Meditatie op gebedssamenkomst


1 september 2001
Ds. W.H. de Groot, GKV - Nieuwerkerk aan den IJssel, n.a.v. Efeze 5: 25-27

op de gebedssamenkomst van het Gereformeerd Appèl
op 1 september 2001 te Rotterdam-Alexanderpolder (Verrijzeniskerk)


Ik woon op kamers bij de manke bruid;
haar kast zit vol met gasten die geloven
op haar woord: het mensje kijkt verlangend uit
en houdt zijn handschoen om haar ring geschoven.

Met die indringende woorden begint een gedicht van Henk Knol over de kerk. De kerk als bruid. Manke bruid. Hinkend. Strompelend beweegt zij zich voort. En ze wacht. Ze wacht al zo lang. Tot de Bruidegom haar komt halen. En de bruiloft begint.

Broeders en zusters in de Heer, als bruid hebben wij niks aantrekkelijks. Van onszelf. Onvoorstelbaar afstotelijk. Ontrouw tot in onze vingertoppen. Niet geschikt voor een huwelijk. Gedoemd tot een ouwe-vrijster-bestaan. Vijanden, noemt Romeinen 5 ons. We zouden ieder aanzoek argwanend afwijzen. Van onszelf hebben we niks aantrekkelijks. Het is de liefde van de Bruidegom, die ons mooi maakt!

Want dat is toch het onvoorstelbare wat gebeurd is. Dat er een Man was. En wat voor een Man. Die deze onaantrekkelijke bruid lief kreeg. Jezus houdt van de kerk. Zo enorm veel. Zijn liefde is zo diep. Hij wil zo graag, dat het een mooie, stralende bruid wordt. Daar werkt Hij enorm hard aan.

Ja, daar heeft Hij alles voor over. Hij heeft zichzelf voor haar overgegeven. Je gedachten verplaatsen zich naar Getsémané en Golgotha. Zweet wordt tot bloed. Gespuugd en bespot. Spijkers door zijn handen. Dodelijke angst. Helse duisternis. Een inktzwarte hemel. En een onbereikbare God. Hij verliest zelfs zijn Vader uit het oog. Omdat zijn Vader zijn hart toesluit voor Hem. En waarvoor? Voor een bruid, die van zichzelf niet om aan te zien is. Voor u en mij. Hij betaalt een enorme bruidsschat. Gaat er zelf aan onderdoor. Voor de manke bruid.

Maar Jezus ziet hoe het moet worden. Hij weet, diep in zijn hart, dat er achter dat grauwe uiterlijk een aantrekkelijke vrouw zit. Ver weggestopt. Maar niet onbereikbaar. Tenminste, zelf is ze niet in staat die schoonheid op te roepen. Niet onbereikbaar... voor Hem. Het is Jezus Christus, die dat kan. Hij alleen. Zijn liefde. Die zo diep gaat dat Hij zichzelf weggeeft. Die liefde maakt dat de bruid toch nog aantrekkelijk wordt.

En daar is de Bruidegom nu mee bezig. Hij is bezig haar te heiligen, zo staat er. Dat betekent, dat Hij zijn bruid reserveert voor zichzelf. Dat heiligen wil dus zeggen, dat Hij haar aandacht richt op Hem, de Bruidegom. Dat ze gefocust is op zijn stem. Dat ze Hem in alles wil behagen. Dat ze haar aandacht richt op Hem alleen. Ze is niet meer bezig met kleinzielige probleempjes. En ook haar grote moeilijkheden ziet ze in een ander licht. Namelijk in het licht van zijn liefde. Het maakt, dat ze al die moeilijkheden en innerlijke conflicten achter zich wil laten. Omdat ze zich niet richt op zichzelf, maar op Hem, haar Bruidegom.

Hij reinigt haar dan ook door het water en het Woord. Ze wordt er een compleet ander mens van. Alles komt in het juiste perspectief te staan. Want ze leert haar Bruidegom kennen. Door het waterbad van de doop. En door de woorden die Hij spreekt. Ze leert Hem kennen als de Man van haar leven. De Enige, die haar schoonheid naar boven kan roepen. De Enige, die haar haar eigenwaarde teruggeeft. En haar stralend, zonder vlek of rimpel, volmaakt kan laten schitteren. Zoals ze eens bedoeld was. Jeugdig. Vol liefde voor haar Man. Dat gaat Hij bereiken. Daar is zijn liefde op gericht.

