Meditatie op gebedssamenkomst

Amersfoort, 7 september 2002
ds. J.J. Schreuder n.a.v. Jozua 1:10-18

Het wordt nu spannend: God heeft zijn belofte gegeven en een heldere opdracht. Het is allemaal duidelijk. Maar nu moet het gaan gebeuren.
Via de leiders van het volk geeft Jozua zijn instructies: Voorraad klaarmaken voor onderweg; binnen een paar dagen is het zo ver.
Het is allemaal heel dichtbij: de Jordaan, het land dat ze over de rivier al kunnen zien. Maar het lijkt onmogelijk. Hoe komen ze met elkaar aan de overkant? En hoe moet het dan verder? Ze krijgen geen uitleg hoe het allemaal zal gaan. Zij moeten gewoon doen wat de HERE opdraagt en dan zullen ze merken wat het betekent dat Hij de levende God is die bij hen is en die alles aan hen geeft.

Aparte aandacht is er voor de stam Ruben, Gad en de halve stam Manasse, omdat die al een eigen gebied hebben gekregen aan deze kant van de Jordaan. Zij mogen niet denken: 'Wij hebben het hier al goed; de anderen kunnen het ook wel zonder ons.' Of: 'Hoe het met hen gaat, interesseert ons eigenlijk niet.' Of, schijnvroom: 'God geeft hun het land, uiteindelijk moet Hij het doen, dus zijn wij niet nodig en kunnen wij rustig thuisblijven.'
Van hen wordt verwacht dat alle strijdbare mannen meegaan en zelfs voorop, om het land in bezit te nemen.
Jozua zegt niet: De HERE doet het voor ons, dus wat minder mensen maakt niet uit. Nee, hij zegt: 'Jullie zijn broeders, en het in bezit nemen van het beloofde land, - daar horen jullie bij.' Ze zijn één volk; dus wil God dat ze samen optrekken en samen Gods zegen ontvangen.
Er wordt geen ruimte gegeven aan eigenzinnigheid en individualisme. De broederband is er door de verbondenheid met de ene HEER; met die God die wij ook Vader mogen noemen. De band met Vader geeft verplichtingen van de kinderen naar elkaar.
Wie de gehoorzaamheid aan onze Vader en onze Heer weigert, kan ook niet in de broederkring blijven. Hij wordt buiten de gemeenschap gesloten.

Het is de HERE zelf, die zijn volk bereid maakt om zo gezamenlijk verder te gaan. De 2,5 stam van het Overjordaanse, gaat mee en gaat voorop. Gods belofte en zijn opdracht bewaren ze in hun hart.

Wij gaan bidden om Gods zegen over het vervolg van samensprekingen, ontmoetingen, samenkomsten. Maar wie weet precies hoe het verder moet? Hoe komen we over allerlei punten heen, die nu barrières blijken te zijn; punten die ook een last kunnen zijn voor ons geweten. Wat de één wegwuift als onbelangrijk, ervaart een ander als iets dat Hij om de HERE naar voren moet brengen.
We willen samen staan onder het gezag van het ene Woord. Laten we het ook steeds weer zeggen en aan elkaar laten merken: Alles wat onze Leider, onze Heer ons zegt, willen we doen. Zelf leven bij het Woord van Christus en van de ander merken dat hij aan diezelfde Heer verbonden is in liefde, eerbied en gehoorzaamheid - dat bindt samen. Zo groeit er vertrouwen. Op die manier groeit het verlangen om nu al werkelijke eenheid te beleven en willen we naar vermogen ons daarvoor inzetten.

Jozua kreeg als antwoord: 'Moge maar de HERE, uw God, met u zijn, zoals Hij met Mozes geweest is.' Van Hem moet het komen. Die God maakt zijn beloften waar. Als Hij met je is, dan blijft er van barrières van water, muren of wat ook, niets over. Daarom bidden we zo dadelijk opnieuw: 'Here, wilt U met ons gaan.'

Voorbede en vragen om Gods zegen - hoe gaan we dat doen?
Voor alles is nodig dat de HERE ons harten geeft die Hem liefhebben en Hem vertrouwen.
Elke vordering op het punt van het bewaren van waarheid én eenheid kan alleen maar echt zijn, als ze gebeurt in de verbondenheid met de Here Jezus Christus, onze Jozua, onze Verlosser en Koning.
Wij hebben het besef nodig dat zijn ogen op ons gericht zijn; dat Hij voor ons pleit; dat Hij ons zijn opdrachten geeft. Dat er, als wij met Hem verbonden zijn als ranken aan de wijnstok, ook in ons en door ons dingen kunnen gebeuren die niemand voor mogelijk hield.
Hij kan ons er voor bewaren te vechten voor de waarheid of waarheden - los van Hem.
Of te vechten voor een eenheid die alleen het grote getal beoogt en het daarvan verwacht en daarom vleselijk is- en dus niet ziet op Hem die er één kudde onder één Herder van maakt.
Hij kan ons bevrijden van onverschilligheid voor anderen, als we het persoonlijk en in eigen kring maar goed hebben; en maken dat wij voorop gaan in verbondenheid met onze broeders, om te doen wat ons van Boven is opgedragen.

Laten we in die gezindheid naderen tot Hem die bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen.


Terug naar overzicht gebedsavond