Meditatie op gebedssamenkomst

Assen, 11 februari 2006
ds. P. Groen n.a.v. Eén kudde; één herder (Johannes 10 en 17)

Broeders en zusters,

Één kudde, één herder. Wat een prachtige woorden die Christus toen sprak. Toen hij vertelde over de goede herder.
En in joh 17 bidt hij na de viering van het laatste avondmaal. En smeekt hij zijn hemelse vader uit de grond van zijn hart dat zijn discipelen, en al zijn kinderen samen één mogen zijn.

Aangrijpend ook, beste mensen, om zo vanavond zo samen in deze samenstelling deze woorden te lezen, en te overdenken. Broeders en zusters uit drie – of misschien nog wel meer - kerken. En zo dan vanavond samen. Als we dan kijken naar de kerkelijke kaart, moeten we zeggen: wat is het verdeeld en verscheurd. Alledrie de kerken willen van harte n met vreugde de Here dienen; staan op gereformeerde grondslag; nu samen vanavond met elkaar; En we zingen als uit een mond schitterende liederen; en laten ons meenemen in een klimaat waarin we elkaar willen zoeken en vinden als kinderen van één vader; maar morgen zitten we weer ieder in zijn eigen kerk.

Wat komt er zo dan terecht van die prachtige woorden van Christus, zo’n 2000 jaar geleden gesproeken: het zal zijn één kudde en één herder?

In deze meditatie wil ik graag met u stilstaan bij onze verantwoordelijkheid; en wat Christus doet.

Kerkvergaderingen werk
Wat doen wij zelf
Wat doet Christus, die dat natuurlijk helemaal overstijgt.
Zien op hoe we er zelf in staan, en dan de harten omhoog naspreken hoe Christus het ons zegt, en hoe Hij dat doet.

Laten we eerst eens de hand in eigen boezem steken. Wat hebben we er zelf aan gedaan? Als christenen, als kerken? Wij, en talloze voorgaande generaties?
Straks zullen we met elkaar tot god gaan in een verootmoedigingsgebed. Zeker. Dat we ons klein maken voor de Here. en zeggen: wat is er veel reden tot het belijden van onze schuld en zonde. Wat is er een kerkelijke gebrokenheid en wat zijn we daar verkeerd in bezig geweest; en nog. Wat is er een verscheurdheid; wat heeft het veel pijn veroorzaakt. Here wilt u ons verder helpen.

Ook daarin nemen wij onze verantwoordelijkheid.
Ik moet in dit verband ook denken aan wat een medewerker van de EO mij een keer zei. Wij spraken met elkaar over de veelheid aan kerken en christelijke groeperingen die er is. Ik zei: dat is toch erg. Dat mag zo niet zijn. Laten we werken aan eenheid met elkaar.
Hij zei: waarom? Die variatie is toch mooi? Je ziet dat in de natuur ook. Veel soorten planten en bloemen. Samen vormen ze een prachige geheel. Laat ieder op zijn eigen manier kerk zijn en zo principes in praktijk brengen. En elkaar daarin met rust laten.

Uit menselijk oogpunt een heel begrijpelijke redenering. Maar tegelijk ook zo verlammend. En zo passief. Dat heb ik zo ook gezegd tegen die man. Laten we niet berusten in al die verdeeldheid.

Broeders en zusters, het is goed om ons hierop goed te bezinnen. Elk heeft zijn en haar kerkelijk leven. Je hoort bij een kerk. Waar het woord verkondigd wordt. Waar dingen gebeuren zoals je die in een kerk mag verwachten. En of u, jij,christelijk gereformeerd, Nederlands gereformeerd of gereformeerd bent, het heeft voor ieder z’n eigen achtergrond en motivatie. De een is dat altijd al geweest; en is daar steeds bij gebleven.
Een ander heeft een duidelijke verandering in het kerk-zijn meegemaakt. Ik denk wel dat er hier zijn die de breuken van eind zestiger en begin 70er jaren in de vrijgemaakte kerken bewust meegemaakt hebben. Hoe er kerken buiten het verband ontstonden. Later Nederlnads gereformeerd geheten. Wat een voor alle betrokkenen pijnlijke breuk was dat.

Er kunnen er hier ook zijn die een bepaalde overstap gemaakt hebben ergens tussen de drie betreffende kerken. Kan verschillend kanten opgegaan zijn dan.

