Bij het vijfjarig bestaan van het Gereformeerd Appèl - R. Kuiper
Doorgeefbrief 15, augustus 1997)
'Wij vragen God om wijsheid en ontferming en bidden dat de belijdenis van één heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, die wij allen 's zondags mee uitspreken, voor ons en voor onze kerken waarvan wij deel uitmaken een nieuwe realiteit mag worden'.
Zo luidde de slotzin van de Verklaring waarmee het Gereformeerd Appèl zich in juni 1992 presenteerde. De Verklaring was getekend door 45 personen, afkomstig uit de Nederlands gereformeerde, christelijke gereformeerde en gereformeerd vrijgemaakte kerken. Het initiatief richtte zich met name op deze kerken, omdat deze - soms al lang - met elkaar in gesprek waren. Gewone kerkleden wilden via het Appèl deze gesprekken een steun in de rug geven. Wat zat er achter dit initiatief? Kort gezegd dit: het verlangen naar de eenheid van gereformeerde belijders en gereformeerde kerken meer concreet te beleven en door (plaatselijke) ontmoeting en gebed mee gestalte te geven. Niet lang na het verschijnen van de Verklaring hield het Gereformeerd Appèl op een zaterdagavond een gebedssamenkomst in Amersfoort die door ruim 400 mensen werd bezocht. Brieven gingen uit naar kerkenraden om in de zondag na de gebedssamenkomst voor de eenheid te bidden. Sinds 1992 werd deze 'traditie' jaarlijks voortgezet. Vanaf 1995 wordt voorafgaande aan de gebedssamenkomst een ontmoetingsmiddag georganiseerd. Een groot aantal belangstellenden bezocht in de afgelopen jaren de ontmoetingsmiddag en de gebedssamenkomst.
Het Gereformeerd Appèl bestaat nu vijf jaar. Het Appèl wil ook de komende jaren doorgaan met het organiseren van gebedssamenkomsten en ontmoetingsdagen, nu ook meer in de 'regio'. We zijn ervan overtuigd dat de Here dit kleine initiatief heeft willen zegenen. Het heeft een goede uitwerking gehad op de onderlinge toenadering tussen gereformeerden. In plaatselijke situaties heeft het meegeholpen de weg naar elkaar weer te vinden. Het Gereformeerd Appèl heeft echter de pijn van de onderlinge verdeeldheid niet kunnen wegnemen. Juist rondom deze inzet voor de eenheid wordt ook duidelijk dat er veel verdriet en teleurstelling, maar ook onwil en kleingeloof is. Het maakt ons temeer duidelijk dat we het niet van onszelf, maar van onze Vader in de hemel moeten verwachten.
Het Gereformeerd Appèl heeft zich in de afgelopen jaren niet sterk willen maken door een organisatie op te bouwen en door het leveren van commentaren op synodebesluiten, enz. Soms hebben mensen van ons een militanter en concreter houding verwacht. Onze visie is steeds geweest dat de eenheid er niet kan komen, omdat we aan de secundaire dingen een te hoge prioriteit geven en daar al vaak te militant over spreken. Kerkbestuurlijk gesproken is de eenheid daarom nog altijd een moeilijke zaak. Zou het ook moeilijk zijn, als we de volgorde eens omdraaiden en niet eerst zelf alles willen regelen voordat Christus kan regeren? Ons standpunt is veeleer geweest: erken elkaar in Christus en regel dan in liefde wat er nog te regelen is.
Het vijfjarig bestaan van het Gereformeerd Appèl brengt gemengde gevoelens met zich mee. We zijn dankbaar voor wat we mochten doen. Tegelijkertijd is het jammer dat het Gereformeerd Appèl nog altijd nodig is. Ook vandaag, in 1997, is het nodig een appèl, een beroep op ons allen als gereformeerde belijders te doen om de oecumene die Christus van ons vraagt (en waarin blijkbaar niet onze sterkste kant ligt) ook werkelijk gestalte te geven.
Terug naar algemeen