Meditatie op gebedssamenkomst
Amersfoort, 3 september 2005
J. Dekker
Grenzen doorbroken
Vóór de lezing uit Jesaja 19 hebben we het lied ‘Samen in de naam van Jezus’ gezongen. Voor veel mensen is dat een lievelingslied. En dat komt vast en zeker omdat er in dit lied een sterk verlangen naar eenheid doorklinkt. Naar eenheid tussen christenen die dezelfde Heer belijden, maar vaak tot verschillende kerken behoren. Niet zelden gaat het dan om christenen uit kerken die nog dicht bij elkaar staan ook, maar waarbij het op de een of andere manier toch niet lukt om ook kerkelijk met elkaar op te trekken. Juist dit lied ‘Samen in de naam van Jezus’ kan je dan uit het hart gegrepen zijn. En je ervaart het als een verademing wanneer het soms even werkelijkheid wordt. Dat christenen van verschillende herkomst bij elkaar datzelfde geloof in Jezus Christus herkennen, elkaar weer leren verstaan en inderdaad samen een loflied zingen, samen bidden en samen getuigen. Een verademing die in dit lied terecht met de Heilige Geest in verband wordt gebracht. Mensen brengen namelijk geen eenheid tot stand. Maar de Geest, zo zingt dit lied, de Geest doorbreekt de grenzen, die door mensen zijn gemaakt. En hoever de Geest daarin kan en wil gaan, in het doorbreken van zulke grenzen, dat wil ik graag met u overdenken.
Misschien is het u bij het lezen al wel opgevallen dat het thema van deze gebedssamenkomst uit Jesaja 19 afkomstig is. ‘Samen zullen zij de heer dienen,’ zo klinkt het in vers 23. Maar let u even op wie er in Jesaja 19 met die ‘zij’ bedoeld worden. Wie zijn diegenen die samen de heer zullen dienen? Het wonderlijke is, dat het niet gaat om partijen van wie je dat direct verwachten zou. Twee volken worden er genoemd, de Egyptenaren en de Assyriërs. Twee volken die in de tijd van de bijbel nooit anders dan elkaars aartsvijanden zijn geweest. En geen van beide stonden ze bekend als hartelijke liefhebbers van de heer, de God van Israël.
Egypte kennen we natuurlijk vooral als het land van de onderdrukking, het land waar de Israëlieten slaven waren geweest. En Assyrië kennen we als een grootmacht die eeuwenlang met grote wreedheid in het Midden-Oosten heeft huisgehouden en een groot deel ook van Israël in ballingschap heeft weggevoerd. Maar nu staat er dus van deze beide grootmachten dat er op een dag tussen hen een weg zal lopen. Een gebaande weg waarover de Assyriërs naar Egypte zullen komen en de Egyptenaren naar Assyrië. En het wonderlijke is dat deze weg nu eens niet gebruikt zal worden om met elkaar oorlog te voeren, wat je van twee aartsvijanden zou verwachten. Nee, deze weg zullen ze gebruiken om in vrede met elkaar om te gaan. Door samen de heer te dienen. Blijkbaar is de kracht die daarvan uitgaat, van het samen dienen van de heer, zo groot, dat het zelfs de vijandschap tussen Egypte en Assyrië kan overwinnen. Zover kan de Geest dus gaan in het doorbreken van grenzen. Zelfs grenzen van pure vijandschap kunnen dan worden doorbroken. En mensen die door de loop van de geschiedenis ver bij elkaar vandaan stonden, raken vervuld van het verlangen om samen de heer te dienen.
Jesaja spreekt over een dag in de toekomst waarop dit zal gebeuren. En het is nog steeds toekomst. Maar ook een toekomst die door de komst van Christus al een stuk dichterbij is gebracht. Want dit is precies ook wat het evangelie van Christus op het oog heeft. Niet alleen dat mensen voor zichzelf de genade en vrede van God ontvangen, maar ook dat de verhoudingen tussen mensen onderling erdoor veranderen. Dat uiteindelijk de hele wereld erdoor verandert. Dat niet langer vijandschap en strijd de verhoudingen in de wereld bepalen, maar vrede en recht. Dat mensen die zich met God verzoend weten, zich ook met elkaar verzoenen. Ja, zelfs dat volken zich met elkaar verzoenen. Omdat ze vervuld raken van het verlangen om samen de heer te dienen. Zover kan en wil de Geest graag gaan in het doorbreken van grenzen. Samen zullen zij de heer dienen.
Denkend aan het doel van deze gebedssamenkomst vanavond, zouden wij het al geweldig vinden als onze kleine gereformeerde kerken nader tot elkaar zouden komen; als er een weg zou lopen van de ene kerk naar de andere en we elkaar ook als kerken meer zouden weten te vinden om samen de heer te dienen. Samen in de naam van Jezus. Maar dat is blijkbaar nog peanuts vergeleken bij wat de heer zelf in de gedachten heeft. In de profetie van Jesaja 19 gaat het om veel grotere verhoudingen. God is erop uit dat zelfs grootmachten als Egypte en Assyrië zich met elkaar verzoenen en samen de heer zullen dienen.