We hebben alledrie ons eigen kerkelijk leven. Zetten ons alledrie in. En dat moet ook. Kerk zijn. En dat betekent ook heel gewoon de taken doen, zoals we dat zo mooi en tegelijk eenvoudig zeggen in de catechismuszondag over het vierde gebod, over de sabbat: zondag 38: dat ik vooral op de sabbat de rustdag, trouw tot Gods gemeente zal komen om Gods woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here publiek aan te roepen, en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen.
Daar ligt onze taak. Dat is zo goed. Gewoon daarmee bezig zijn. Kerk zijn; in deze wereld.

Maar je ziet ook om naar je buren. Naar die gemeenten die op dezelfde grondslag staan van schrift en de gereformeerde belijdenis.
En gelukkig ontstaan er hier en daar heel mooie dingen. Goed verlopende samensprekingen. En nauwer samenleven. Met praktische uitvoeringen als: kanselruil; en gezamenlijke kerkdiensten en avondmaalsviering. Wat is dat prachtig mooi. Wat een zegen van de Here.

Soms kan dat niet. Dat kan allerlei redenen hebben. Dan is er misschien geen samenspréking. Maar kan er wel samenwerking zijn. Samen een project doen voor daklozen of andere maatschappelijk zwakken. Samen overleggen over evangelisatie en vormen van missionaire kerke zijn. Is ook zo goed.

Zo meteen willen we nog beter gaan kijken naar de woorden van Christus over één kudde zijn. Maar betekent dat nou van: zorg dat je morgen of anders overmorgen samen één kerkorganisatie vormt?
Ik denk niet dat het goed is om die woorden van onze heiland zo met als het ware een soort kramp en grote pressie toe te passen. Niet de kramp van: alles of niets. Of samen zo snel mogelijk één worden, en lukt dat niet: dan hebben we ook geen boodschap aan elkaar. Nee. Dat is niet goed. Ook al moeten we ons verootmoedigen over het gescheiden optrekken.

Vaak zijn er wel officiële of informele contacten over en weer. Meer of minder intensief. Laten we daarmee bezig zijn.

Want dat is niet vrijblijvend. Het is ook geen hobby van een stel fanatiekelingen. Nee, het komt voort uit woorden en werken van de Here Jezus Christus. Hij is de grote herder. De grote pastor. Die zijn schapen, de kudde wil weiden. Het kerkelijke plaatje van toen was nog betrekkelijk overzichtelijk. Israël was Gods volk. De kerk. De ware kerk. Maar die was wel uit elkaar aan het vallen. De joodse leiders zetten zich sterk tegen Jezus af. En werden steeds dreigendere naar hem toe. Vandaar ook dat Christus hen in Johannes 10 vergelijkt met wolven die de schaapskudden binnendringen. Soms zelfs in schaapskleren. Of huurlingen, die zelf geen herder zijn.

Nee hij is de enige echte herder. De grote opperherder. De schapen horen naar zijn stem en herkennen hem daaraan. Prachtig is dat hè? Het woord van d Here zoals je dat hoort, zij toen daar in Israël, en wij horen die stem – his masters voice – nog altijd uit de bijbel. En daar waar het woord wordt gebracht. De stem van de hemelse herder. Waarmee we bij onze naam worden geroepen. Ook in preken en woorden die mensen spreken, die daar van God opdracht voor hebben gekregen.
Laten we er dan ook altijd goed voor waken dat zijn geluid zuiver blijft. Laten onze predikanten het woord zuiver blijven bedienen. Laten kerkenraden en gemeenten daar op toe zien. Laten we ook als kerken die met elkaar contact willen hebben, met elkaar over en weer in gesprek zijn over elkaars prediking. Want daarin hoor je de stem van de herder.

Daar in Johannes 10, broeders en zusters, zien we dan dat de kudde, Israël, uiteen gaat vallen. Velen zullen hem verlaten. Hij zal zijn leven geven voor zijn schapen.
Als de oude kudde uit elkaar spat, gaat zich direct een nieuwe kudde groeperen, rondom het kruis van Golgotha. Er blijven volgelingen over. En Christus ziet ook al weer veel nieuwe schapen. Die niet van Iraëls stal zijn. Want na Pinksteren zal het evangelie de wereld over gaan. En velen toegevoegd worden. Dat mag zo door gaan tot de jongste dag.

