GEROEPEN TOT EENHEID
|
Deze brochure is samengesteld door de Stuurgroep van de samensprekende kerken in Rotterdam, die behoren tot de kerkverbanden van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, Gereformeerde Kerken in Nederland en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Deze brochure kan besteld worden bij: Gereformeerde Kerk te Rotterdam-Oost Postbus 8215 3009 AE Rotterdam |
![]() Foto Roel Dijkstra, Reformatorisch Dagblad |
Bij de foto:
Fakkels symboliseren het zoeken naar kerkelijke eenheid tussen de plaatselijke christelijke gereformeerde kerken, de gereformeerde kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands gereformeerde kerken.
Op dinsdagavond 29 augustus 2000 presenteerde de stuurgroep van de Rotterdamse kerken de brochure "Geroepen tot eenheid". het is bedoeld als hulpmiddel voor verdere doordenking van eenheid en om derden te informeren. De presentatie en de daarop volgende fakkelontsteking had plaats in de gereformeerde kerk (vrijgemaakt) van Rotterdam-Oost.
(Bron: Reformatorisch Dagblad, 30 augustus 2000)
Kerken willen federatie
(bron: Nederlands Dagblad, 31 augustus 2000
3GK: In Rotterdam gebeurt het
(Bron: Opbouw, 1 september 2000)
VOORWOORD
Doelgericht doen!Andere christenen ontmoeten is verrijkend. Er zijn tal van momenten dat je elkaar treft: bij zang- en muziekuitvoeringen; tijdens de vakantie, in de straat, op je werk. Als kerken kun je langs elkaar heengaan als schepen in de nacht. Gaandeweg gaan we begrijpen dat dat niet meer kan en ook niet mag. Er is zoveel dat bindt. Er is ook zoveel te doen in de stad. Er is een strijd te voeren. Dan kunnen de troepen niet langer verdeeld optrekken, maar hebben ze te zoeken naar eenheid.
Afgevaardigden van verschillende kerkenraden vormden een Stuurgroep om het zoeken naar die eenheid te bevorderen. Wij hebben veel en intens gesproken. Juist over die kwesties waarover verschil van inzicht bestond: het gezag van de Heilige Schrift, de binding aan de belijdenis, de visie op de kerk en het omgaan met de kerkorde kon overeenstemming worden bereikt. Gemeenschappelijke verklaringen daarover zijn door alle betrokken kerkenraden goedgekeurd. Zij zijn grond en kader om in de onderlinge contacten en gesprekken verder te komen. Wij hopen en bidden dat de beleden eenheid ook zichtbaar gestalte mag krijgen in onze stad Rotterdam.
We nodigen u hartelijk uit kennis te nemen van deze brochure en, op aanwijzen van uw kerkenraad, mee te werken aan de eenheid met andere christenen en kerken. Ga het doelgericht doen en ook u zult ervaren hoe verrijkend dat is.
We bidden of de Here onze kerken zal zegenen, zal bewaren en zal vermeerderen tot glorie van Zijn Naam.
Namens de Stuurgroep,
Ds. S. Otten - secretaris
GEROEPEN TOT EENHEID
INLEIDING
Nu de afgevaardigden naar de Stuurgroep kerkenradenoverleg CGK-NGK-GK na vele vergaderingen overeenstemming hebben bereikt over een aantal belangrijke onderwerpen, wil de Stuurgroep de betrokken kerkenraden een overzicht geven van het traject dat wij met elkaar sinds 1990 gevolgd hebben, zowel plaatselijk als binnen de Stuurgroep.
De bereikte consensus hebben wij vastgelegd in vier 'Gemeenschappelijke verklaringen' die inmiddels door de deelnemende kerkenraden zijn aanvaard. Een belangrijke volgende fase is het informeren van de betrokken gemeenten en het vragen van instemming met het bereikte resultaat. Daarna moet bezien worden in hoeverre de bereikte overeenstemming gestalte kan worden gegeven in de plaatselijke gemeenten, binnen de grenzen die door de onderscheiden kerkverbanden zijn vastgesteld.
KERKELIJKE EENHEID
"Voor wie hart heeft voor het kerkvergaderend werk van de Here Jezus Christus moet het wel een intens verdrietige zaak zijn, dat er zoveel verwijdering is gegroeid tussen hen die Hem belijden als hun Heiland en Heer en Hem willen dienen naar zijn Woord. Als we ons beperken tot de kerkelijke situatie hier in Nederland, zien wij hoezeer krachten van dwaling en verdeeldheid doorgewerkt hebben in het kerkelijk leven, dat door de Reformatie van de 16e eeuw teruggekeerd was tot het dienen van de Here naar zijn Woord". Met deze woorden begint wijlen ds. C.G. Bos zijn in 1985 verschenen boekje 'Kerkelijke eenheid: geen illusie! Hij doet hierin een dringend appèl op alle gereformeerde belijders om de eenheid te zoeken.
