Meditatie op gebedssamenkomst

Almelo, 23 november 2002
Ds. W. van der Linde


Broeders en zusters,
Onlangs vertelde een militaire psycholoog hoe gestressed een soldaat kan zijn, als hij aan het front staat en links en rechts van hem granaten inslaan, en hij en zijn kameraden onder vuur genomen worden.
Dan kan het gebeuren, dat de soldaat z’n geweer weggooit en op de vlucht slaat. Een ander begint vreselijk te huilen, de tranen stromen hem over de wangen; een derde valt op z’n knieen, verbergt z’n gezicht in z’n handen en roept angstig om zijn moeder. Waarin hun reactie ook verschilt,- een ding hebben ze gemeen: Ze zijn alle houvast kwijt en weten de regels van de oorlogsvoering niet toe te passen.
Zo kan het ook ons overkomen: Wanneer we in crisissituaties terecht komen, weten we niet hoe we met ons geloof daarop moeten reageren. Als alles normaal gaat in ons leven, weten we alles precies. We zeggen Zondag 1 van de Catechismus zo op: ”Wat is uw enige troost in leven en in sterven?” Dat weten we goed. Dat schudden we zo uit de mouw. “Dat ik in leven en sterven het eigendom ben van mijn trouwe Zaligmaker, Jezus Christus, die met zijn kostbaar bloed ….”. Nee, dat zit wel goed. Daar kan ik best mee uit de voeten. Maar dan in eens, dan betrekt de lucht. De zon is helemaal weggescholen achter de wolken. Er komen grote moeiten en zorgen. Hoe verwerk ik dat? Werkt mijn geloof dan?

Koning Josafat maakte iets mee, waardoor zijn leven op de grondvesten stond te trillen. Hij kreeg te maken met een vijand, die vele malen sterker was dan hij. Hij stond tegenover een overmacht. Moabieten en Ammonieten hadden een verbond gemaakt tegen Juda. Boodschappers hadden de snelle opmars van de vijand gemeld. “ Ze zijn al in het Zuiden”, meldden ze. Nog even en ze zijn in de hoofdstad. En wie zal hen keren? Er dreigde paniek uit te breken onder het volk. Blijf onder zulke omstandigheden maar eens rustig. Van buiten strijd, van binnen vrees.
Er staat: “De schrik sloeg Josafat om het hart”. Dat begrijpen we. Wie zou niet bang zijn? Je leest de angst in zijn ogen. Wat moeten we doen?Wat kunnen we doen? Wij met ons kleine schietlegertje tegenover zo’n machtige vijand…
Wat gaat koning Josafat doen na z’n eerste schrikreactie? Roept hij de generale staf bij elkaar voor spoedberaad? Gebruikt hij de rode telefoon om bondgenoten te vragen hem te helpen? Nee, Josafat gaat naar zijn binnenkamer, buigt zijn knieen, strekt z’n handen uit naar de Here , legt de nood van zijn hart bloot voor God en vraagt: “Here God, wat moeten wij doen? Ik weet het niet. Help ons en geef ons wijsheid!”
Wat ben ik blij, dat deze geschiedenis in de bijbel staat. Dat bange, het niet meer zien zitten. Weet u, die heel erg vrome, goede, heilige mensen- daar kan ik vaak niet zo goed bij. Maar die koning Josafat, die zo verschrikkelijk bang is en dat zegt ook, die begrijp ik. Wat kan het je opluchten, als je leest van Josafat, hoe hem de schrik om het hart slaat en hij tegen God zegt: Here, wat moet ik doen?
Wij zijn niet altijd zo sterk als de dichter van Psalm 46: “Al zou de wereld ondergaan, wij zien het zonder vrezen aan!”Nee, bijbelheiligen,zoals koning Josafat, zijn ook maar gewone mensen. Hij is bang, heel erg bang. Daarom gaat hij naar de Here God.

En wat gebeurt er dan? Gaat de hemel open , veegt een hand al die dreigende wolken met een haal weg, breekt de zon weer door?
Dat zouden wij graag willen. Een euro in de automaat en hup…daar komt de kroket naar buiten. Zo kijken wij ook tegen de kerkelijke verdeeldheid aan. Wij denken: Een samenkomst beleggen van het Geref.Appel, bidden om kerkelijke eenheid, en morgen…. Alle kerkmuren zijn gevallen: “Ai ziet, hoe goed en lieflijk is ‘t , dat zonen van ’t zelfde huis als broeders samenwonen.” Nee, zo werkt het niet. God wil gebeden zijn! Is er bij ons een worstelen in de gebeden? Niet een keer, maar aanhoudend?
Kijk eens wat Josafat doet. Na z’n gebed in de binnenkamer staat hij op, gaat naar buiten en kondigt voor heel Juda een vastentijd aan. Jezus heeft gezegd: “Dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten”. Dat kost inspanning, zelfdiscipline, je genot ontzeggen. Het betekent, dat je je voor God verootmoedigt. Alles van jezelf opgeeft en Hem alleen de kans geeft om zijn grote daden te doen.

