
Op dit moment gaan onze gedachten ook uit naar de voorstellen over het homo-huwelijk. Here, wilt U op dit punt Uw kerk één laten zijn opdat we samen voor de eer van Uw Naam op mogen komen en eenparig mogen laten horen wat Uw wil is ten aanzien van dit punt.
We bidden voor de overheid of U hen hierin wilt leiden. Geef daarin wijsheid en Uw licht. En geef die partijen en politici die voor Uw eer op willen komen de vrijmoedigheid om Uw Woord daar te laten horen.
Here, wees met heel Uw kerk. Wilt U Uw kerk vervullen met uw Heilige Geest. Neem Uw Geest niet van ons weg, maar wakker het vuur in Uw kerk aan om met Uw Woord en in de kracht van uw Geest aan de slag te gaan.
We mogen op weg zijn naar Uw toekomst toe. We mogen uitzien naar de wederkomst van U, Here Jezus Christus. En daarom bidden we U: Kom spoedig Here Jezus. Maranatha. Ja kom met haast.
En dat bidden we op grond van Uw beloften en met ons oog op U gericht. U die ons het gebed geleerd hebt dat we nu ook mogen bidden.
Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen.
Terug naar overzicht gebedsavond