De hoge opdracht tot het zoeken van kerkelijke eenheid hebben onze gemeenschappelijke voorouders reeds verwoord in de Acte van Afscheiding of Wederkeering, die in 1834 door de kerkenraad van Ulrum werd opgesteld.Hierin werd ten aanzien van kerkelijke eenheid het volgende gezegd:
"Wij verklaren tevens gemeenschap te willen uitoefenen met alle ware Gereformeerde ledematen, en zich te willen vereenigen met elke op Gods onfeilbaar Woord gegronde vergadering, aan wat plaatse God dezelve ook verenigd heeft, betuigende met dezen dat wij ons in alles houden aan Gods Heilig woord en aan onze aloude Formulieren van eenigheid in alles op dat woord gegrond, nl de Belijdenis des Geloofs, de Heidelbergsche Cathechismus en de Canones van de Sijnode van Dordrecht gehouden in den jare 1618 en 1619, onze openbare Godsdienstoefeningen te rigten naar de aloude kerkelijke Liturgie, en ten opzichte der kerkdienst en bestuur, ons voor het tegenwoordige te houden aan de kerkenordening, opgesteld door de voornoemde Dordrechtsche Sijnode".
Bovenstaande woorden kregen gestalte in 1869 toen de Christelijk Afgescheidene Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk onder 't Kruis samen verder gingen als de Christelijke Gereformeerde Kerk, "zich houdende, wat de leer en de bediening der sacramenten betreft aan de Formulieren van Eenheid, nl. De Nederlandsche Geloofsbelijdenis, den Heidelbergschen Catechismus en de Dordsche Leerregels, benevens de Liturgische Schriften; en voor de kerkregeering aan de Dordsche kerkorde van 1618 en 1619, zooveel de omstandigheden dit niet verhinderen".
Ongetwijfeld zullen er verschillen in ligging en cultuur zijn geweest, maar die waren geen verhindering om te verenigen.
In 1892 gebeurde dat opnieuw toen het overgrote deel van de Christelijke Gereformeerde Kerk zich verenigde met de Nederduitsche Gereformeerde Kerken, "op den grondslag van de gemeenschappelijke belijdenis der Drie Formulieren van Eenigheid, van de Gereformeerde Kerkenordening (laatstelijk in 1619 bevestigd)".
Ondanks allerlei, soms diepgaande, verschillen kwam de vereniging tot stand.
Een deel van de Christelijke Gereformeerden, onder leiding van de predikanten F.P.L.C. van Lingen en Js. Wisse Czn, had niet de vrijmoedigheid hierin mee te gaan en zette het eigen kerkelijke leven voort onder de naam van de Christelijke Gereformeerde Kerk.
Helaas kent de geschiedenis van onze kerken ook breuken. De gebeurtenissen in de veertiger en zestiger jaren hebben geleid tot het uiteengaan van broeders en zusters van hetzelfde huis. Alle betrokkenen hebben aan deze gebeurtenissen pijnlijke herinneringen overgehouden.
CONTACTEN OP LANDELIJK NIVEAU
De eerste contacten tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken kwamen reeds in 1947 tot stand op initiatief van de gereformeerde synode van Groningen 1946 die uitsprak "gedrongen door het Woord des Heeren en door de daarop rustende belijdenis te staan naar kerkelijk samenleven met allen, die met ons door één Geest één Heere aanbidden en éénzelfde geloof belijden". Om praktische redenen werden de contacten voorshands beperkt tot de Christelijke Gereformeerde Kerk "die met ons staat op dezelfde basis van Gods Woord en de Drie Formulieren van Eenigheid".
Inmiddels zijn er vijftig jaren verstreken, waarin veel en uitputtend is gesproken, met name over de toe-eigening van het heil en het belijden omtrent de kerk.
De christelijke gereformeerde ds. J. Westerink sprak in 1996 op de synode van Berkel en Rodenrijs over 'opmerkelijke vorderingen', maar voegde daar aan toe: 'Dit betekent enerzijds dat we op de goede weg zijn, maar anderzijds dat we nog niet zijn waar we wezen moeten'. Wellicht zullen de samensprekingen nog ver in de 21e eeuw voortgezet worden.
Ten aanzien van de Nederlands Gereformeerde Kerken besloot de gereformeerde synode van Berkel en Rodenrijs 1996 om de contacten met deze kerken niet voort te zetten, "omdat binnen deze kerken een te grote vrijheid in het omgaan met de belijdenis en tolerantie van afwijking van de belijdenis. Het niet bindend aanvaarden van een ondertekeningsformulier voor predikanten verhindert een effectieve hantering van dit formulier".
De christelijke gereformeerde synode van Haarlem-Noord 1998 nam eenzelfde besluit.
