Groningen
Eerste gemeenschappelijke verklaring
opgemaakt door de delegaties van
de Chr. Geref. Kerk te Groningen,
de Geref. Kerk te Groningen-Oost,
de Geref. Kerk te Helpman
(m.b.t. de gevoerde samensprekingen tussen de raden van de genoemde kerken in de periode van dec. '95 tot dec. '96)
1. Inleiding:
1.1. Het overleg tussen bovengenoemde kerken kwam geleidelijk tot stand. Een project 'Beeldvorming - CGK' in de Geref. Kerk van Helpman leverde in de beginjaren negentig contacten tussen deze beide kerken op, die de noodzaak van officiële samensprekingen aan beide kanten deed inzien. Er ontstond een samenwerking op het gebied van de evangelisatie, die er de oorzaak van was om officiële samensprekingen, op het niveau van de kerkenraden, daadwerkelijk in gang te zetten. Persoonlijke contacten van CG- met GK-broeders van de Geref. Kerk van Groningen-Oost leidden er toe, dat ook Groningen-Oost ging deelnemen aan het overleg.
Niet in de laatste plaats zijn het de landelijke ontwikkelingen geweest (samensprekingen tussen deputaten en uitspraken van synoden) die geleid hebben tot het daadwerkelijke overleg tussen boven-genoemde genoemde kerken in de stad
Eind 1995 hebben de delegaties van de kerkenraden de officiële samensprekingen gestart. In onderstaande verklaring wordt daarvan verantwoording afgelegd.
Geografisch bestrijkt de CGK-Groningen een gebied met ruim 25 GKV-kerken. Een overlegvorm tussen alle kerken binnen dat gebied is vanzelfsprekend onmogelijk. Om praktische redenen is daarom het overleg tussen de CGK en de GKV vooralsnog beperkt tot genoemde drie kerken: de beide CGK-kerkgebouwen bevinden zich op het grondgebied van de twee GKV-kerken.
1.2. De voornaamste uitgangspunten voor het overleg tussen de drie kerkenraden vormen de Heilige Schrift en de daarop gegronde belijdenisgeschriften. Vanuit die beide willen wij gevolg geven aan de opdracht de eenheid te zoeken met allen die Christus' Naam belijden.
Drie doelen staan de kerken hierbij voor ogen:
- het voeren van oriënterende gesprekken, die plaatselijk leiden tot groeiende wederzijdse herkenning van hetzelfde geloof in de Christus der Schriften;
- het vaststellen van wat ons, als gemeenten samenbindt en het doorspreken van wat mogelijk (nog) scheidt;
- de wederzijdse erkenning als kerken van Jezus Christus en de aanvaarding van elkaar als zodanig.
1.3. De eerste gesprekken hebben een oriënterend karakter gehad en leidden tot het aanvaarden van een werkplan, dat als kader dient voor de samensprekingen.
1.4. Datering en behandelde onderwerpen:
07-12-95: oriëntatie (voorgeschiedenis in Groningen; landelijke kerkelijke situatie);
08-02-96: opstelling werkplan; noodzaak kerkelijke eenheid;
11-04-96: historisch belangrijke gebeurtenissen;
04-06-96: toe-eigening des heils;
25-09-96: de kerk;
11-12-96: de prediking: bespreking van een achttal preken.
2.De verklaring:
Hieronder spreken de drie delegaties zich uit over de onderwerpen die als thema's aan de orde zijn geweest;
2.1. enkele historisch belangrijke gebeurtenissen:
Vooraf noemen we de periode van de Nadere Reformatie (NR), die vanaf de 17e eeuw een belangrijke geestelijke opleving te zien gegeven heeft. Van oorsprong is de NR een zegenrijke beweging die in alle kerken van de Reformatie haar sporen (helaas later ook sporen van deformerende aard) laat terugvinden. Invloeden van de NR zijn binnen de CGK sterker waarneembaar dan binnen de GKV. Het is onze overtuiging, dat de werkelijke geloofseenheid tussen CGK en GKV uit deze gemeenschappelijke historische achtergrond voortvloeit.
a. 1834 Afscheiding.
