Meditatie op gebedssamenkomst

Amersfoort, september 2006
ds. J. van Mulligen


’t Wordt echt tijd!

1 Petrus 4:7-8

Van onze vijf kinderen zijn de drie oudsten jongens. Toen ze oud genoeg waren om even alleen te zijn maakten we daar een enkele keer gebruik van. Steevast zeiden we bij het weggaan: goed oppassen, geen ruzie en we zijn zo terug. Het ging gelukkig altijd goed en ze konden het doorgaans uitstekend met elkaar vinden. Trouwens nog altijd. Maar jaren later toen zij ook al getrouwd waren hoorden we dat het toch een keer uit de hand was gelopen. Ruzie over iets waarvan ze niet weer wisten wat het was. Het liep nogal hoog op. Maar ze slaagden erin om vlak voor onze thuiskomst de rust en vrede te herstellen. Waarom? Ik denk toch vanwege het vertrouwen dat wij in ze gesteld hadden en vanwege de belofte om goed op te passen.

Dit voorval – herkenbaar voor velen denk ik – schoot me te binnen toen ik mij bezon op het thema van vanavond. De tijd dringt! Christenen die hetzelfde fundament hebben. Die zich verbonden weten aan Jezus. Van hen mag je verwachten dat ze zich ook aan elkaar verbonden weten. Dat ze een eenheid zijn. Ze zijn familie van elkaar. Noem de kerken die in dit Appèl participeren maar zusters van elkaar. En wat is er normaler dan dat broers of zussen – maakt niet uit – goed met elkaar omgaan. Helaas is dat toch niet altijd het geval.
We zoeken elkaar, we werken in toenemende mate samen, maar organisatorisch en structureel zijn we gescheiden. En het schiet maar niet op. Daarom bidden we om echte eenheid die niet anders kan dan uitlopen op zichtbare eenheid van drie zusterkerken. En daar is haast bij. Vanaf zeg maar Hemelvaart verkeren we in het laatst der dagen. Daarom wordt bij de uitstorting van de Geest op het Pinksterfeest in Handelingen 2 Joël aangehaald, die al eeuwen eerder aangaf dat die uitstorting zou geschieden in het laatst der dagen. Trouwens Petrus is helemaal duidelijk in het stukje dat ik net las. Het einde aller dingen is nabij gekomen. Wat op Golgotha z’n beslag kreeg zal aanstonds volledig uitgewerkt worden. Daar werkt God naar toe. Intussen zijn we onderweg. We hebben er al twintig eeuwen opzitten. Als Petrus het toen al nodig vond om te zeggen: het einde van alles is nabij gekomen, dan mogen we nu wel vaststellen dat dat voor ons nog veel meer geldt. Bovendien, je moet wel heel erg blind zijn om de toespitsing van alles wat de Bijbel over de eindtijd zegt niet op te merken. De tekenen der tijden liegen er niet om. Oorlogen, geruchten van oorlogen, hongersnood, aardbevingen, pandemieën en, positief: de voortgang van het evangelie tot aan het eind der aarde. Was het bij Petrus elf uur, het is nu een paar minuten voor twaalf. En ik lees telkens in het Nieuwe Testament dat de kerk regelmatig klok moet kijken. We moeten wel klaar zijn voor die komst. We moeten waakzaam zijn en met spanning uitkijken. Dat is de taal van de Bijbel. Daarom vandaag, AD 2006, het thema: de tijd dringt. Het wordt nou echt tijd dat we ernst maken met het gebod om eenheid te zoeken met in eerste instantie onze zusterkerken. Dat moet wel klaar zijn voor dat Jezus terug komt. Vindt u niet? Ik moet er niet aan denken dat ik bij zijn komst moet zeggen: “Het is niet gelukt, we maken nog steeds ruzie, we vertrouwen elkaar eigenlijk niet, we zijn wel kinderen van één huis maar we wonen in verschillende vertrekken”.

Die verdeeldheid doet Christus nu verdriet, maar bij zijn komst zullen we merken dat die gecultiveerde scheiding belachelijk en zondig was. Wat is er nou mooier dan dat we voor zijn komst alles in en op orde hebben. Dat we eerlijk erkennen dat het fout was en dat we om Christus’ wil eenheid hebben gezocht en gevonden. Want we leven in de tijd waarin het aankomt op bezinning en nuchterheid. Nuchterheid in de betekenis: helder kunnen denken, je niet in beslag laten nemen door de roes van het leven, je in alle ernst afvragen wat God van je vraagt en van je verwacht.
In die gestalte kun je bidden. En bidden is de handen ineenslaan. Juist ook samen. Niet toevallig dat Petrus er meteen bij zegt: “Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkaar, want de liefde bedekt tal – er staat eigenlijk een menigte – van zonden”. De oplossing voor de zonde van de verdeeldheid spitst zich toe op twee dingen: nuchter gebed en hartstochtelijke liefde. Liefde voor Hem en uiteraard dan ook voor allen die, net als wij, zijn kinderen zijn. Want we zijn familie. We moeten op het huis passen. We krijgen onenigheid. Kan gebeuren. De discipelen maakten zich er ook nogal eens aan schuldig. Maar het is niet goed. Jezus keurt het af. Hij wil dat al zijn kinderen één zijn. Dat eist Hij van ons. En graag voordat Hij komt. De tijd dringt! Er is geen tijd meer voor wachten, op de lange baan zetten. Hij kan morgen komen. Ik moet er niet aan denken dat we elkaar dan nog niet gevonden hebben.

De tijd dringt, we bidden ervoor en we werken eraan.

Het wordt echt tijd...


Terug naar overzicht gebedsavond