CONTACTEN OP PLAATSELIJK NIVEAU
De eerste contacten
De eerste contacten kwamen tot stand in 1990, toen enkele predikanten in Rotterdam, behorend tot de CGK, NGK en GK met elkaar in gesprek kwamen. In dit verband moet met name de inzet van ds. K. Boersma, toentertijd predikant van de CGK Rotterdam-Zuid, genoemd worden. Er werden ontmoetingen belegd, waar met elkaar gesproken werd over de kerkelijke verdeelheid en over de mogelijkheden om dichter tot elkaar te komen. Ook werden elkaars preken beluisterd en daarna besproken. Hierbij bleek dat er een grote mate van eenstemmigheid was.
Kerkenradenconferenties
Na enige ontmoetingen werd de noodzaak gevoeld ook de kerkenraden hierbij te betrekken. Op verzoek van de anderen hebben ds. H. Drost en ds. K. Boersma een drietal vergaderingen belegd waarvoor alle kerkenraden in Rotterdam, behorend tot een van de drie kerken, werden uitgenodigd. Uit elk kerkverband werd een spreker benaderd om zijn visie te geven op de onderlinge verschillen en de perspectieven voor de toekomst. Hierna zou dan door de kerkenraden een evaluatie moeten plaatsvinden om te bezien of verdere ontmoetingen zinvol zouden zijn.
De eerste bijeenkomst -ook wel kerkenradenconvent genoemd- werd gehouden op 30 mei 1990 met als spreker dr. G.C. den Hertog, toentertijd christelijk gereformeerd predikant te Leiden. In 1989 was hij lid geweest van de chr. geref. synode van Groningen, waar ook de samensprekingen met de beide andere kerken aan de orde waren geweest. Als rapporteur van de synodecommissie voor de eenheid was hij nauw betrokken bij de besluitvorming.
De tweede bijeenkomst werd gehouden op 25 oktober 1990 met als spreker dr. A.N. Hendriks, Gereformeerd predikant te Amersfoort-Centrum. Hij was in 1987 preses van de synode van Spakenburg-Noord en daarna één van de deputaten voor samenspreking met de christelijke gereformeerden.
Op de derde bijeenkomst op 20 februari 1991 sprak drs. J.C. Schaeffer, Nederlands gereformeerd predikant te Apeldoorn. Hij was in 1988 voorzitter van de Landelijke Vergadering van de NGK.
Door onbekende redenen is er van de voorgenomen evaluatie na de drie bijeenkomsten weinig terecht gekomen.
Gezien de positieve reacties op de gehouden bijeenkomsten, hebben de predikanten Borgdorff, De Lange en Manni door middel van een schrijven dd. 3 september 1991, de kerkenraden voorgesteld voort te gaan met het beleggen van samenkomsten met een spreker over een bepaald onderwerp.
Tevens hebben zij de kerkenraden voorgesteld, gezien de smalle basis van hun driemanschap, te komen tot de oprichting van een soort stuurgroep, met daarin een vertegenwoordiger van elke deelnemende kerkenraad. Deze vertegenwoordigers van de kerken zouden dan de volgende bijeenkomsten kunnen voorbereiden.
Als eerste spreker voor deze tweede serie, dus de vierde vanaf het begin, sprak op 12 juni 1991 de bekende christelijke gereformeerde scribent D. Koole over 'De toe-eigening van het heil als voortdurend discussiepunt in de samensprekingen tussen de Christelijke gereformeerde kerken enerzijds en de Gereformeerde en Nederlands gereformeerde kerken anderzijds'.
De vijfde bijeenkomst werd gehouden op 20 november 1991, waar G. de Jonge , lid van de Gereformeerde Kerk van Lisse sprak over de 'Kerk'.
Op de zesde bijeenkomst op 26 februari 1992 werd gesproken door de Nederlands gereformeerde mr. dr. J. Meulink uit Enschede, toentertijd voorzitter van de Landelijke Commissie voor toetsing van het AKS, over het Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS).
Stuurgroep
De vertegenwoordigers van de kerkenraden kwamen voor de eerste maal bijeen op 7 oktober 1991 in de Rehobothkerk in Rotterdam-Centrum. De kerkenraden van de CGK Rotterdam-West, Rotterdam-Kralingen en van de GK Rotterdam-Zuid deelden mee dat zij -overigens om verschillende redenen- niet zouden deelnemen aan het werk van de Stuurgroep. Van de GK Rotterdam-Delfshaven werd geen bericht ontvangen. De CGK Rotterdam-Charlois deelde later mee om praktische redenen niet te zullen deelnemen.
Overeengekomen werd dat de Stuurgroep geen besluitvormende, maar een informerende en beleidsvoornemende vergadering zou zijn. De uiteindelijke verantwoording bleef bij de kerkenraden liggen.
Besloten werd een concept-Intentieverklaring op te stellen en deze voor te leggen aan de kerkenraden. Deze verklaring zou moeten dienen als uitgangspunt voor de verdere contactoefening tussen de deelnemende kerken.