Als ik zo naar deze woorden van onze heiland luister, moet ik denken aan die Amerikaanse predikant die in de zestiger jaren vermoord werd; pas kwam zijn naam nog weer in het nieuws, omdat zijn weduwe Coretta overleed. Ik bedoel Martin Luther king. De zwarte predikant die met zoveel moed voor de rechten van zijn zwarte landgenoten gestreden heeft. Denk aan zijn zo wereldberoemd geworden speech: I have a dream. Waarin hij zijn droom vertelt over het goede samenleven van alle rassen. Ik heb er over gedacht om mijn meditatie de titel te geven: I have a dream. Ik moet daar zo aan denken als ik de Here Jezus hier hoor zeggen: en daarmee is hij visionair en profetisch bezig: ik zie die schapen van een andere stal; ook die moet ik hoeden en zij zullen naar mijn stem luisteren.
Dan zal er een kudde zijn, met een herder.
Daarvoor zet Jezus zich zo helemaal in. Voor die ene kudde; waarvan hij de ene herder is. Daarvan droomt Hij. Daarvan dromen wij toch ook. En dan niet met dromen die bedrog zijn, maar met behoeften en gedachten die onder de norm staan van Gods woord zoals dat spreekt over de kerk en over kerkelijke eenheid.

Christus ziet daar alles al voor zich. De kerk van alle tijden. Zoals wij altijd aan de her vragen: Vader, bewaar den vermeerder uw kerk. Uw koninkrijk kome. Dan ziet hij ook al de kerken voor zich in het noorden van ons land. Zoals wij vanavond ook als leden van die kerken samen willen zijn, en willen bidden en zingen.

Want ja, Christus werkt toe naar de jongste dag. Pas dan zal het definitief echt 1 kudde zijn. In het nieuwe Jeruzalem. De schare die niemand tellen kan. Dan zullen daar de volken juichend staan. Ps 87. Gods verenigde naties.

Alles wat Christus daarboven en hier beneden doet, wijst daarop en werkt in die richting. Zijn kerkvergaderend werk. Gericht op de eeuwigheid. Hoe Christus dat precies doet, het vergaderen van zijn kerk: daar kunnen we heel wat over zeggen, denk ook aan de artikelen 27 – 29 van de NGB, over de kerk; en aan kerkhistorische gesprekken die we kunnen hebben; ook mogen we heel wat van zijn werk daarin zien; maar zoveel ervan onttrekt zich ook aan onze waarneming.
Maar Christus doet het wel. Hij verzamelt de zijnen. Op zijn manier. Zijn heerschappij omvat de loop der tijden.

Om eenheid van zijn gemeente bad Christus in de nacht waarin hij werd overgeleverd aan hen die hem wilden arresteren en laten veroordelen. Daar bij alle moeite en spanning die er voor hemzelf en zijn geliefden was, bad hij: laat hen allen 1 zijn, vader. Dat zij een zijn zoals wij. Wat een heerlijke woorden in dat hogepriesterlijk gebed van Christus. Zoals hij daar helemaal betrokken was, zo intens, op het eeuwig welzijn van zijn schapen.

In de hemel eens helemaal ten volle een. Laten wij zo ook op aarde al willen bidden om en werken aan eenheid. Aan zoveel mogelijk eenheid. Ook om als christenen eenheid te beleven en in praktijk te brengen. Ook al is er momenteel geen eenheid rondom kansel en avondmaalstafel.
Maar die kanten willen we toch wel uit? Op aarde al wel ons daarvoor inzetten toch? Laat zijn gebed voor ons een gebod zijn!

Als hogepriester bad hij daar al voor ons. De goede herder. Zijn pleidooien gaan in de hemel door. Aan Gods rechterhand. God verhoort al zijn gebeden. Dat zij Christus hier op aarde ook al; bij de opstanding van lazarus. Vader, dank u dat u mij altijd verhoort. Zo is het ook met zijn gebed om eenheid van Gods kinderen.
Wij kunnen die eenheid lang niet altijd zien. Wij staren nog zo vaak op gebrokenheid. Die er zeker ook is.
Maar in zijn onstuitbare gang naar de dag der dagen, is Christus ingespannen bezig om zijn kerk te vergaderen, te beschermen en te onderhouden. Zijn werk. Waarin wij ons plekje mogen hebben. Waarin hij ons ook vanavond ziet en hoort. Wat prachige. Wat een genade. Laten wij dromen over zijn woorden: ik zie een kudde, en een herder. I have a dream. Niet romantisch daarbij wegdromen, maar daaraan werken zolang het dag is.

Amen


Terug naar overzicht gebedsavond