Dat moet wat geweest zijn, toen. Een grote stoet mensen kwam naar Jerusalem op die roep van de koning. Van alle kanten kwamen ze opzetten. Geen machtig leger. Nee, in militair opzicht stelde het alles niets voor. Wat daar in Jerusalem kwam? Mannen, vrouwen, met hun kinderen. Kwetsbare mensen. Zij kwamen naar de stad. Ze gingen naar de tempel, waar hun koning hun kracht liet zien: Geen verborgen opslag van wapens, maar het gebed. De koning bad en prees God als de machtige Heer . Ineens gingen de hoofden van de mensen omhoog. En ze wisten het: Daar, in de hemel, daar is God op zijn troon. Hij is de machtigste, Hij is de Heer . Koning der koningen en Heer der heren. Als Hij alles gemaakt heeft, wie kan hen dan iets maken? Hij heeft zijn volk gered, in de loop van de geschiedenis. Hij heeft ze beschermd. En ze konden altijd op Hem rekenen. Dat had Hij beloofd. Welnu, daar hielden ze Hem aan, nu ze in zo’n grote nood zaten. Here God, zo bad Josafat, nu is het zover: We zijn niet opgewassen tegen die machtige legers van Moab en Ammon. En wij weten niet wat we moeten doen. Maar onze hoop is gevestigd op U!”

Ik wil u meenemen naar onze tijd. Als gereformeerde kerken stellen we in ons land steeds minder voor. En de vijand is zo machtig. Wij kunnen geen vuist maken, zo we dat al van plan waren. De secularisatie neemt hand over hand toe. Ze dreigt ook ons en onze kinderen te overspoelen. God doet er veel minder toe. Hij speelt op het eerste gezicht geen enkele rol meer. Daar kunnen bang van worden. Wat gaan we dan doen? Hulp zoeken bij elkaar? Ons samen sterk maken en dan roepen: ”Wij zijn niet bang?”, zoals kinderen op een donkere zolderkamer dat zingen, juist omdat ze wel bang zijn.
Laten we beginnen met te doen wat Josafat tegen het volk zei: Verootmoedig u! Zij deden dat door te vasten en onder het vasten gingen ze bidden. “Niet door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest zal het gebeuren”, zegt God door een van de profeten.
Bidden wij wel? Daar ligt tegelijk onze fout en onze kans.Als wij nu ook eens eendrachtig gingen bidden…. Wij, Gereformeerden, zijn goed in organiseren. We hebben ook veel denkers en doeners en durvers. Maar hebben wij ook bidders? “Beproef Mij hierin, zegt God, of Ik dan niet de vensters van de hemel zal opendoen en u de zegen zal afgieten”.

Ik hoorde onlangs van een vrijgemaakte collega van een werkelijke zegen van God. Hij was in Korea geweest, in Seoel. Daar kwamen christenen ’s morgens vroeg bijeen. Om vijf uur. Elke dag? Ja, elke dag. Een paar christenen zeker? Zeshonderd. Ze gaan zingen, luisteren naar een korte overdenking, gaan samen bidden, en dan: Hup op de fiets of inde auto, naar hun werk. Wij, in Nederland , hebben moeite om een gebedskring te starten wegens gebrek aan deelnemers. En als zo’n kring gevormd wordt, dan vooral niet vaker samenkomen dan een keer in de veertien dagen of zelfs een keer in de maand. En zeker niet op woensdag, i.v.m. de Champions League.
Bidden wij wel? En dan aanhoudend? En met velen?
Als we het werkelijk niet zien zitten in deze tijd, omdat we bang zijn. Als we werkelijk niet meer weten wat we moeten doen, zoals Josafat dat ook niet meer wist, dan mogen we elkaar feliciteren. En God zal zeggen: Fijn, kinderen van Mij,dat je handen leeg zijn. Nu jullie benzinetank tot op de laatste druppel leeg is, kan Ik starten met mijn werk. En je zult ontdekken, dat er grote dingen gaan gebeuren!

Gebed (punten)
1. Lofprijzing en aanbidding van God
2. Verootmoediging vanwege (kerkelijke) zonden
3. Vragen om de Heilige Geest


Terug naar overzicht gebedsavond