Noord-Holland
VERKLARING - november 1992
De kerkenraden van de Christelijke Gereformeerde kerken van Haarlem-Centrum en Haarlem-Noord en van de Nederlands Gereformeerde kerken van Haarlem en Heemstede gevoelen opnieuw de behoefte gezamenlijk een verklaring af te leggen over de gesprekken die zij met elkander hebben gevoerd.
Reeds in het verleden, verspreid over een periode van vele jaren, waren er steeds contacten tussen de Christelijke Gereformeerde kerken en de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) binnen de Haarlemse agglomeratie. Jarenlang verliep het gesprek rnoeizaam. De samensprekingen werden steeds gehouden onder de klem van de eis van de HERE, dat kerken, die gegrond zijn op Gods onfeilbaar Woord, gemeenschap met elkaar zouden beoefenen. Toch bleef het moeilijk elkaar werkelijk te verstaan. In de zeventiger jaren is intensief contact tussen (thans geheten) Nederlands Gereformeerde kerken en Christelijke Gereformeerde kerken in Haarlem en Heemstede onderhouden. Met dankbaarheid werd toen geconstateerd, dat wij elkaar beter zijn gaan verstaan en dat bij de vier kerkenraden de begeerte naar beoefening van de gemeenschap met elkaar daardoor is versterkt.
In de tweede helft van de tachtiger jaren is helaas, door verschillende oorzaken, het contact tussen genoemde kerken vrijwel geheel stil komen te liggen. Echter sinds 1991 hebben de samensprekingen een nieuwe impuls gekregen. De vier kerkenraden hebben opnieuw verklaard nog volledig te staan achter de Verklaring welke in 1978 door hen is opgesteld en ondertekend en waarvan de inhoud vrijwel ongewijzigd in deze verklaring vervat is.
De Christelijke Gereformeerde kerkenraden en de Nederlands Gereformeerde kerkenraden erkennen hun kerken wederzijds als kerken van de Here Jezus Christus, die alleen willen leven bij het licht van Gods Woord. De kerkenraden aanvaarden de Drie Formulieren van Eenheid als hun gemeenschappelijke belijdenis.
In de voorheen gehouden gesprekken is veel aandacht geschonken aan de beschouwing van de gemeente, de prediking en de toe-eigening van het heil in Christus.
Het bleek dat de vier kerkenraden de gemeente zien als de gemeente, aan wie de HERE Zich heeft verbonden met de belofte van het heilig Evangelie. De prediking in de gemeente zal dan ook voluit belofteprediking dienen te zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest maken Zich in de belofte aan ons bekend.
De Vader zegt, dat Hij met ons Zijn verbond opricht en ons aanneemt tot Zijn kinderen. De Zoon betuigt, dat Hij ons wast in Zijn bloed. De Heilige Geest verzekert ons dat Hij bij ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven. Zo geeft de HERE Zichzelf in de belofte aan ons weg. Zo draagt Hij door Zijn belofte het leven van de gemeente. Belofteprediking verheerlijkt de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De kerkenraden beseffen dat er verbondskinderen zijn, wie de belofte toekomt, maar die deze belofte niet gelovig hebben aanvaard. De prediking van de belofte houdt dan ook in, volgens zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus, de oproep tot geloof en bekering: deze oproep geeft ernst en diepte aan de prediking. Slechts in de weg van geloof en bekering wordt de vervulling van de belofte ons deel. In het leven van de leden van de gemeente dient er overigens een voortdurende bekering te zijn. De prediking heeft steeds te wijzen op het gevaar van geestelijke zelfgenoegzaamheid.
Maar ook als deze eis van het geloof en bekering klinkt, blijft het prediking van de belofte. De kerkenraden belijden met vreugde, dat Gods belofte ons verzekering doet van de wil van de Heilige Geest om door de verkondiging van het Evangelie het geloof te werken en te versterken in de harten van de mensen. Daarbij zal de prediking dienen in te gaan op de vragen en noden van het geloofsleven, opdat zo in de prediking geestelijke leiding wordt gegeven aan de gemeente door de opening van de Schriften.
De kerkenraden hebben ook kennis genomen van de "Gemeenschappelijke Verklaring ten aanzien van de toe-eigening des heils" van de Christelijke Gereformeerde deputaten voor de eenheid van gereformeerde belijders en de gereformeerde commissie voor samenspreking, dd. 23 oktober 1975. Wij stemmen van harte met de inhoud van dit stuk in; wij voegden het indertijd dan ook als een bijlage bij onze eigen verklaring. De overeenkomst tussen beide verklaringen is duidelijk.
Wij beseffen, dat onze gemeenten elk in prediking en geloofsleven een eigen accent vertonen. Wij beseffen ook, dat er, vooral op het niveau van deputatengesprek, nog beraad noodzakelijk zal zijn over bijvoorbeeld kerkverband en kerkorde. Ook plaatselijk schuwen wij het gesprek daarover niet.
Haar de goede vrucht van onze samensprekingen geeft ons niettemin de vrijmoedigheid om met elkaar verder te spreken over een plaatselijk gestalte geven aan onze eenheid. Wij willen onze gemeenten volledig betrekken in die gesprekken, in het vurige begeren, dat de Heilige Geest de harten steeds meer naar elkaar moge neigen.
Haarlem, november 1992
w.g.
De raad van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Haarlem-Centrum
De raad van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Haarlem
De raad van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Haarlem-Noord
De raad van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Heemstede
Terug naar overzicht Noord-Holland