Toespraak van R. Kuiper op de eerste gebedsavond van het Gereformeerd Appèl
Amersfoort, 29-8-1992
Rekenschap
Graag wil ik namens het Gereformeerd Appèl iets zeggen over het initiatief dat ons hier vanavond bijeenbrengt, leden van de Christelijke Gereformeerde, Nederlands Gereformeerde en Gereformeerd Vrijgemaakte kerken. Ook wil het Gereformeerd Appèl rekenschap geven van de gevoelens en de gedachten die bij ons leven ten aanzien van de bestaande verdeeldheid onder ons, gereformeerde belijders. Wij komen hier niet met een uitgewerkte visie of een program. Wij willen in de eerste plaats uiting geven aan onze verlegenheid. Terwijl wij de verdeeldheid tussen gereformeerde belijders in een seculariserend Nederland allemaal betreuren, slagen wij er maar niet in kerkelijk dichter bij elkaar te komen. Vele gesprekken worden gevoerd, vele voorstellen worden gedaan, maar als het erop aankomt, kunnen wij elkaar niet vinden. Dat maakt ons verlegen. Daar wilden wij dit jaar ook uiting aan geven. Wij wilden daar eens bij stilstaan, een balans opmaken, misschien nieuwe wegen vinden. Maar wij verwachten geen heil van acties en handtekeningen. Wij zijn ons ervan bewust dat we hierin geleid moeten worden door Woord en Geest. Dat moet ook de toon van deze avond zetten.
Onderwijs van de Schrift
Daarom moeten we beginnen bij het onderwijs van de Schrift om te zien welke grote perspectieven er telkens opnieuw voor Gods kinderen geopend worden. Wie het onderwijs van onze Here Jezus tot zich laat doordringen, leert zien dat de kleine dingen van het leven het begin kunnen zijn van grote dingen in Gods Koninkrijk. Neem het onderwijs over het mosterdzaadje: bijna lachwekkend klein ligt het in je hand, maar God laat het groeien tot een grote boom waar de vogels, die zorgeloze beesten die nergens aan denken, bescherming vinden (Marc. 4:30-32). Of neem het aanschouwelijk onderwijs van het breken van de zeven broden in de handen van Jezus: meer dan genoeg om duizenden mensen te voeden (Matt. 15:29-39). En waarom laat Jezus ons spiegelen aan een kind om ons te laten zien hoe we moeten geloven? Christus opent de ogen voor deze wet: wat klein en onaanzienlijk lijkt voor het oog van de wereld, vormt de kiem van grote en machtige dingen in Gods Koninkrijk.
Gods werkelijkheid spreekt van grootse dingen, maar Jezus leert ons te letten op de kleine dingen. Jezus lijden en sterven was van kosmische betekenis; Jezus leert ons te zien dat de kleine dingen daar al mee te maken hebben. In Zijn Koninkrijk tellen kleine dingen mee! Deze les uit het onderwijs van Jezus Christus willen wij ter harte nemen. Wanneer wij vanavond iets willen zeggen over de bedoeling van het Gereformeerd Appèl, zult u ons dit horen zeggen: als wij spreken over de grote dingen van Gods Koninkrijk, als wij geloven in Christus kerkvergaderend werk, laten we dan óók de kleine dingen gaan tellen. Maar laten we daarbij vervuld zijn van de grote dingen, de schatten die door Christus voor ons zijn ontsloten. Tot die schatten behoort zeker niet op de laatste plaats de kerk, de gemeenschap der heiligen. De Apostolische Geloofsbelijdenis spreekt van een heilige algemene christelijke kerk. Dat zijn niet de groepjes hier en daar die veel op elkaar aan te merken hebben. Nee, dat is de kerk, uit alle stam en taal en natie.
Verdeeldheid
Hoe moeilijk valt het ons daar iets van te beleven. Dit jaar is de Vereniging van 1892 onder ons herdacht. AIs we terugkijken op een eeuw kerkgeschiedenis zien we een landschap waarin gereformeerden langs gescheiden wegen optrekken. Soms lopen de wegen dicht bijeen, soms zo dicht dat er verbindingen ontstaan. Tegelijk zien we ook dat wegen zich plotseling vertakken. Wij en velen met ons ervaren deze gescheidenheid als een kwaad in ons midden, een kwaad voor de kerk. We hebben allen hetzelfde reisdoel, we weten ons genodigd voor hetzelfde bruiloftsfeest, maar als het erop aankomt ons daarop voor te bereiden en de bruiloftsliederen te zingen, blijven we op afstand van elkaar. We vinden dat niet alleen een kwaad ding voor het oog van de wereld die gelijk krijgt als ze zegt dat gereformeerden beter kunnen scheuren dan helen, maar het is ook een kwaad ding om Christus' wil. De kerk is niet van ons, maar van Christus. De kerk is er niet voor ons geestelijk welbevinden hier op aarde, maar de kerk is de bruid van Christus. Ménen we het ook als we zondag aan zondag instemmen met de belijdenis over de heilige, algemene, christelijke kerk? Verlangen we ook naar die kerk? Beseffen we dan dat die kerk niet zo smal mogelijk, maar zo breed mogelijk moet zijn?