Op 13 januari 1992 kwam de Stuurgroep voor de tweede maal bijeen en werd de definitieve versie van de Intentieverklaring vastgesteld. Op de vergadering van 23 maart 1992 bleek dat alle kerkenraden akkoord gingen met de voorgestelde Intentieverklaring.
Op 21 mei 1992 werd in Rotterdam-Zuid een vergadering gehouden van vertegenwoordigers van alle GK in Rotterdam, waar de bezwaren van GK Rotterdam-Zuid tegen de Stuurgroep konden worden weggenomen. Vanaf dat tijdstip nam ook deze kerk deel aan het werk van de Stuurgroep.
De GK Rotterdam-Delfshaven heeft vanaf voorjaar 1992 een vertegenwoordiger naar de vergaderingen van de Stuurgroep gestuurd.
De Intentieverklaring
De Intentieverklaring luidt als volgt:
1. Het is opdracht van de Here dat allen die naar Zijn Woord in Hem geloven ook zichtbaar één zullen zijn;
2. Die eenheid kan alleen tot stand komen op basis van Gods Woord en de drie formulieren van eenheid, die in alles op Gods Woord gegrond zijn: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels;
3. Ten aanzien van de kerkregering gaan we uit van de principes zoals die verwoord zijn in de Dordtse kerkorde;
4. Bij het zoeken naar kerkelijke eenheid zal al het mogelijke gedaan worden de eenheid met broeders en zusters in eigen kerk niet te verbreken;
5. Verschil in taxatie van gebeurtenissen die in het verleden plaats gevonden hebben, mogen thans geen belemmering zijn voor kerkelijke eenheid;
6. Bij gehoorzaamheid aan deze opdracht zal de Here Zijn zegen geven.
Voortzetting kerkenradenconferenties
Eind 1994/begin 1995 vond binnen de Stuurgroep een bezinning plaats over de wijze waarop de samensprekingen plaatsvonden. Ter tafel was een voorstel om de samensprekingen voort te zetten door middel van afgevaardigden binnen de Stuurgroep. De resultaten daarvan zouden daarna ter goedkeuring aan de kerkenraden worden voorgelegd, zodat de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken gewaarborgd bleef.
Na uitgebreide discussie werd besloten de bestaande werkwijze van de Stuurgroep voort te zetten en het bilaterale overleg tussen de kerken te handhaven. Tevens werd besloten de reeds eerder gehouden conferenties voort te zetten over onderwerpen die ook in het bilaterale overleg besproken werden en daarvoor gezag-hebbende sprekers uit te nodigen. Getracht zou worden om na elke conferentie binnen de Stuurgroep een verklaring op te stellen waarin alle afgevaardigden zich zouden kunnen vinden. Zo'n verklaring zou daarna aan de kerkenraden worden voorgelegd ter goedkeuring.
De eerste conferentie werd gehouden op 27 maart 1996 over het onderwerp 'Aard en binding aan de belijdenis' met als spreker prof.dr. J. van Genderen.
Aan de hand van het gesprokene werd de 'Gemeenschappelijke verklaring Aard van de binding aan de belijdenis' opgesteld. Zonder commentaar werd deze verklaring door de kerken overgenomen.
De tweede conferentie vond plaats op 27 november 1996, met als spreker ds. W. Smouter, Nederlands gereformeerd predikant, over het onderwerp 'De kerk en wat we daarvan belijden in de NGB, art. 27-29'. De resultaten van deze conferentie werden vastgelegd in de 'Gemeenschappelijke verklaring over de kerk'.
Op de derde conferentie, gehouden op 11 juni 1997, sprak drs. J.M. Batteau, gereformeerd predikant, over 'Het gezag van de Heilige Schrift'. Naar aanleiding hiervan werd de 'Gemeenschappelijke verklaring over het Schriftgezag' opgesteld.
De laatste conferentie vond plaats op 12 november 1997. Toen sprak prof. dr. H.J. Selderhuis over 'Kerkrecht en kerkorde'. Het resultaat werd vastgelegd in de 'Gemeenschappelijke verklaring over kerkrecht en kerkorde'.
PLAATSELIJKE SAMENSPREKINGEN
In dit onderdeel volgt een overzicht van de samensprekingen die op plaatselijk niveau zijn gehouden. De Stuurgroep heeft daarvoor op 26 mei 1992 een indeling gemaakt.
1. GK Rotterdam-Stad met NGK Rotterdam-Overschie
2. CGK Rotterdam-Centrum met GK Rotterdam Hillegersberg-Schiebroek
3. CGK Rotterdam-Zuid met GK Rotterdam-Zuid
4. GK Rotterdam-Oost met Samenwerkingsgemeente Rotterdam-Alexanderpolder
KERKELIJKE BESLUITEN
In de inleiding werd reeds opgemerkt dat de kerken zich moeten beraden in hoeverre de bereikte overeenstemming gestalte kan worden gegeven in de plaatselijke gemeente met inachtneming van de grenzen die door de drie kerkverbanden zijn vastgesteld.
