Verklaring 1992
In 1992 wordt de vereniging van afgescheidenen en dolerenden van 1892 herdacht, een gebeurtenis die
op de tijdgenoten een diepe indruk maakte. Bij de herdenking van deze gebeurtenis in deze tijd wordt
door veel gereformeerden de onderlinge verdeeldheid als pijnlijk ervaren.
Wij leven in een tijd
van secularisatie en ontkerkelijking en bezien met zorg hoe onze samenleving zich steeds meer
ontdoet van wat nog aan het christelijk geloof of de christelijke norm herinnert. Tegelijk kijken
wij terug op een eeuw kerkgeschiedenis waarin gereformeerden er niet in zijn geslaagd de hartelijke
eenheid van de 'heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen' gestalte te geven
als een teken van Gods Koninkrijk. Het is onze behoefte daar dit jaar bij stil te staan. Wij doen
dat in het besef dat het Jezus Christus zelf is die ons voorgaat in het gebed om eenheid (Joh.
17:21). Christus wijst daarbij op het getuigenis dat hiervan uitgaat, 'opdat de wereld gelove dat
Gij Mij gezonden hebt'. Wij willen ons door dit woord laten leiden, in de overtuiging dat het laten
voortbestaan van de verdeeldheid onder gereformeerden schade is voor de zaak van Jezus Christus in
deze wereld.
Met name de christelijke gereformeerde kerken, de vrijgemaakt gereformeerde kerken
en de Nederlands gereformeerde kerken hebben zich in de afgelopen decennia dikwijls in elkaar
herkend en dit ook uitgesproken. Niet alleen in kerkelijke vergaderingen, maar ook in allerlei
verbanden waarin gereformeerden met elkaar op broederlijke en zusterlijke wijze samenwerken.
Ondergetekenden, allen leden van één der genoemde kerken, verheugen zich over de groeiende
plaatselijke contacten en de berichten over goede en hartelijke samensprekingen. Wij willen deze
groei van de band tussen gereformeerden van harte aanmoedigen en anderen oproepen daartoe naar
vermogen een bijdrage te leveren. Deze verklaring doet een appèl op gereformeerden de situatie onder
ogen te zien en concrete wegen te zoeken voor kerkelijke toenadering. Onze aandacht gaat uit naar
het stimuleren van het gezamenlijk belijden in woord, zang en gebed. Reeds nu worden mogelijkheden
daartoe benut door plaatselijk samen bijbelstudie te verrichten of samen een thema-avond te
beleggen. Wij willen deze activiteiten ondersteunen en opdragen in het gebed. Voor gereformeerden
die plaatselijk initiatieven nemen willen wij een landelijk aanspreekpunt zijn.
Het appèl dat
wij op deze wijze willen laten uitgaan richt zich op gereformeerde gemeenteleden en wil een
aanvulling zijn op de kerkelijke samensprekingen. Dat werk ligt op de weg van ambtsdragers en
kerkelijke vergaderingen. In die verantwoordelijkheid kunnen en mogen wij niet treden. Bij het
overwegen van de kerkelijke verdeeldheid van gereformeerde belijders leggen we bovendien ieder
‘activisme' af, maar worden veeleer vervuld met ootmoed en besef van eigen tekortkomingen. Wij zijn
van mening dat het zo moeizaam gebleken proces van kerkelijke herkenning bemoeilijkt wordt door op
afstand - dikwijls slechts in schriftelijk verkeer - elkaar voortdurend te blijven bevragen. Met het
oog op de ernst van de zaak en de volgende generaties vragen wij ons af of deze vorm van
communicatie niet moet worden ondersteund en aangevuld door contacten tussen gemeenteleden
zélf.Kerkelijke toenadering wordt ook bevorderd door elkaar als gemeenteleden te ontmoeten en elkaar
nader te Ieren kennen. Daarom zullen wij ons in de toekomst richten op de bevordering van alles wat
dienen kan tot wederzijdse contactoefening en gemeenschappelijk belijden. Wij hopen dat dit signaal
in de kerken zal worden verstaan en aanleiding mag zijn tot nieuwe bezinning.
Wij vragen God om
wijsheid en ontferming en bidden dat de belijdenis van 'één heilige, algemene, christelijke kerk, de
gemeenschap der heiligen', die wij allen 's zondags mee uitspreken, voor ons en voor de kerken
waarvan wij deel uitmaken een nieuwe realiteit mag worden.
J.F. Arends, Enschede
D.J.
Bakker, Baambrugge
A. van den Berg, Bodegraven
A. Biersteker, Wezep
A.P. de Boer,
Nijkerk
J. Bouwmeester, Dinxperlo
G.J. Buijs, Apeldoorn
A.Th. van Deursen, Amstelveen
G.
Glas, Bunnik
S. Griffioen, Loenen a/d Vecht
K. Gunnink, Groningen
I.D. Haarsma,
Zwolle
G. Harinck, Leiden
L. Harms, IJsselstein
M. Heslinga, Almere
W. Heslinga-van
Dijk, Almere
H. Hoksbergen, Amersfoort
D. Kamsteeg, Amersfoort
H.J. van Klinken,
Almere
J.L. Krabbendam, Middelburg
R. Kuiper, IJsselstein
T. Kuiper-de Haan,
IJsselstein
M. van Loon, Aerdenhout
J. Meulink, Enschede
A. Modderman, Amersfoort
J.J.
Oostenbrink, Utrecht
J. Poeder, Soest
A.H. Poelman, Krimpen a/d IJssel
G.J.A. Raven,
Oegstgeest
J.P.M. Rietkerk, Genemuiden
J. van Riggelen-Braakman, Amersfoort
A. Rouvoet,
Nunspeet
Jac. Schaeffer, Rotterdam
E.W. Schaeffer-de Wal, Rotterdam
E. Schuurman,
Breukelen
G. Sneep, Koog a/d Zaan
A.W. Strengholt-van Keulen, Heiloo
S. Strijbos,
Maarssen
F.H. Tijssen, Barneveld
D.J. van Veelen, Nieuwerkerk a/d IJssel
N.H. Vermeeren,
Houten
A. Vlot, Deltt
W.K. Vos, Amsterdam
B.P. Vreugdenhil, Breukelen
M. van Westen-de
Boer, Enschede
Terug naar Algemeen