Meditatie op gebedssamenkomst

4 september 1999
ds. D.A. Lagewaard, n.a.v. 2 Kronieken 30: 6-9

"Geef elkaar de hand", dat is één van de basislessen die we in ons leven steeds weer moeten leren.
Dat we ons met elkaar hebben te verzoenen.
Het was in een brief, een koninklijk bevel dat door koning Hizkia was geschreven, de koning van Juda.
Toen die brief verstuurd werd, was het alweer lang geleden dat koning Salomo aan het bewind was. Wat was dat een veelbelovende tijd geweest! Er was niet alleen politieke vrede, bovenal was Israël het volk van God, een volk dat ongedeeld was. Er was nog geen scheurtje te bekennen in wat zeg maar de kerk van toen was. Het volk van God was één in de dienst van de Here. Eén Here, één geloof, één tempel.... Maar zoiets houdt niet lang stand, althans, op aarde.
Er zijn geestelijke machten die alles wat God goed maakt willen afbreken, en het is ze gelukt ook: na Salomo is dat vrederijk gebarsten, er kwam een twee- en een tien-stammenrijk, Juda en Israël.Het volk van God, zeg maar de kerk ging stuk, deze eerste breuk was al een breuk te ver.Dan komt Hizkia aan de macht! Wanneer de tempel gereinigd is en weer helemaal klaar is voor gebruik, schrijft hij een oproep aan heel het volk, een koninklijk bevel: "Geeft de Here uw hand en komt, dient de Here in zijn tempel!"
En hij laat de oproep niet alleen klinken in zijn eigen rijk Juda, maar ook in het tien-stammenrijk, Israël. Dat rijk waarvan ze afgescheiden waren.
Die twee rijken kun je vandaag vergelijken met onze verschillende kerken. Het opvallende aan de oproep van Hizkia is dat hij niet alleen sprak tot zijn eigen rijk, zeg maar tot het eigen kerkvolk, maar dat hij ook de anderen wilde bereiken met zijn boodschap.
Hij was ervan overtuigd: voor de Here mogen al die scheuringen niet bestaan. Hij wist dat die verscheurd-heid, die verdeeldheid, iets was waar de Here verdriet over had. Dat allen die de Here echt wilden dienen samen op moesten gaan naar de tempel.
De Here je hand geven, dat betekent hier: sluit opnieuw een verbond met de Here, uw God. Wijd je opnieuw aan Hem toe. Beide volken waren ver van de Here afgedwaald. Ze waren trots en eigenwijs geweest.
Gods hand had het volk geslagen, met ballingschap, Maar, zei een vader, je kunt je kind op twee manieren slaan. Je kunt het van je afslaan en naar je toe slaan. De Here sloeg zijn volk naar Zichzelf toe.
En nu bood Hij opnieuw zijn liefdevolle hand uit: zullen we weer verder gaan? Zoals Hij dat deed in Christus.
En als we dan, als drie kerken hier aanwezig, onze tijdelijke handen in die van de Eeuwige mogen leggen, zullen we elkaar dan niet de hand geven, en in de handen knijpen: wat een geluk dat we samen bij Hem mogen horen?!



Wereldwijde eenheid

Openbaringen 21

Johannes kreeg, na een hoop ellende gezien te hebben, te horen: kom, nu mag je OOK de vreugde zien die DAARNA komt. Kom naar de bruid kijken, de bruid van Christus, zoals die er in de toekomst uit gaat zien.
God liet hem zien hoe het zou worden, hoe het zou AFLOPEN met de kerk, eens zou die kerk van de hele wereld samenkomen in het hemelse Jeruzalem. Daarom mag Johannes ook de stad van God zien. Het is geen dorp, geen gehucht. Het is een grote stad, met talloze woningen.
Wanneer we BESEFFEN dat eens de kerk van God WERELDWIJD bij elkaar zal horen dan moeten we ons ervoor inzetten om daar NU AL iets van te beleven, te ervaren, iets van te laten zien.
Wat zullen we tegen elkaar zeggen als we met een rood hoofd samen wandelen naar Jeruzalem, wat zeggen we tot onze broeders en zusters uit de Chr. Geref. kerken, vrijgemaakte kerken, Ned. Geref. kerken. Wanneer we samen op weg zijn naar het hemelse Jeruzalem.
Wat zullen we verbaasd om ons heen zien, wanneer we die Afrikanen zien dansen en huppelen voor onze Heer. Wat zullen we verbaasd luisteren wanneer we de engelsen hun machtige hymns onderweg horen zingen. Allemaal zo anders dan wij en toch één met ons!
God is zo groot en zo veelzijdig, en Hij wordt op zo'n veelkleurige manier gediend en geprezen. En wij maar moeilijk doen omdat we NET IETS verschillen, wat zullen we DAN blij zijn dat we verschillend zijn als CG, Vrijg. en NG.
Dat we allemaal een EIGEN duit in het zakje mogen doen. Dat staat toch in vers 26, ALLE volken zullen iets in te brengen hebben in die stad, hun heerlijkheid en eer. De Here God is zo groot en goed dat Hij IEDER volk iets bijzonders heeft gegeven. Dat mogen ze meebrengen!
ALLE VOLKEN hebben wel IETS in te brengen van wat God hen gegeven heeft. De CG met hun ernst: is het ook voor mij, Here? Maar ook met hun vreugde om het kind van God mogen zijn! De Vrijg. met hun gedegenheid en doordachtheid en hun vreugde daarom! De NG met hun oog voor de vrijheid in Christus in hun roeping op aarde. En hun dankbaarheid daarvoor.
Wat geeft onze goede God toch veel geschenken aan AL z'n kinderen! Nu begrijpt u waarom de Here ons een blik in de toekomst heeft laten werpen. Zo weten we dat er eens een tijd zal komen dat van ALLE volken van uit ALLE windstreken christenen van DIVERSE PLUIMAGE met VERSCHILLENDE bijdragen zullen komen! Wat zal DAAR een verscheidenheid zijn! En toch: Wat zal daar een eenheid zijn! Omdat God alles in allen is.
Wat een voorrecht dat we daar vanavond samen alvast een klein voorschot van mogen ontvangen. Wat een verantwoordelijkheid om hier alvast iets van te laten zien aan de wereld om ons heen. Wat zullen we ons bij die hemelse eenheid schamen voor onze aardse verdeeldheid!


Terug naar overzicht gebedsavond