We zullen dus moeten bezien wat de drie kerken op hun laatste landelijke vergaderingen over de kerkelijke eenheid hebben besloten, zonder daarbij alle overwegingen en gronden te noemen. Ook is het hier niet de plaats om alles te vermelden wat er in het verleden in de landelijke samensprekingen aan de orde is geweest. Wie dat wil weten kan in de Acta's terecht.
1. Christelijke Gereformeerde Kerken
Deze kerken kwamen in 1998 voor het laatst bijeen in de generale synode van Haarlem-Noord.
Ten aanzien van de kerkelijke eenheid in het algemeen werd het volgende besloten:
1. deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland op te dragen zich te bezinnen op de relatie tussen het landelijk kerkverband en de zelfstandige plaatselijke gemeente met het oog op de vraag welke mogelijkheden er zijn voor interkerkelijk overleg én samenwerking op plaatselijk niveau zonder negatieve gevolgen voor de eenheid van eigen kerkverband;
2. deputaten op te dragen zich in het licht van de Heilige Schrift te bezinnen op de vraag welk gewicht aan zaken als eigen kerkelijke cultuur, eigen kerkelijke identiteit en de bewaring van interne kerkelijke eenheid gegeven mag worden en op welke wijze de kerk van Christus in het besef van en onder beslag van Christus' gebed om eenheid van de zijnen en op weg naar zijn toekomst, daarmee om te gaan.
Ten aanzien van de Gereformeerde Kerken besloot deze synode dat de gesprekken met de deputaten van deze kerken op basis van de bereikte punten van overeenstemming dienen te worden voortgezet, waarbij met name de volgende punten aan de orde dienen te komen: de verhouding tot de Nederlands Gereformeerde Kerken met het oog op de positie van de samenwerkingsgemeenten, bepaalde situaties en gewoonten in de Christelijke Gereformeerde Kerken (bv. gesloten kansels, geperforeerde gemeentegrenzen) en het functioneren van het Schriftgezag. Verder kregen deputaten opdracht zich nader te bezinnen op de vraag of een federatie van kerken aanbeveling verdient en op welke wijze deze vorm zou kunnen krijgen.
Ten aanzien van de Nederlands Gereformeerde Kerken besloot de synode de samensprekingen met de NG-commissie voorlopig te beëindigen, omdat het niet gelukt was in de samensprekingen de verschillen weg te nemen en de belemmeringen op weg naar eenheid met de NGK op te heffen. Met betrekking tot de positie van de samenwerkingsgemeenten en de samenwerkende gemeenten sprak deze synode uit dat wat op plaatselijk niveau met de NGK bereikt is bestendigd kan blijven, maar dat nu de samensprekingen op landelijk niveau niet konden worden voortgezet, in de bestaande plaatselijke contacten terughoudendheid verwacht mag worden en dat van alle samenwerkende en samenwerkingsgemeenten verwacht mag worden dat zij zich geheel zullen houden aan de in de CGK geldende kerkorde, inclusief het ondertekeningsformulier alsmede aan de besluiten van meerdere vergaderingen.
Deputaten onvingen opdracht de kerkrechtelijke positie van de samenwerkingsgemeenten in overleg met betrokkenen nader te onderzoeken.
2. Gereformeerde Kerken
Deze kerken kwamen in 1999 bijeen in Leusden.
Ten aanzien van de Christelijke Gereformeerde Kerken constateerde de synode met dankbaarheid de groeiende overeenstemming met deze kerken. Deputaten kregen opdracht over een aantal punten verder te praten (zie onder a).
Ten aanzien van de Nederlands Gereformeerde Kerken werd het besluit van Berkel en Rodenrijs gehandhaafd, zij het dat in incidentele gevallen, met instemming van classis en deputaten van de particuliere synode, plaatselijk een uitzondering gemaakt kan worden.
3. Nederlands Gereformeerde Kerken
Op 27 juni 1998 vergaderde de Landelijke Vergadering in Doorn.
Deze vergadering sprak ten aanzien van de GK het volgende uit:
1. Dat de Nederlands Gereformeerde Kerken, zoals ook uitgedrukt in de preambule van het A.K.S., haar eenheid en de grond voor haar samengaan vinden in het belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, en dat zij op deze basis aanspreekbaar zijn,
2. Dat de vergadering instemt met wat de commissie hierover schreef in de notitie 'Het gezag en de hantering van de belijdenisgeschriften' van april 1995,
3. Dat de eenheid met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in het gemeenschappelijk belijden vraagt om een uitdrukking daarvan in meer kerkelijke eenheid,
4. Dat de samenspreking die op plaatselijk vlak hier en daar begonnen is, daarom zeer valt toe te juichen,
5. Dat enige vorm van landelijk contact daarbij zeer wenselijk is,
6. Dat de pas begonnen gesprekken te snel beëindigd zijn met de conclusie van de Gereformeerd-vrijgemaakte zijde dat er geen ruimte zou zijn voor gesprekken die gericht zijn op kerkelijke eenheid en dat voortzetting dus wenselijk is,
7. Dat de NGK de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) daarnaast uitnodigen tot overleg over een andere vorm van contact, niet primair gericht op landelijke eenheid, maar op de vraag in hoeverre we elkaar, binnen de bestaande situatie van de verschillende kerkverbanden, kunnen helpen op basis van de verbondenheid als gemeenten van Christus.