Kerkelijk gezien is 1834 het jaar van onze gezamenlijke richtingkeuze: in leer en kerkregering terug naar de Schriften, de daarop gegronde belijdenis en de Dordtse Kerkorde. Ook wordt de wens uitgesproken zich te verenigen met elke op Gods Woord gegronde vergadering. ('Acte van Afscheiding of Weder-keering').
b. 1886 Doleantie.
De Doleantie verschilt principieel van de Afscheiding; zo speelde destijds het 'beginsel der Afscheiding' (de Ned. Herv. Kerk is valse kerk met valse leer) bij de Dolerenden geen beslissende rol terwijl de Afgescheidenen gegronde bedenkingen koesterden tegen de leer van dr. A. Kuyper.
c. 1892 Vereniging.
Een deel der Afgescheidenen besluit zich met de Dolerenden niet te verenigen en blijft Christelijk
Gereformeerd; een ander deel besluit, op grond van de eenheid in het geloof, elkaar toch te aanvaarden in alles wat niet strijd met de Schrift en de belijdenis. Zij vormen sindsdien de Geref. Kerken in Nederland (GKN).
De CGK en de GKV taxeren vandaag, Anno Domini 1997, deze beslissingen verschillend; we respecteren
elkaars opvattingen dienomtrent en constateren, dat een onderlinge discussie over het gelijk van 1892 in het licht van Gods Woord in 1997 geen opbouwende bezigheid meer kan zijn.
d. 1942/44 Vrijmaking.
De verschillende opvattingen over verbond en doop (reeds daterend uit de vorige eeuw) zijn oorzaken
van veel strijd binnen de Geref. Kerken. De z.g.'Pacificatie-formule van 1905' brengt geen vrede. In de dertiger jaren van de 20e eeuw nemen de tegenstellingen toe. Gevolg van dit alles is, dat in de jaren '42/'44 bij synodebesluit slechts één verbondsopvatting (de z.g. veronderstelde wedergeboorte) de kerkelijk legitieme status ontvangt. Deze dogmatische beslissing is, naast ongereformeerde kerkrechtelijke handelingen, de oorzaak van de Vrijmaking in 1944 en volgende jaren geweest.
In de 'Acte van Vrijmaking of Wederkeer' wordt hiervan verantwoording afgelegd. Daarin wordt ook het
verlangen uitgesproken zich te verenigen met allen die zich in Christus één weten in de waarheid.
Het laat zich verstaan, dat de CGK te dien tijde de verwachting koesterden, dat de vrijgemaakten zich tot hen zouden wenden. Zij zagen in de scheuring binnen de Geref. Kerken hun vrees van '1892' bewaarheid.
Op hun eerste synode, die van 'Groningen-1946', hebben de GKV de 'Verklaring van 1905' niet langer voor hun rekening genomen. Op dezelfde synode is toenadering gezocht tot de CGK (benoeming deputaten).
In de periode na W.O.-2 vragen vele zaken aandacht en energie van beide kerken: heroriëntatie en opbouw van kerkelijk leven. De CGK en de GKV gaan als kerkengroep ieder hun eigen weg.
Vandaag spreken twee kerken van de Reformatie samen: ieders geschiedenis heeft die kerken zodanig verschillend gekleurd, dat dit in denken en spreken merkbaar is. Het is daarom met vreugde, dat we vandaag gezamenlijk mogen beseffen hoe grote rijkdom ons de God van het Verbond in het sacrament van de Doop geschonken heeft.
2.2. de toe-eigening des heils (tdh).
De bespreking van dit onderwerp is gevoerd aan de hand van twee brochures: het CGK-rapport in 'Ambtelijk Contact' (jrg.32, nr.3, 1993) en het GKV-rapport (dl.II, gen.syn. publicaties, nr.2 'Berkel en Rodenrijs=, 1995). Het onderwerp van de tdh is voor de CGK een belangrijk struikelblok geweest op de weg van toenadering tot de GKV. In landelijke besprekingen zijn de laatste jaren, naar beide kanten toe, de inzichten verhelderd. In onze plaatselijke besprekingen bestaat er wel enige reserve ten aanzien van de verschillende nadruk en inkleuring die de tdh landelijk binnen de CGK te zien geeft. Tevens vragen wij ons af, of de zaak van de tdh binnen de GKV in praktisch opzicht wel voluit functioneert (te denken valt aan prediking en gemeentebeschouwing).