Katholiek-gereformeerd
In het Gereformeerd Appèl is gesteld dat wij ons vandaag van deze dingen opnieuw rekenschap moeten geven. Dit zijn de realiteiten waar de Bijbel over spreekt, de grote dingen, waar ons hart vervuld van mag raken. Wij willen daar ook iets voor doen, kleine dingen die hun betekenis aan die grote dingen ontlenen. Er zijn vele mensen die iets willen doen in hun gemeente om de contacten met andere gereformeerde broeders en zusters te verstevigen. Er is een behoefte om met elkaar te spreken en van elkaar te Ieren als het gaat over het kerk-zijn en het christen-zijn in deze wereld. Wij geloven dat deze ontmoetingen en gesprekken belangrijk zijn en een bijdrage kunnen hebben voor de bouw van Christus' kerk.
Wij spreken van de gereformeerde kerk die gefundeerd is op het onderwijs van apostelen en profeten, de Heilige Schrift, en die zich een gemeenschap weet door samen van harte in te stemmen met de gereformeerde belijdenis. Wij zien vandaag uit naar deze katholiek-gereformeerde kerk. Wij constateren dat onze kerken zich als zodanig willen laten kennen. Wij zien ook dat onze kerken elkaar zoeken. Wij hopen en bidden dat het in de weg van kerkelijke samensprekingen mag lukken elkaar te verstaan en elkaar te vinden.
Maar tegelijk - en dat is wat ons en velen verontrust - zien we dat op deze weg mechanismen in werking treden zodra er officiële contacten worden aangeknoopt. Dit hangt ook wel samen met de structuur van het ambtelijk contact. Er worden brieven uitgewisseld, verschillen en overeenkomsten gesignaleerd, gewacht op synodeuitspraken en rapporten en nota's geschreven. Maar intussen blijven de kerken op afstand. Het gesprek tussen gereformeerde kerkmensen komt niet op gang. Men leert elkaar niet echt van nabij kennen. Het kerkelijk leven wordt niet in de praktijk geproefd. Terwijl telkens wordt gezegd dat de verschillen thuishoren in de categorie niet-fundamentele zaken, worden er langs deze weg heel moeizaam vorderingen geboekt. Het is voor hen die de gesprekken voeren ook niet altijd een genoegen. Maar er zijn kanalen die kennelijk telkens verstopt raken.
Wat doen wij?
Wat doen wij met deze situatie? Raken we zo niet langzamerhand in een impasse? Er zijn al stemmen die zeggen: laten we er maar mee ophouden, het wordt toch niets. Onze inzet is dat, wanneer deze situatie zo is, er ruimte moet zijn voor betere plaatselijke contactoefening. Lukt het misschien ook niet omdat iedereen op iedereen wacht en er geen doorbraak komt? Wordt het niet tijd om, als het ons menens is, onze middelen anders te kiezen? In ons kerkelijk leven hebben plaatselijke kerken een grote zelfstandigheid. Wij hebben ook allen onze persoonlijke mogelijkheden. Laten gereformeerde mensen als mondige christenen op dat niveau elkaar zoeken en beter Ieren kennen! Dat versterkt het proces van toenadering en steunt en stimuleert de gesprekken in de ambtelijke weg. Wij zien ook dat op een aantal plaatsen in ons land deze weg reeds met succes is bewandeld. Laten we dit proces dan ook elders stimuleren. Hier liggen tal van kleine mogelijkheden die tot iets groots kunnen uitgroeien. Hiervoor wil het Gereformeerd Appèl zich inzetten.