Samenvattend zien we de volgende ontwikkelingen tussen de kerken op landelijk niveau:
Een groeiende overeenstemming tussen de CGK en de GK;
Een opschorting van de contacten tussen CGK en NGK met terughoudende voortzetting van wat plaatselijk is bereikt;
Geen landelijke contacten tussen GK en NGK met mogelijkheid voor plaatselijke contacten;
NGK zien thans geen noodzaak wijzigingen aan te brengen in het A.K.S. en handhaven besluit om ondertekeningsformulier 'dringend aan te bevelen'.
Genoemde ontwikkelingen geven de moeiten aan waarin de kerken verkeren om tot plaatselijk eenheid te komen met inachtneming van de besluiten der meerdere vergaderingen.
REGELS EN HANDREIKINGEN
In dit onderdeel willen we aandacht geven aan de regels die de generale synoden van de CGK en GK hebben gegeven voor het zoeken van plaatselijke eenheid.
Christelijke Gereformeerde Kerken
De synode van Zwolle-Apeldoorn 1965/1966 gaf een 'Voorlopige regeling voor het gestalte geven aan eenheid met kerken van gereformeerd belijden'. Door de synode van Rotterdam 1971/1972 is deze regeling op enkele punten uitgebreid. Deze regeling is in de Kerkorde van de CGK opgenomen als Bijlage 6.
De Regeling luidt als volgt:
1. a. Het aanvankelijk gestalte geven aan eenheid tussen plaatselijke kerken van gereformeerd belijden die tot verschillende kerkverbanden behoren, door nauwer samenleven, kan alleen geschieden met kerken die behoren tot een kerkverband waarvan de synode van de eigen kerken heeft geconstateerd, dat het zich in alles wil stellen op de grondslag van Gods heilig Woord en de gereformeerde belijdenis, en met welk kerkverband contacten worden onderhouden door wederzijdse deputaten.
b. Het nauwer samenleven kan uitkomen in de toelating van elkanders ongecensureerde leden tot elkanders avondmaalsviering, het aanvaarden van elkanders attestaties en het van tijd tot tijd in de dienst des Woords laten voorgaan van elkanders plaatselijke predikanten of van predikanten van andere plaatselijke kerken, waar hetzelfde nauwer samenleven tot stand gekomen is.
c. In het kader van deze regeling kunnen onze kerkeraden ook predikanten van andere plaatselijke kerken van eigen kerkverband uitnodigen, die daartoe de bewilliging van hun eigen kerkenraad behoeven.
2. a. De hierboven omschreven samenleving kan alleen tot stand komen na genoegzame samensprekingen tussen de betrokken kerkeraden, waarbij gebleken is dat er metterdaad een eenheid is in erkenning en beleving van het Woord Gods en de belijdenis der kerken, alsook van de regels die op grond daarvan voor het kerkelijke leven gelden.
b. De kerkeraad van de Christelijke Gereformeerde Kerk moet over de voorgenomen nauwere samenleving de gemeente horen en haar bewilliging vragen; slechts bij een naar het oordeel van de kerkeraad genoegzame eenparigheid van gevoelen in de gemeente kan de kerkeraad verdere stappen doen tot de voorgenomen nauwere samenleving.
c. De kerkeraad van de Christelijke Gereformeerde Kerk moet vervolgens het oordeel van de classis vragen omtrent de voorgenomen nauwere samenleving.
d. De classis zal, lettende op de noodzaak om de eenheid en de zuiverheid van de leer en van de kerkregering te bewaren, zich met bijstand van de deputaten naar art. 49 K.O. overtuigen van de onder a. bedoelde eenheid.
e. De classis zal door middel van de rondvraag naar art. 41 K.O. en van de kerkvisitatie naar art. 44 K.O. voortdurend haar aandacht wijden aan de tot stand gekomen nauwere samenleving.
3. De nauwere samenleving, onder 1. en 2. bedoeld, is zuiver plaatselijk en mag niet gezien worden als een vereniging tussen de betrokken kerken of als het constitueren van een nieuwe kerkformatie. De plaatselijke kerk behoudt haar zelfstandig karakter wat opzicht, tucht en diaconaat betreft.
4. Het bovengenoemde nauwere samenleven draagt een voorlopig karakter in afwachting van de verdere ontwikkeling ten aanzien van de toenadering tussen beide kerkverbanden.
