Den Haag
Verklaring
De kerkeraden van de Christelijke Gereformeerde Kerk van 's-Gravenhage-Zuid en van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van 's-Gravenhage-Zuid West hebben verscheidene samensprekingen gehad, waarin ze hebben gesproken over de eis des HEREN, dat kerken, die gegrond zijn op Gods onfeilbaar woord, gemeenschap met elkaar oefenen.
Beide kerkeraden erkennen hun kerken wederzijds als kerken van de Here Jezus Christus, waarin de in art. 29 N.G.B. genoemde kenmerken van de ware kerk door Gods genade gevonden worden.
In de gehouden besprekingen is veel aandacht geschonken aan datgene wat een kerkelijke vereniging in de weg zou kunnen staan. Met name is daarbij gesproken over de beschouwing van de gemeente, de prediking en de toeëigening van het heil in Christus.
Het bleek dat beide kerkeraden de gemeenten zien als het volk des verbonds, dat de belofte van het heilig evangelie heeft ontvangen. Dat beide kerkeraden de prediking erkennen als prediking van die evangelie-belofte, die verkondigd moet worden met bevel van bekering en geloof;
zij erkennen ook, dat de prediking, die dit bevel van Gods liefde doet uitgaan, daarbij behoort in te gaan op de vragen en noden van het mensenleven, opdat zo in de prediking geestelijke leiding wordt gegeven aan het leven van de gemeente door de opening der schriften.
Dat beide kerkeraden inzake de toeëigening van het heil in Christus belijden het welbehagen van de Heilige Geest, om door de verkondiging van het evangelie het geloof te werken in het hart der mensen, waardoor de Heilige Geest hun het Heil, dat in Christus is, deelachig maakt.
Beide kerkeraden hebben in de gehouden samensprekingen met dankbaarheid geconstateerd, dat ze elkaar over en weer beter gingen verstaan en dat wederzijds de begeerte naar beoefening der gemeenschap met elkaar daardoor is versterkt.
Daarom hebben ze besloten, beide gemeenten van deze vrucht van hun besprekingen op de hoogte te stellen, opdat onder de zegen des HEREN de begeerte naar kerkelijke eenheid ook in de gemeente mag worden versterkt.
Het is namelijk wel gebleken op de gecombineerde gemeentevergadering, dat in beide gemeenten het verlangen naar kerkelijk samenleven niet zósterk leeft als toch naar het woord des HEREN vereist is voor hen, die in gehoorzaamheid aan dat woord begeren te leven en die één zijn in de belijdenis der waarheid. (Ef. 4:4-6, Rom.15:57).
Ook beide kerkeraden zijn zich er wel van bewust, dat bepaalde zaken nog vragen om een gesprek. Zij denken met name aan de recente ontwikkelingen binnen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Maar goede vrucht van hun samensprekingen geeft hun niettemin vrijmoedgheid om met elkaar verder te spreken, want zij blijven van harte begeren, dat kerkelijke samenleven hun door de HERE geschonken wordt, doordat de Heilge Geest de harten tot elkander neigt.
Zij hopen, dat het verloop van hun samensprekingen ook voor de gemeente, met welke zij in kerkverband samenleven, een prikkel mag zijn om elkaar te zoeken en zo de Here Jezus Christus, het Hoofd der kerk, dienstbaar te zijn in de gehoorzaamheid aan zijn wil, dat allen, die in Hem onvergankelijheid liefhebben, metterdaad de gemeenschap der heiligen zullen beoefenen onder reine prediking van het evangelie en in het samen verkondigen van de dood des HEREN.
's-Gravenhage, 21 september 1967,
De raad der Christelijke Gereformeerde Kerk,
ds. A.W. Drechsler, praeses
F.J. Odijk, scriba
De raad der Gereformeerder Kerk (vrijgemaakt),
ds. J. Waagmeester, praeses
I.P. de Ruyter, scriba
Terug naar overzicht Zuid-Holland