Maar denken jullie dan niet te lichtvaardig over de verschillen en kwesties, is in de afgelopen tijd wel gevraagd. Iemand schreef: je hart laten spreken is een prima begin, maar dan zal er ook verder gesproken moeten worden. Nee, wij zijn niet blind voor de verschillen. Wij willen ook niet suggereren dat daar geen gesprekken over nodig zijn. Maar onze vraag is: welke plaats moeten die gesprekken hebben? Moeten wij vandaag ook niet samen spreken over de secularisatie die in onze kerken binnendringt? Moeten we ook niet spreken over het kerk-zijn in deze wereld? Waarom besteden we zoveel aandacht aan de kwesties die ons in het verleden verdeeld hebben en zo weinig over de toekomst van onze kerken? Hoe moet onze gespreksagenda eruitzien? Hoe laten we daarin Christus meespreken? Wij menen dat we over deze vragen samen opnieuw aan de slag moeten. Er zijn vragen en problemen in alle drie de kerkgemeenschappen. Maar zouden we daar ook niet samen oplossingen voor kunnen zoeken? We moeten de agenda van onze besprekingen en contacten als het ware opnieuw gaan opmaken. De contacten worden vaak aangegaan vanuit de eigen posities. Zou het ook niet goed zijn de zaak eens van een andere kant te bekijken? Wanneer wij denken aan de machtige realiteit van Christus’ kerkvergaderend werk, moeten wij niet onze kwesties eerst op de weg gaan plaatsen. Wij zijn er van overtuigd dat deze gesprekken over de toe-eigening des heils, over een verbondstheologie, over het kerkelijk conflict in de jaren zestig in een heel ander klimaat plaatsvinden, wanneer we elkaar als gemeenten ontmoeten en in liefde kennen. Waarom is het met onze samensprekingen een eindeloze verkering gebleven? Is het niet omdat we elkaar maar steeds brieven met twijfels blijven schrijven, maar een werkelijke ontmoeting vaak uitstellen? We zullen onder contact toch meer moeten verstaan dan wat er nu plaatsvindt.
Niet alleen domineeswerk
Maar loopt het Gereformeerd Appèl dan niet voor de muziek uit, als het plaatselijke contacten stimuleert en niet de kerkordelijke contacten, de synodale uitspraken afwacht? Ons antwoord is: nee. Wij respecteren de kerkordelijke gang van zaken. Wij vinden ook dat het langs die weg moet worden afgemaakt. Wij willen slechts aandacht vragen voor onze zienswijze op de bestaande situatie. Wij willen mensen stimuleren om bewust met het probleem aan het werk te gaan. Kerkelijke herkenning is niet alleen domineeswerk. Naar onze mening moet ieder persoonlijk en moeten wij allen samen werken aan een klimaat waarin we elkaar als gelovigen, als gereformeerden herkennen. Dit werk op het grondvlak is op het ogenblik misschien wel belangrijker dan de moeizame gesprekken aan de top. Wij willen de ogen openen voor nieuwe mogelijkheden en nieuwe wegen. Wanneer wij elkaar in liefde Ieren kennen als gereformeerde belijders, worden we ook wel creatief om elkaar te vinden. Dan laten we ook de kleine dingen meewegen. Er is op plaatselijk gebied nog zoveel te doen. Het lijkt misschien zo dat wij voor de muziek uitlopen, maar dat komt omdat er zo buitengewoon weinig muziek is!
Hoe gaan wij verder? Voorlopig willen wij ons richten op het verspreiden van een drie- of viermaal per jaar verschijnende rondzendbrief. Hierin willen wij wijzen op mogelijkheden tot contactoefening, rapporteren over plaatselijke initiatieven en contacten, en aandacht blijven vragen voor het belang van wederzijdse herkenning en ontmoeting. Wij vragen mensen die dit streven steunen sympathisant te worden. Voorts willen we de kerken vragen jaarlijks op de laatste zondag van augustus voor deze zaak te bidden. Wij hebben deze zomer alle kerken aangeschreven met het verzoek dat op 30 augustus, morgen dus, te doen. We hebben hen geschreven:
Wat zou het fijn zijn als in alle drie de kerken op één zondag voor deze zaak gebeden werd. Wat zou het een wonder van eensgezindheid zijn als dat gemeenschappelijk gebed uit onze kerken zou opstijgen.
En voorts willen wij jaarlijks een samenkomst houden, zoals deze. Wij geloven dat Christus kleine krachten gebruikt voor de bouw van Zijn Koninkrijk. Laten we bij dit alles steeds op Hem blijven zien. En laten wij elkaar ook steeds in Hem blijven zien. Laten we van Hem zingen, Hem samen in deze wereld belijden en dan zullen wij elkaar anders Ieren kennen. Laten we niet vergeten voor deze zaak aanhoudend te bidden, zoals wij ook deze avond willen doen. Laten we bidden voor hen die gesprekken voeren, voor de synoden en ambtsdragers, voor de kerk, voor onze plaatselijke gemeenten en voor onszelf. Laten we bidden om wijsheid voor allen. Dan zullen we de realiteit merken van de liefde die wegen ontsluit (1 Cor. 12:31).
Terug naar algemeen