5. Indien Christelijke Gereformeerde Kerken en Nederlands Gereformeerde Kerken in hetzelfde of nagenoeg hetzelfde ressort tot wederzijdse classicale overeenstemming komen en deputaten naar art. 49 K.O. zich hebben overtuigd van de eenheid, zoals die is omschreven in het synodebesluit blijkens Acta 1965/1966 art. 219 sub 2a, aangevuld in 1971/1972 art. 242, heeft deze classis het recht de kerken in haar ressort toe te staan om aan de gevonden eenheid gestalte te geven naar analogie van de wijze, die in genoemd synodebesluit is vastgelegd, met dien verstande dat geen predikant zal voorgaan in plaatsen waar de Christelijke Gereformeerde Kerk geen overeenstemming heeft bereikt met de Nederlands Gereformeerde Kerk ter plaatse.
Gereformeerde Kerken
De regels en handreikingen die de generale synode van Berkel en Rodenrijs in 1996 opstelde voor plaatselijke samensprekingen verschillen weinig van de CGK-regeling. Door de synode van Leusden 1998 zijn de regels ten aanzien van plaatselijke contacten met de NGK aangepast.
Volledigheidshalve volgen hier de thans geldende regels:
1. het doel van lokale kerkelijke samensprekingen met kerken uit een ander kerkverband is kerkelijke eenheid van de aan de samensprekingen deelnemende gemeenten op basis van de Heilige Schrift en in gebondenheid aan de gereformeerde belijdenisgeschriften, naar de regels van een gereformeerde kerkorde;
2. bij samensprekingen spreken de deelnemende kerken de bereidheid uit zich te onderwerpen aan alles wat van beide kanten overeenkomstig het Woord van God wordt aangewezen;
3. bij samensprekingen wordt de gemeente vanaf het begin goed en regelmatig geïnformeerd. Bij belangrijke beslissingen zal de bewilliging van de gemeente gevraagd worden; slechts bij een, naar het oordeel van de kerkenraad, genoegzame eenparigheid van gevoelen neemt de kerkenraad verdere stappen;
4. plaatselijke kerken nemen naar artikel 31 KO de voor de samensprekingen relevante uitspraken en beslissingen van meerdere vergaderingen in acht. Ze slaan acht op de informatie die ze van generaal-synodale deputaten voor samensprekingen en/of eenheid op verzoek of los daarvan hebben ontvangen;
5. over samensprekingen wordt in het kader van de artikelen 30, 41 en 44 KO regelmatig aan de classis gerapporteerd.
Wezenlijke beleidsbeslissingen kun-nen alleen onder goedkeuring van de classis worden genomen. De classis zal zich daarbij laten adviseren door de deputaten ad art. 49 van de particuliere synode;
6. onder wezenlijke beleidsbeslissingen worden in ieder geval gerekend:
- het wederzijds erkennen als ware kerk;
- het besluit tot voorgaan in elkaars diensten (incl. gecombineerde erediensten);
- het toelaten van elkaars leden aan het avondmaal (incl. gezamenlijke avondmaalsvieringen).
De classis zal ondermeer nagaan of gehandeld is volgens deze regels en van het resultaat de deputaten KE op de hoogte stellen;
7. het wederzijds erkennen als ware kerk kan alleen indien beide kerken toezeggen:
zich in eigen kerkverband in te zetten voor landelijke eenwording;
geen leden van elkaar te accepteren zonder wederzijds goedvinden;
eventuele censuur over te nemen;
8. het besluit tot voorgaan in elkaars diensten en het wederzijds toelaten aan het avondmaal zal alleen genomen worden, indien het kerken betreft waarmee landelijk wordt samengesproken en waarvan de landelijke vergaderingen wederzijds hebben uitgesproken dat ze staan of willen staan op de grondslag van Gods Woord en de gereformeerde belijdenisgeschriften. In incidentele gevallen kan met instemming van de classis en deputaten ad art. 49 KO een uitzondering gemaakt worden voor een Nederlands Gereformeerde Kerk;
9. zolang landelijk nog geen nadere samenwerking plaatsvindt, draagt de plaatselijke samenwerking een voorlopig karakter en zal niet overgegaan worden tot combinatie of fusie van kerken;
10. een voorlopige samenwerking is uiteraard een tijdelijke samenwerking, die dient uit te lopen op kerkelijke eenheid. Daarom zal de plaats in het kerkverband ter discussie worden gesteld, indien na verloop van tijd blijkt dat een kerkverband de weg naar eenheid blokkeert.
HOE NU VERDER?
Uit het voorgaande mogen we met dankbaarheid constateren dat de gereformeerde stadskerken van Rotterdam bij elkaar een hartelijke verbondenheid herkennen aan de leer van Gods Woord. Die herkenning brengt de verplichting met zich mee verder te gaan op de weg, waarop Jezus Christus ons leidt: 'opdat zij allen één zijn'.
Omdat de betrokken kerken deel uitmaken van drie verschillende kerkverbanden, nemen zij op zich hun zusterkerken langs de geëigende kanalen te informeren over de stand van zaken en de daaruit voortvloeiende ontwikkelingen.