Aan het eind van ons gesprek over dit onderwerp concludeerden wij, dat de verschillen tussen ons niet van dogmatische, maar van praktische aard zijn. En dan gaat de meeste aandacht uit naar de prediking: over de weg tot geloof en de weg van geloof mag in de prediking niet gezwegen worden. Allen zijn we het eens over de noodzaak van het toe-eigenend werk van de Heilige Geest en die van een onderscheidende prediking. Er valt naar twee kanten te waarschuwen: men zij beducht voor z.g. 'verbonds-automatisme' en voor een 'kenmerken-prediking' of een 'subject-objectschema'.
Er is reden elkaar te waarschuwen voor eenzijdigheden.
2.3. de kerk.
De bespreking van dit onderwerp schuift voor een groot deel naar de praktische kant: hoe te handelen bij overkomst van elkaars kerkleden? - en welke wijzen van toelating tot de avondmaalstafel zijn gebruikelijk? De term 'ware kerk' heeft in de laatste vijftig jaar reden gegeven zowel tot zelfbevestiging als tot verguizing van de GKV. Onze huidige eensgezindheid m.b.t. dit thema mag blijken uit enkele citaten uit bovengenoemd GKV- rapport, waarmee we geheel instemmen:
'De overtuiging bij de Geref. Kerken, dat er 'slechts één ware kerk op één plaats mag zijn', betekent niet, dat alle andere instituten daarmee gediskwalificeerd worden tot 'valse' kerken. In die overtuiging klinkt wel door, dat aan de eenheid in het geloof ook concreet gestalte gegeven moet worden, doordat kerken die elkaar als 'ware' kerken zijn gaan herkennen, haar eenheid in het ware geloof serieus nemen en zich ervoor inzetten om elkaar ook daadwerkelijk te vinden aan de ene avondmaalstafel.'
Verder stemmen we samen in met wat v.Genderen over de eenheid als roeping schrijft (citaat uit hetzelfde rapport, aangehaald uit 'Beknopte Geref. Dogmatiek', v.Genderen-Velema, 1992):
'Hij (Christus) bidt in het hogepriesterlijke gebed inderdaad om de geestelijke eenheid van de zijnen. Maar een geestelijke eenheid moet niet slechts in persoonlijke contacten en in bijeenkomsten van gelijkgezinden zichtbaar worden. Zij moet juist in het kerkelijk leven gestalte krijgen. Het gaat erom, dat de wereld erkent, dat de Vader Christus gezonden heeft (Joh.17,23) (...) De verscheidenheid die er in de kerken is, is niet met de bijbelse eenheid in strijd, maar de kerkelijke verdeeldheid wel.'
2.4. de prediking.
Er zijn elf preken gelezen/gehoord; preken van predikanten uit beide kerken te Groningen (van ds. J.Plantinga, ds. P.J. den Hertog, ds. v.d. Leest en ds. M.A.Dronkers). Uit de bespreking blijkt, dat er overeenstemming bestaat over de betekenis van de preek: Schriftuitleg met genade-verkondiging en vermaning. Geconstateerde verschillen betreffen m.n. de toepassing, die bij de CGK wat nadrukkelijker en direct-persoonlijk is. Toch wordt in alle preken de gemeente 'onderscheidend' aangesproken, al verschillen de accenten.
De beluisterde preken geven geen reden voor bestaande vooroordelen m.b.t. de elementen 'toepassing' en/of 'toe-eigening'. Eigenheid van gemeente en voorganger (taalgebruik, vorm en leefwereld) bepalen mede de vormgeving. Eensgezindheid bestaat er op het punt van Gods concrete spreken: het 'zo zegt de HERE' heeft duidelijke voorrang boven een (s)preekwijze die ruimte laat voor een zekere vrijblijvendheid bij de hoorder van de boodschap.