En moet je eens kijken wat er dan van de bruid wordt. Zo prachtig. Oogverblindend. Zo maakt de Here Jezus iets moois van ons. Van onszelf hebben we niks aantrekkelijks. Maar wat wil de Here Jezus in ons zien? Een prachtige jonge bruid. Zo moet de kerk zijn, vind Hij. En daar doet Hij alles aan. Om zijn bruid, zijn eerst afzichtelijke bruid, om haar te maken tot een stralende jonge verschijning. Zo, dat de mensen blijven staan. Aangetrokken door zoveel schoonheid. Vertederd. Sprekend tot de verbeelding.

En dan is de vraag: is de kerk dat? Een aantrekkelijke, jonge, stralende verschijning?

Want onze tekst zegt niet, dat dat pas gebeurt op de jongste dag! Dit is niet alleen maar toekomstmuziek. Niet pas op de grote dag van de bruiloft. Vandaag al. Het mag nu al te zien zijn!

Want Hij is daar nu mee bezig. Hij is bezig zijn bruid klaar te maken voor de grote dag. Zodat ze goed voorbereid voor het altaar verschijnt. Zonder vlek of rimpel. Heilig, puur en gaaf. En gelukkig maar, dat Hij daar mee bezig is. We belijden het toch ook: de kerk, dat is Christus' werk. En niet dat van ons.

Maar dat werk van Christus schakelt ons niet uit, maar in. Het is prachtig als we vandaag met elkaar bidden om kerkelijke eenheid. Een onmisbaar element in ons leven. Dat gebed. Maar als we na vandaag blijven zitten met gesloten ogen en gevouwen handen... Als we niet de handen uit de mouwen steken. Om kerkmuren te slechten. En als we onze ogen niet openen. Om goed om ons heen te kijken. En elkaar te herkennen en te erkennen als broeders en zusters in de Here. Als we het dus laten bij dit bidden alleen. Dan hebben we het niet goed begrepen.

Als Christus zijn bruid stralend voor zich wil stellen. En daar zelfs de hel voor getrotseerd heeft. Dan kan het toch niet zo zijn, dat wij genoegen nemen met de oecumene van het hart. En de kerkmuren verder laten staan. Dan kan het toch niet zo zijn, dat we bidden en verder niets. Christus werkt aan kerkelijke eenheid. Hij wil één bruid. Wij zullen in gehoorzaamheid achter Hem aan moeten. Met Hem mee moeten werken. We kunnen dan nooit genoegen nemen met hoe het nu is. Maar zullen, gebogen over en gebogen onder Gods Woord elkaar moeten zoeken. Zoeken tot we erbij neervallen. Het Gereformeerd Appèl moet een organisatie zijn, die werkt aan zelfopheffing.

Je moet er toch niet aan denken, dat de kerkelijke verdeeldheid stand houdt tot de jongste dag. En dat we moeten leven met kerk-scheidende muren, terwijl zoveel ons bindt. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe dat zal zijn. Straks. Kijk, Jezus is sterk genoeg om zijn kerk van over heel deze wereld uiteindelijk samen te smelten tot één geheel. Eén stralende bruid. Dus daar zal het niet aan liggen. En toch...

Als ik het me heel plastisch voorstel zie ik in een nachtmerrie een bruid, die op de trouwdag nog alle ledematen aan haar romp moet schroeven. 'Sorry, ik mis nog een arm. Er wordt al heel lang aan gewerkt, maar het is niet op tijd passend gemaakt'. Of, in een andere nare droom, dat je met een heel koppel vrouwen daar staat. Die allemaal beweren de bruid van Christus te zijn. Het zou toch een beschamende gedachte zijn als wij daar mee schuldig aan zijn. Je zou op de trouwdag zelf nog weglopen. Zo kun je toch niet voor het altaar verschijnen! Jezus, die zoveel voor zijn bruid heeft over gehad. En wij, die er dan zo mee om zouden gaan. Dat is toch niet voor te stellen! Hoeveel er ook gebeurd is in het verleden. En hoeveel er ook nog steeds gebeurt aan pijnlijke, vooral voor Christus pijnlijke gebeurtenissen in het heden. Het mag toch niet zo zijn, dat we daarin blijven hangen.

Het mag toch niet zo zijn, dat we maar mank blijven lopen. Als gevolg van onze zwakheid. En onze zonden. We kunnen dat niet maken. Want Jezus werkt aan onze reiniging en onze heiliging. Hij wil door zijn Geest bewerken, dat we tegen de zonde strijden. En onze zwakheid overwinnen. Laat het daarom vandaag nogmaals gezegd zijn: bidden, ja, maar ook werken. Wie bidt om eenheid zal moeten werken aan eenheid. Want Jezus wil een bruid, geen harem.

Dank u wel dat u wilde luisteren.


Terug naar overzicht gebedsavond