Verder is het onze wens dat dit proces breed gedragen wordt door de betrokken gemeenten. Wij willen dan ook, voordat we organisatorisch verder gaan, eerst een brede voorlichtingscampagne in de gemeenten houden. Deze brochure maakt daar deel van uit. Maar het is ook de bedoeling elkaar te ontmoeten en met elkaar van gedachten te wisselen.
Daarvoor beleggen de kerkenraden in de eigen gemeente een bijeen-komst. Leden van de Stuurgroep kunnen daar verschijnen om voorlichting te geven en vragen te beantwoorden. Een christelijke gereformeerde kerk wordt bezocht door een Nederlands gereformeerd en een gereformeerd (vrijgemaakt) lid van de Stuurgroep. Enzovoort.
Als deze voorlichtings- en bezinningsronde naar wens verloopt, is het de bedoeling af te sluiten met een gezamenlijke dienst. Daarin is plaats voor verootmoediging over wat wij voor Gods aangezicht in het verleden mis hebben zien gaan. Maar tegelijk mag er ruimte zijn om onze dank aan God te brengen voor wat wij in onze onderlinge contacten hebben mogen bereiken.
Ook de samenleving mag daarvan getuige zijn, omdat voor deze openbare samenkomst de media worden uitgenodigd. In deze samenkomst moet extra aandacht gegeven worden aan de jongeren in de kerk: zij moeten immers deze vaandel straks verder dragen!
De gemeenten die bilateraal met elkaar in gesprek zijn, overleggen onderling hoe zij daarmee verder gaan. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan de thema's die nog openstaan. Op verschillende niveaus kan gewerkt worden aan verdere kennismaking en gemeenschapsoefening.
OP WEG NAAR EEN FEDERATIE VAN GEREFORMEERDE KERKEN IN ROTTERDAM
Verdere stappen op de weg naar kerkelijke eenheid vragen om een zekere formalisering van de contacten.
Als ideaal blijven we voor ogen houden de roeping om werkelijk heen te groeien naar kerkelijke eenheid. Maar we beseffen tegelijk dat daarvoor nog een lange weg te gaan is. Niet in het minst omdat wij de band met onze eigen kerkverbanden voluit serieus blijven nemen.
Dat betekent concreet dat wij ons samen hebben te buigen over de besluiten van meerdere vergaderingen, die belemmerend kunnen werken op de weg naar meer eenheid.
Dat betekent bovendien dat wij voorlopig volstaan met een vorm van samenwerking, die het beste getypeerd kan worden als een federatieve: iedere kerk blijft functioneren in zijn eigen kerkverband, maar als stadskerken willen we zoveel mogelijk samen doen wat samen gedaan kan en moet worden.
Op basis van erkenning en groeiend vertrouwen moet de samenwerking gestalte krijgen. Daarvoor is op den duur geen andere constructie nodig dan die we gewend zijn tussen zusterkerken.
Dat betekent dat de betrokken kerken elkaar volgens een vast patroon ontmoeten via officiële afgevaardigden op een daarvoor geëigend platform: een federatie van gereformeerde kerken in de stad Rotterdam.
Deze vergaderingen kunnen bijvoorbeeld drie keer per jaar gehouden worden.
Voor de agenda denken we aan de volgende zaken:
wat kunnen we van elkaars sterke en zwakke punten leren
rapportage over de voortgang van de samenwerking tussen de diverse gemeenten
contacten met het kerkverband
ervaringen uitwisselen over de wijze waarop we stadskerk zijn
hoe presenteren we ons als gereformeerde kerken in de stad
toerusting van ambtsdragers
jeugdbeleid
evangelisatie en zending
diaconaat/hulpverlening (opvanghuis, verslaving, etc)
afstemmen van grensverkeer: attestaties, toegang tot avondmaal, censuur
elkaar bezoeken om elkaar beter te leren kennen en om elkaar te adviseren/ondersteunen
elkaar helpen, bijvoorbeeld invallen bij ziekte
contact blijven zoeken met gemeenten, die nu nog niet in dit proces meegaan
kanselruil
verder: wat de onderscheiden kerkorden en kerkverbanden aan mogelijkheden bieden
Als God zijn zegen geeft op groeiende samenwerking en toenemend vertrouwen, kunnen we, in plaats van de landelijke ontwikkelingen te volgen, bezien of we voor anderen een stimulans kunnen zijn.
De hieronder genoemde bijlagen zijn te vinden in het overzicht Kerken en lokale samenwerking,
onder: 1. GKV - CGK - NGK, Rotterdam:
Bijlage I: OVER DE AARD VAN DE BINDING AAN DE BELIJDENIS
Bijlage II: OVER DE KERK
Bijlage III: OVER KERKRECHT EN KERKORDE
Bijlage IV: OVER HET SCHRIFTGEZAG
Terug naar overzicht Zuid-Holland