3. Conclusie:
De samensprekingen zijn gevoerd in openheid en eendracht, die beide het onderlinge vertrouwen hebben vergroot en versterkt. We constateren een wederzijdse herkenning van hetzelfde geloof in de Christus der Schriften. Wat concreet samenbindt is de inhoud en de betekenis der Heilige Schrift voor de kerken en ook voor de wereld waarin wij leven. De geconstateerde verschillen betreffen tot dusver beslist niet de essentiële elementen van het kerk-zijn anno 1997. Er is alle reden om de samensprekingen, onder inroeping van de hulp van Gods Geest, voort te zetten.
Deze verklaring is door alle drie de delegaties aanvaard (Groningen, 19 febr.'97):
| CGK - Groningen, |
GKV - Groningen - 0ost |
GKV - Helpman |
| ds. J.Plantinga | ds. C.van der Leest | (ds. M.A.Dronkers, afw.) |
| ds. P.J.den Hertog | B.H. de Jong | E. Kooistra |
| K. van Smeden | K.C. Sikkema | P.W. Suurmond |
| R. Bijzet | K. Holwerda | |
| J. Niewold | ||
| J.M.C. de Valk | ||
Tweede gemeenschappelijke verklaring
opgemaakt door de delegaties van
de Chr. Geref. Kerk te Groningen,
de Geref. Kerk te Groningen-Oost
de Geref. Kerk te Helpman
m.b.t. de gevoerde samensprekingen tussen de raden van de genoemde kerken in de periode van febr. '97 tot dec. '97.
1. Inleiding:
Nadat de eerste verklaring van de samensprekingen, over de periode dec. 1995 tot dec. 1996 opgesteld was, zijn de samensprekingen in de gebruikelijke tweemaandelijkse perioden voortgezet.
Deze 'verklaring' is iets anders van opzet dan de vorige. We hebben getracht een zodanig verslag van de gehouden samensprekingen te geven, dat daarvan een duidelijk beeld ontstaat. De onderwerpen die in deze periode zijn behandeld waren:
1. de verhouding tot de Nederlands Gereformeerde Kerken;
2. een vergelijking van de beide k.o.'s van de kerken;
3. de geschiedenis van 'Assen-1926' (zaak-Geelkerken);
4. verschillende vragen die we elkaar gesteld hebben.
Een en ander mondt uit in een slotconclusie waarin een voorstel aan de kerkenraden wordt gedaan elkaar wederzijds te aanvaarden als kerken van Christus.
2. De Tweede Verklaring; omschrijving en bevindingen van de besprekingen:
2.1. de verhouding tot de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK);
Ontwikkelingen binnen de NGK waren voor de CGK-g.s. van 'Zierikzee'-1995' reden zich terughoudend uit te spreken m.b.t. de voortgang van de gesprekken. Het betreft hier de relatie tussen Schrift en belijdenis, het Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS) en het ouderling- en diakenambt voor vrouwen bij de NGK. Landelijk nam de CGK daarmee een grotere afstand tot de NGK in. Zij, de CGK, hebben vanaf het ontstaan van de (latere) NGK een positie jegens deze kerken ingenomen, die de GKV vaak te ver vonden gaan. De huidige bezwaren die binnen de CGK tegen de NGK bestaan zijn grotendeels dezelfde, die in de 60-er jaren reden tot het uiteengaan zijn geweest, m.n. de relatie tussen Schrift en belijdenis.
In de bespreking constateren we duidelijk verschil in benadering : de CGK stellen zich (algemeen gesproken) heel tegemoetkomend jegens de NGK op en gaan plaatselijk soms vergaande samenwerkingsvormen aan; al heeft de laatstgehouden synode aangedrongen op terughoudendheid in de verdere uitbouw van de contacten met de NGK.
Bij de GKV is dat anders. Historisch gezien begrijpelijk; zij verlangen, alvorens (opnieuw) kontakten aan te gaan, eerst duidelijkheid omtrent de bestaande verschillen met het doel die samen uit te praten. Verder gaat een eerste contact dan meestal niet.
De CGK-manier brengt risico's met zich mee terwijl de GKV-benaderingswijze gemakkelijk een heropening van de kontakten verhinderen kan. Beide kerken hebben hun zorgen over bepaalde ontwikkelingen binnen de NGK. We zitten niet op één lijn als het gaat om de vraag welke praktische consequenties we aan deze zorg verbinden. De CGK zien, anders dan de GKV, mogelijkheden om ondanks hun bezwaren toch op punten samen te werken.