Om het even wat dichterbij te brengen: stel je voor dat iemand vandaag zou aankondigen dat er een dag komt waarop moslims, christenen en joden elkaar zouden weten te vinden. Niet in een of andere algemene vorm van religiositeit, die in de wereld vaak wordt nagestreefd, omdat het toch allemaal één pot nat zou zijn. Nee, moslims, christenen en joden weten elkaar te vinden in het gezamenlijk dienen van de heer! Want daar gaat het hier over. Het samen dienen van de heer, de God van Israël, de Vader van Jezus Christus. Dat zou voor ons vandaag waarschijnlijk net zo moeilijk voor te stellen zijn als voor de mensen toen, die deze profetie uit Jesaja te horen kregen. Het is dan ook één van de meest vergaande woorden uit het Oude Testament. Een woord ook dat een geweldige hoop en verwachting wekt. Stel je toch eens voor dat de Geest inderdaad nog eens zover zou gaan in het doorbreken van grenzen. Gods wegen zijn soms verrassend en we mogen er ook om bidden. Misschien dat dit gebed ons dan ook kan helpen om weer de juiste proporties in het oog te krijgen waar het onze onderlinge verhoudingen als christenen en kerken betreft. Als we immers een God hebben die zelfs de grenzen tussen Assyrië en Egypte wil doorbreken en die er op uit is om aan alle vijandschap een einde te maken, zouden we dan als gereformeerde kerken werkelijk niet in staat zijn om vandaag al samen de heer te dienen?!
De profetie van Jesaja 19 gaat zelfs nog een stap verder in het ontvouwen van Gods toekomstvisioen. Helemaal aan het slot staat de boodschap dat de heer Israël, Egypte en Assyrië zal zegenen met de woorden: ‘Gezegend is Egypte, mijn volk, en Assyrië, werk van mijn handen, en Israël, mijn bezit.’ Hier krijgen Egypte en Assyrië zelfs namen toebedeeld, die in het Oude Testament doorgaans alleen voor Israël worden gebruikt: ‘Egypte, mijn volk en Assyrië, werk van mijn handen.’ En in plaats van als eerste onder de volken, wordt Israël plotseling als derde genoemd. Precies zoals in vers 24 al gezegd wordt: ‘Op die dag zal Israël zich als derde bij Egypte en Assyrië voegen, tot zegen voor de hele wereld.’
Zover gaat Gods toekomstplan, dat Egypte en Assyrië beide zelfs mogen delen in de verkiezing van Israël. Nergens in het Oude Testament gaat de profetie zover, dat landen als Egypte en Assyrië zulke namen krijgen toebedeeld, ‘mijn volk’ en ‘werk van mijn handen’. Hier doorbreekt de Geest dus niet alleen de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Dit gaat veel verder. Hier doorbreekt de Geest ook grenzen die eertijds door God zelf waren gemaakt! Want God zelf had Israël uitgekozen en het afgezonderd van de volken om zijn eigen volk te zijn.
En wie kan deze profetie vandaag lezen zonder daarbij aan het evangelie van Pinksteren te denken, waarover o.a. in de brief aan de Efeziërs geschreven wordt. Daar spreekt Paulus over heidenen die eerst geen deel hadden aan het burgerschap van Israël en niet betrokken waren bij de verbondssluitingen en beloften die daarbij hoorden. Daardoor stonden ze eerst ver weg, maar in Christus Jezus zijn ze dichtbij gekomen. Want het bloed van Christus heeft de twee werelden één gemaakt en de muur van vijandschap die tussen Israël en de andere volken had ingestaan, afgebroken. Paulus kan nu als evangelie verkondigen dat ook de heidenvolken dankzij Christus door één Geest toegang hebben tot de Vader. Ook zij mogen nu ‘Gods volk’ heten, en ‘werk van zijn handen’.
In de profetie van Jesaja 19 heeft God zijn volk Israël op een bijzondere manier bij zijn roeping bepaald. Namelijk om tot zegen voor de wereld en voor de volken te zijn. Het is een vrij confronterende profetie, maar onontkoombaar wat Gods toekomstplannen voor de wereld betreft. En de kernvraag, niet alleen voor Israël, maar na Pinksteren ook voor ons vandaag, is in hoeverre wij bereid zijn om werkelijk samen met anderen de heer te dienen. Zijn wij ook als christenen en als kerken bereid om Gods beloften en zegeningen met elkaar te delen, samen de heer te dienen en daarin tot zegen voor de wereld te zijn? Want dat is ook onze roeping vandaag. Tot zegen zijn voor de wereld. Een roeping die van al Jezus’ volgelingen de grootst mogelijke gezamenlijkheid vraagt. In het gezamenlijk dienen van de heer tot zegen zijn voor de wereld. Een roeping ook die van ons allemaal een voortdurend gebed vraagt dat God de beloofde toekomst dichterbij wil brengen en dat zijn Geest ook vandaag grenzen wil doorbreken. Ook kerkelijk grenzen, zeker. Maar uiteindelijk gaat het in de profetie van Jesaja 19 om veel grotere verhoudingen. In Gods toekomstplan zal alle verdeeldheid en elke vijandschap eenmaal zijn overwonnen. Er komt een dag dat elke knie zich zal buigen en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader (Fil. 2,10-11).
Terug naar overzicht gebedsavond