2.2. een vergelijking van de beide k.o.'s van de kerken:
In onze besprekingen hebben we beide kerkorden naast elkaar gelegd. Vergelijking laat zien dat verreweg de meeste artikelen zakelijk overeenstemmen, soms in terminologie gelijkluidend zijn. Dat verraadt de gemeenschappelijke afkomst: de synode van Dordrecht-1618/19. We hebben dat met dankbaarheid geconstateerd. Momenteel is in de CGK een deputaatschap bezig met het moderniseren van de huidige tekst.
We noemen hier de artikelen die voor enige discussie hebben gezorgd:
a. art.21 (CGK) en 26 (GKV): over de evangelisatie. In de CGK-versie wordt wel gezegd tot wie het evangelie moet uitgaan (precies eender als in de GKV-k.o.); maar het doel (zoals de GKV-k.o. zegt: 'om zich bij de gemeente van Christus te voegen') wordt daar niet genoemd. Het CGK-commentaar was: het belangrijkste doel van evangelisatie is toch: Jezus Christus als Verlosser leren kennen. De daaruit volgende kerkkeuze is natuurlijk niet onbelangrijk, maar geen prioriteit. Bovendien zijn zij zich ervan bewust, dat het lichaam van Christus ruimer is dan alleen de eigen kerk. Naar het gevoelen van de GKV brengt een keuze vóór Christus een rechtstreekse verbinding met Zijn lichaam (de gemeente, waarbij in eerste instantie aan de GKV wordt gedacht) met zich mee. Deze horen bij elkaar. Onze gemeenschappelijke conclusie is, dat we beiden beogen hen die 'buiten' zijn (geraakt) te brengen binnen de gemeente van onze Here Jezus Christus. De weg waarlangs dat gebeurt wordt gewezen door het Woord. De wijze van benaderen verschilt tussen ons.
b. art.31 (CGK / GKV): dit artikel heeft in beide k.o.'s dezelfde strekking: een besluit voor 'vast en bondig houden, tenzij bewezen wordt, dat het strijdig is met Gods Woord of met artikelen uit de k.o.'. Heeft het handhaven van deze bepaling in de tijd van de Vrijmaking een belangrijke rol gespeeld (vanwege het opleggen van een onschriftuurlijke binding), in het conflict met de (latere) Ned. Gereformeerde Kerken kregen de GKV opnieuw met dit artikel te maken: je kunt nl. ook uitspraken 'naast je neer leggen' of voor kennisgeving aannemen. (z.g. independentisme). Zoals bekend bestaan er (landelijk) binnen de CGK over bepaalde onderwerpen sterk verschillende visies. Dit heeft tot gevolg, dat zij, vanuit eigen historie, anders tegen sommige k.o.-bepalingen aankijken dan de GKV. met hún geschiedenis. Het valt niet te ontkennen, dat de CGK wat gemakkelijker met hun k.o.-bepalingen omgaan: 'de k.o. is geen confessie', terwijl er ten behoeve van de eigen gemeente een soepele omgang mogelijk moet zijn in de toepassing; landelijke afspraken zijn goed, maar de plaatselijke kerk neemt de vrijheid om op bepaalde punten anders te handelen. De GKV willen zich in meer strikte zin aan de afspraken houden: óf de landelijke afspraken zijn goed en de plaatselijke kerken houden zich er aan óf zij proberen een wijziging aan te brengen.
c. art.61 (CGK) en 60 (GKV): tot het H.A. worden in beide kerken toegelaten degenen die openbare geloofsbelijdenis hebben afgelegd. Als 'gast' ergens anders aan de viering deelnemen kan in de CGK op grond van een (zelf-)getuigenis, terwijl de gebruikelijke toepassing van het k.o.-artikel binnen de GKV een meegebracht attest (van eigen kerkenraad) als regel voorschrijft. Deze regel wordt in de praktijk binnen de GKV loyaal gehanteerd. De reden is, dat de viering van het H.A. de meest ultieme vorm van gemeenschapsoefening is. De handelwijze van de CGK is wat opener en legt een grotere verantwoordelijkheid bij de betrokken avondmaalsganger.
De CGK vraagt daarom geen 'briefje' van leden-van-elders. De GKV doet dat als regel wel, niet om formele redenen, maar omdat de kerkenraad de eigen verantwoordelijkheid in dezen wil nakomen. Veel GKV-leden zullen daarom niet zo gemakkelijk in een ander kerkverband aan het H.A. deelnemen. Ze ervaren dit als een ongewenste spanning: hun synode of kerkenraad zegt 'nee' tegen een gemeenschap; zelf zouden zij 'ja' zeggen door plaatselijk toch samen het avondmaal te vieren.
d. art.70 (CGK / GKV): de kerkelijke bevestiging van een huwelijk vindt in de GKV in de praktijk plaats onder de voorwaarde, dat beide partners belijdend lid zijn. Daar zit de overtuiging achter, dat geloofseenheid binnen het huwelijk een afspiegeling is van de verhouding Christus / gemeente. De CGK kennen deze voorwaarde niet; in een dergelijk geval vindt dan een onderzoek plaats alvorens tot bevestiging wordt overgegaan. In beide kerken is het mogelijk voor een gesloten huwelijk de voorbede aan te vragen.
2.3. 'Assen-1926' of: de 'zaak-Geelkerken':
Binnen de Gereformeerde Kerken zijn op de synode van 'Assen-1926' besluiten genomen tegen dr. Geelkerken, die vond, 'dat Gen 2 en 3 ons geen exact-nauwkeurige mededelingen over de situatie in het paradijs geven'. Door de Gereformeerde kerken is daartegen ingebracht, dat 'de beide bomen, de slang en haar spreken naar de klaarblijkelijke bedoeling van het Schriftverhaal van Gen. 2 en 3 in eigenlijke of letterlijke zin op te vatten zijn en dus zintuiglijk waarneembare werkelijkheden waren'. Daarmee zijn problemen van exegetische aard niet op slag verdwenen, al werd wel duidelijk gemaakt, dat, naar eigen belijdenis, de Schriften in hun mededelingen historisch betrouwbaar zijn. Ons geloof is gefundeerd op feiten: boodschap en meegedeelde feiten moet je niet van elkaar losmaken. Naar de mening van de GKV heeft de Schriftbeschouwing (waarvan dr. Geelkerken steeds meer een voorstander bleek te zijn) vooral na W.O.-II het Schriftgezag in brede lagen van het Nederlandse kerkvolk ondermijnd. Het is met verdriet te constateren, dat de GK(synodaal) voor deze valse leer zo goed als bezweken zijn. Begrijpelijk dat er binnen de GKV vandaag dankbaarheid is voor die sterk bekritiseerde besluiten van destijds, hoewel er op de werkwijze van die synode best het een en ander valt aan te merken! Het laat zich verstaan dat de GKV, geleerd door 'Assen-'26', zich nogal kritisch uitlieten over een studie van de Chr. Gereformeerde dr. B.J. Oosterhoff ('Hoe lezen wij Gen.2 en 3?', 1972). Dr. Oosterhoff sneed daarin dezelfde zaken aan als in 1926 ter sprake kwamen. Hij oefent kritiek op zowel dr. Geelkerken als op de synode-uitspraak van Assen-'26.
Uit onze gezamenlijke bespreking van >Assen-'26' en alles wat daarmee verband houdt, blijkt duidelijk een verschillende taxatie. Die is verklaarbaar vanuit beider, duidelijk verschillende geschiedenis. Het is o.i. niet mogelijk, maar ook niet noodzakelijk om in onze taxatie van historische hoogtepunten op één lijn te komen.
Wat betreft de historische betrouwbaarheid van de Heilige Schrift bestaat tussen beide kerken geen aarzeling: daar willen wij beiden, met Gods hulp, voor stáán.
2.4. Vragen die over en weer, aan elkaar gesteld zijn.
Bij de bespreking van de 'grote' onderwerpen waren sommige details vaak niet aan de orde gekomen of nog niet voldoende duidelijk. Daarbij kwamen ook vragen te voorschijn die binnen de gemeenten werden gesteld. Vandaar onze keuze om die te verzamelen en te bespreken. Het aantal vragen van GKV-kant was groter dan die van CGK-zijde. Alle vragen zijn in twee vergaderingen behandeld.
Bij de bespreking merkten wij, dat het niet altijd mogelijk is om te spreken van 'de' opvatting van de CGK en de GKV. Binnen de CGK is men al lange tijd vertrouwd met verschillen in opvatting, maar ook binnen de GKV worden verschillen steeds meer manifest. Bovendien verschuiven de opvattingen in de loop van de tijd soms.
Wij geven hierna een indruk van de gehouden besprekingen. Vanwege de overzichtelijkheid zijn de vragen / opmerkingen geclusterd:
2.4.1: Verhouding tot andere kerken / groepen:
De CGK leggen makkelijker contact met andere kerken / groepen. Samenspreking met de een gaat heel goed samen met samenwerking met de ander. Men 'levert niets in' en gaat zover als mogelijk en verantwoord geacht wordt (gezamenlijke diensten, voorgaan elders). Hierbij is de plaatselijke situatie doorslaggevend. Kerkelijke eenheid staat niet voorop bij het constateren van een geestelijke eenheid. Uitgangspunt is: zoek een soepele manier om met verdeeldheid om te gaan, al krijg je het misschien theoretisch niet precies op een rij.
Omdat kerkelijke eenheid niet altijd spoort met geestelijke eenheid moet je elk (interkerkelijk) contact op eigen waarden en eigen grenzen beoordelen. De contacten met de 'Bonders'(binnen de NHK) zijn incidenteel: meer bedoeld als beleving van een onderlinge band dan een werken aan een kerkelijke vereniging (zo dit al zou kunnen!).
De GKV zijn sterk terughoudend waar het kontakten met ander kerken / groepen betreft. Is eenmaal een geestelijke eenheid geconstateerd, dan behoort dat ook (spoedig) een zichtbaar resultaat naar buiten te bieden. Samenspreking met anderen zal toch bepaalde garanties moeten opleveren alvorens een vorm van samenwerking kan worden overwogen (vb. evangelisatie). De GKV zien voor (bijv.) de 'Bonders' slechts één weg: dat zij de Gereformeerden van 1834 alsnog zullen volgen. Een gezamenlijke inspanning daartoe van CGK en GKV zouden zij toejuichen. De GKV is van mening, dat de manier van de CGK bij een dergelijke vorm van samenwerking te weinig ruimte laat voor het stellen van kritische vragen.
2.4.2: Verhouding plaatselijke kerk / kerkverband:
Binnen het CGK-kerkverband bestaan in geestelijk-theologisch opzicht vrij sterke verschillen, die oorzaak zijn van 'gesloten kansels' Hoe betreurenswaardig deze situatie ook is, ze mag plaatselijke initiatieven inzake toenadering tot anderen niet in de weg staan. Het omgaan met de bestaande verschillen binnen één kerkverband is niet gemakkelijk; de pijn daarvan wordt dan ook (blijvend) ondervonden!
De vrijheid van de plaatselijke kerk is een groot goed, waaraan landelijk gemaakte afspraken, indien nodig, ondergeschikt gemaakt (moeten) worden. De k.o. komt in deze beleving ver na Schrift en belijdenis. Voor de GKV is die afstand toch kleiner: het kerkverband is een goede gave van God ten behoeve van de onderlinge dienst en correctie; het vraagt om de aangegane afspraken na te komen. Het gebruik van een k.o. houdt risico's in: van het 'hanteren-als-wettisch-keurslijf' tot het 'naast- zich-neerleggen'van minder welgevallige bepalingen.
Contactoefening met 'anderen' en/of eventuele samenwerkingsvormen worden daarom door de GKV naast de landelijke regelingen gelegd en daaruit volgen dan precieze formuleringen voor dergelijke activiteiten. Het verwijt (van CGK-zijde) dat 'alles binnen de GKV exact geregeld' is, is in zoverre terecht als k.o.-bepalingen in dirigistische zin gehanteerd worden. Overigens is het geen verwijtbaar gedrag als kerken zich aan gemaakte afspraken (willen) houden.
2.4.3. De waarheid geweld aangedaan?
Wat te doen als binnen de kerken zich leringen voordoen, die aanleiding geven tot kritische vragen m.b.t. de Schriftgetrouwheid ervan? Voor de Geref. Kerken betrof dat de 'zaak-Geelkerken' in 1926. Het is bekend dat de CGK een dergelijke zaak anders zouden behandelen. Zij beseffen terdege, dat de Schriftuurlijke waarheid kan worden aangevochten, maar reageren verkennend en voorzichtig, beducht voor polarisatie. In een voorkomend geval zien zij het liefst de zaak binnenskamers afgehandeld. Hun wijze van reageren is niet 'van bovenaf', maar eerder 'van onderen op'.
De GKV dringen aan op een duidelijke positie-keuze, gaan in de pers een openlijke discussie aan om tenslotte uit te komen bij een (kerkelijke) uitspraak. Daarbij wordt er nauwlettend op toegezien dat, indien nodig, de kerkelijke weg wordt gevolgd.
We zijn het er over eens, dat bij een 'afwijkende mening of lering'de vraag gewettigd is of er sprake is van nieuwe inzichten ofwel van mogelijke correcties op meningen over of interpretaties van het verleden.
2.4.4. Een kerkelijke eenheid
Beide kerken zouden aan de roeping tot kerkelijke eenheid graag spoedig gehoor willen geven. Wij zijn ons er evenwel van bewust, dat het uitvoering geven aan die wens door verschillende problemen van plaatselijk-praktische aard wordt vertraagd, zo niet belemmerd. Wat de onderwerpen de Heilige Schrift, de belijdenis, de toe-eigening des heils, de kerk en het verbond betreft zijn wel accent-, maar geen principiële verschillen tussen ons geconstateerd. Daar zijn we dankbaar voor!
Bij de bespreking van onderwerpen als de verhouding tot de NGK, het hanteren van de k.o., e.a. zijn duidelijk cultuurverschillen gebleken. Deze verschillen raken niet de eenheid van ons geloof en de eenheid van ons belijden; wel de wijze van omgaan met verschillende zaken en het praktisch kerk-zijn. Met name bij de bespreking van die laatste onderwerpen kwamen deze verschillen duidelijk aan het licht.
Nu beide kerken er graag aan willen werken om hun eenheid meer vorm te geven, beseffen we, dat deze cultuurverschillen een weerbarstige rol zullen spelen. Aangezien het hier niet om kerkscheidende factoren gaat, willen wij ons hierdoor niet laten ophouden. Deze verschillen zullen in de praktische contactoefening vanzelf aan de orde komen. De praktijk zal uitwijzen of deze verschillen dan ook stand houden of niet.
3. Slotconclusie:
Met deze 'Tweede Verklaring' (aansluitend bij de Eerste Verklaring, dd. 19-02-97) wordt de eerste, verkennende fase afgesloten.
Ondergetekenden zouden graag zien, dat de wederzijdse kerkenraden van de CGK Groningen, de GKV Groningen-Oost en de GKV Helpman uitspreken,
a. dat zij - op grond van de Schrift en de gereformeerde belijdenis - elkaar aanvaarden als kerken van Jezus Christus.
b. dat zij daarom elkaar beloven en het tot hun plicht rekenen nu ook alles in het werk te stellen om te komen tot verdere kerkelijke eenwording.
c. dat zij elkaar beloven hun meerdere kerkelijke vergaderingen op te roepen, voor hun deel, hetzelfde einddoel na te streven.
(Deze verklaring is het resultaat van de samensprekingen tussen de betrokken kerken in de stad Groningen en is vastgesteld in de vergadering van 6 febr. 1998)
De delegaties:
| CGK - Groningen, |
GKv - Groningen - 0ost |
GKv - Helpman |
| ds. J.Plantinga | ds. C.van der Leest | (ds. M.A.Dronkers, afw.) |
| ds. P.J.den Hertog | ds. J. W. Roosenbrand | E.Kooistra |
| K.van Smeden | B.H.de Jong | P.W.Suurmond |
| R.Bijzet | K.C. Sikkema | K. Holwerda |
| J.Niewold | ||
| J.M.C.de Valk | ||
(Bron: GVI | Datum: 02 december 2000)
Terug naar overzicht Groningen